Europeaan ben je als het zo uitkomt

Twee Franse energiebedrijven willen fuseren, nu een Italiaanse energiereus een van hen dreigt over te nemen. In Italië wenden rechtse, eurosceptische politici zich ineens tot Brussel. Linkse pro-Europeanen worden op slag protectionistisch.

Pijpleiding van de Italiaanse energiereus Enel, die het Franse Suez wil overnemen. Dat verzet zich hiertegen met fusieplannen. De zaak speelt nu in de Italiaanse campagne. (Foto AFP) (FILES) A picture dated 04 August 2004 and released by ENEL shows the ENEL vapour pipe in Larderello, Italy. Italian Prime Minister Silvio Berlusconi said on 23 February 2006, that he had spoken to his French counterpart, Dominique de Villepin, about a possible bid by Italian energy company Enel for French utility group Suez. AFP PHOTO / ENEL AFP

De Italiaanse euroscepticus minister Giulio Tremonti van Financiën is sinds kort even een fervent Europeaan. Vorige week vloog hij met grote spoed naar Brussel om de eurocommissarissen Kroes van Mededinging en McCreevy van Interne Markt aan te moedigen hun werk toch vooral goed te doen en de gemeenschappelijke markt te verdedigen.

Hij doelde op de beoordeling van de net aangekondigde fusie tussen de elektriciteitsgiganten Gaz de France en Suez die van veel kanten wordt bekritiseerd als een vorm van Frans protectionisme en ongeoorloofde staatsinterventie. De twee eurocommissarissen zijn in Italiaanse ogen de enigen die deze fusie nog kunnen blokkeren. En dat is waar Tremonti en Italië op uit zijn. De weg vrijmaken voor de eigen nationale elektriciteitskolos Enel die met hulp van een groep internationale banken de afgelopen dagen 50 miljard euro heeft verzameld om een bod te doen op het Franse Suez.

Het kan verkeren in Europa. Wie vandaag uit welbegrepen eigenbelang Europa omarmt, is morgen weer openlijk een nationalistische protectionist.

Vorige zomer nog verdedigde de Italiaanse regering met hand en tand de “Italianiteit“ van de nationale bankensector en kwam ze in botsing met de Europese Commissie die de werkwijze van de Italiaanse Centrale Bank van Antonio Fazio aan een diepgaand onderzoek onderwierp. Minister Tremonti heeft zich op andere momenten in de afgelopen jaren laatdunkend uitgelaten over de Europese bureaucratie, de gemeenschappelijke markt en het stabiliteitspact. Hij pleitte ook voor invoerheffingen op Chinese artikelen.

Vorige week echter was het dus dezelfde Tremonti die op dramatische wijze waarschuwde voor het uiteenvallen van Europa, nadat de Fransen het Italiaanse Enel de pas hadden afgesneden: “Nu riskeert men echt een afgeleide van augustus 1914 toen niemand het conflict wilde, maar de botsing er uiteindelijk toch is gekomen“, aldus de Italiaanse minister.

Als Kroes en McCreevy niet hard genoeg optreden tegen de Fransen, zullen Tremonti en Italië weer spoedig hun nationalistische retoriek laten knallen en zullen protectionistische wetsvoorstellen niet lang op zich laten wachten. In regeringskringen is al gesproken over de herintroductie van een wet die het buitenlandse staatsbedrijven onmogelijk maakt om Italiaanse bedrijven te controleren. Maar uit strategische overwegingen is besloten de nationale belangen eerst via de Europese Commissie te verdedigen.

Niet alleen de eurosceptische Italiaanse regering, maar ook de ex-voorzitter van de Europese Commissie Romano Prodi, uitdager van Berlusconi tijdens de verkiezingen, blijkt in zijn nieuwe rol protectionistische neigingen te hebben. In reactie op de Franse fusieplannen stelde hij vorige week voor de overname te blokkeren van de Italiaanse Banca Nazionale di Lavoro door de Franse bank BNP Parisbas. Een stellingname die velen verraste en uitgerekend Tremonti tot de schertsende uitspraak bracht: “Nadat Prodi tien jaar de Europese regels heeft verkondigd, heeft hij tien dagen nodig gehad om op te roepen tot het breken van deze regels.“

Prodi's opmerking verraste ook oud-diplomaat, pro-Europeaan en gezaghebbend columnist van de Corriere della Sera Sergio Romano. “Er is maar een verklaring voor“, zegt hij desgevraagd: “Prodi heeft zich door de verkiezingscampagne tot deze uitlating laten verleiden in een poging tegemoet te komen aan de meer nationalistische Italianen. Maar ik denk dat hij deze uitspraak bij een volgende gelegenheid zal corrigeren.“

Het toont allemaal aan hoezeer Italiaanse politici, net als hun Nederlandse, Franse of Poolse collega's, worstelen met Europa dat steeds meer invloed krijgt op de binnenlandse regelgeving, terwijl de binnenlandse onzekerheid daarover groeit.

Nog maar een paar jaar geleden was Italië een van de meest fervente voorstanders van de Europese gedachte. Veel Italianen hebben ook nu nog meer vertrouwen in de Europese instituties dan in de eigen regering, en hopen dat de Italiaanse corruptie en de stroperige bureaucratie door Europa kunnen worden geslecht. Ook Confindustria, de organisatie van werkgevers, hamert dag in dag uit op het belang van een gemeenschappelijke Europese markt als enig mogelijk antwoord op de economische crisis waarin het land zich bevindt.

Maar deze traditioneel positieve grondhouding ten opzichte van Europa ten spijt, is er een groeiende angst voor de gemeenschappelijke markt. “Europa wordt steeds vaker gelijkgesteld aan globalisering en daar is men bang voor“, meent Romano.

Dat de Europese gedachte ook in Italië averij heeft opgelopen, is volgens Romano mede de schuld van de pro-Europeanen. “Wij hebben te enthousiast en positief geschreven over de euro en die ene gemeenschappelijke markt. Wij hebben die eenwording beschreven als de drager van welvaart en welzijn, maar dat is in de praktijk niet gebeurd. En zo is het zover gekomen dat je anno 2006 Europeaan bent als het zo uitkomt, en Italiaan, Fransman of Nederlander als dat meer oplevert.“

Toch moeten de huidige ontwikkelingen in Europa niet enkel als negatief worden beschouwd, meent hij. “Dat alle landen voor zichzelf en hun nationale kampioenen gaan, is voor voorstanders van Europa wellicht een desillusie. Positief is dat de industriële overnames illustreren dat de gemeenschappelijke markt een feit aan het worden is. Dat is de realiteit. Iedereen en elk land moet daar mee klaar zien te komen.“

Volgens Romano is niet die ene gewenste markt een gevaar, maar de neiging van elk land om zijn eigen nationale industriële giganten te creëren. “Dat kan leiden tot gevaarlijke botsingen, duels en represailles die Europa kunnen bedreigen.“