De vraag is of Balkenende het CDA nog moet leiden

De raadsverkiezingen van gisteren betekenen meer dan alleen een herschikking van zetels. De uitslag zorgde snel voor een leiderschapscrisis bij de VVD. Nu is de vraag of dit ook voor het CDA gaat gelden.

De gemeenteraadsverkiezingen van gisteren hebben hun eerste landelijke slachtoffer geëist. Na uren van overleg met zijn campagneteam en enkele liberale kopstukken - vannacht in een Amsterdams hotel - besloot VVD-fractievoorzitter Jozias van Aartsen af te treden en zich niet te kandideren voor het lijsttrekkerschap van zijn partij.

De uitslag, de liberalen verloren 128 van de 1.374 zetels, en de aanhoudende kritiek binnen de partij op zijn leiderschap maakten deze uitweg tot de enig mogelijke. Om vijf over drie vannacht liet Van Aartsen een verklaring uitgaan waarin hij zei dat “er maar één is die de gezamenlijke verantwoordelijkheid op zich kan nemen. En dat ben ik“. Enkele uren later maakte ook VVD-coryfee Hans Wiegel bekend definitief af te zien van een terugkeer in de landelijke politiek. Van Aartsen en Wiegel hadden gezamenlijk willen optrekken voor de landelijke verkiezingen volgend jaar.

Met de stap van Van Aartsen is direct duidelijk dat de raadsverkiezingen van gisteren meer waren dan een herschikking van lokale zetels. Net als in 2002 was de uitslag van gisteren een aardverschuiving die grote landelijke consequenties zal hebben. De gemeenteraadsverkiezingen van gisteren liepen uit op een enorme overwinning voor links en een afstraffing vam de zittende coalitie. CDA, VVD en D66 leverden gezamenlijk zes procent van de stemmen in, de drie linkse partijen wonnen er gezamenlijk 10,2 procent bij.

De PvdA van Wouter Bos won 671 zetels en werd daarmee de grootste partij, de SP verdubbelde het aantal zetels naar 333 en GroenLinks leverde weliswaar iets in, maar bleef grosso modo gelijk (401 zetels). Met name de gigantische winst van de PvdA kan worden uitgelegd als een electorale motie van wantrouwen aan het kabinet. “Dit is een kabinet zonder volk“, zei SP-leider Marijnissen gisteravond.

De VVD gaat waarschijnlijk een periode van instabiliteit tegemoet. Van Aartsen moet worden opgevolgd en daar staan meerdere kandidaten voor in de rij. Campagneleider Mark Rutte (staatssecretaris van Onderwijs) wil wel, en ook Defensieminister Henk Kamp heeft ambities. Het risico van een machtsstrijd bij de liberalen is daarmee bijna voelbaar aanwezig. Inzet daarbij is ook de koers die de partij tot aan de landelijke verkiezingen moet gaan voeren. De lijn-Van Aartsen heeft de kiezer in elk geval niet kunnen bekoren.

Het kabinet-Balkenende heeft in korte tijd zijn tweede fractievoorzitter verloren, een maand geleden stapte Boris Dittrich op bij D66 om plaats te maken voor Lousewies van der Laan. Het zal de premier er veel aan gelegen zijn een stabiele leider van de VVD terug te krijgen na het vertrek van Van Aartsen. Zich actief mengen in die strijd brengt echter ook weer risico's met zich mee. Als Balkenende zich verzet tegen het uit het kabinet halen van bijvoorbeeld Kamp of Rutte, zou de VVD wel eens uit de coalitie kunnen stappen.

Los van de interne problemen bij de liberalen die een risico voor het voortbestaan van de coalitie vormen, is ook de situatie bij de andere coalitiepartners zorgelijk. D66 en het CDA verloren gisteren fors. De nieuwe fractievoorzitter van D66, Lousewies van der Laan, attendeerde de verzamelde pers er ongevraagd op dat het maar liefst de tiende keer op rij was dat haar partij een verkiezing had verloren. Net als in 2002 raakte D66 eenderde van de raadszetels kwijt. Ze kondigde aan zich te bezinnen op de koers van haar partij, hetgeen opnieuw voor onrust in de coalitie kan zorgen, omdat na gisteren helemaal duidelijk is dat D66 in het kabinet totaal onzichtbaar is geworden.

Het CDA leverde bijna driehonderd zetels in, waarmee Balkenende zijn eerste verkiezingsnederlaag sinds zijn aantreden in 2001 leed. De kiezers hebben zich niet laten leiden door het verhaal van Balkenende c.s. dat het zoet er nu echt aan komt, maar uitten hun onvrede over het gevoerde beleid van de afgelopen jaren. Dat roept ook bij het CDA de vraag op of Balkenende de volgende lijsttrekker moet zijn. De premier weigerde de afgelopen weken in debat te gaan met andere politieke leiders. Dat werd aan fractievoorzitter Maxime Verhagen overgelaten. Die had de ondankbare taak om het tegen de in topvorm verkerende Wouter Bos op te nemen en het kabinetsbeleid te verdedigen.

Juist dat kabinetsbeleid lijkt er de oorzaak van dat de coalitiepartijen lokaal flink hebben verloren. De bezuinigingen, de achterblijvende koopkracht van burgers en de bijna autistische manier waarop het kabinet de noodzaak van die bezuinigingen bleef benadrukken, hebben het vertrouwen in het kabinet ondermijnd.

De PvdA heeft na het debacle van 2002 juist het vertrouwen weer teruggewonnen. Bos noemde het woord vertrouwen gisteren in zijn speech tot de leden wel tien keer. Zijn partij kan nu in een groot aantal gemeenten het voortouw nemen bij de college-onderhandelingen. Marijnissen en GroenLinks-leider Halsema probeerden Bos gisteren al te verleiden zich uit te spreken voor zoveel mogelijk linkse colleges, maar Bos hield de kaarten tegen de borst. Hij pleitte voor “zo progressief mogelijke colleges“ en liet daarbij in het midden of dat met links of met rechts zou zijn. Ook landelijk weigert Bos zich daarover uit te laten. Het zou de PvdA alleen maar kiezers kosten als de partij zich op voorhand zou laten vastleggen op welke voorkeurscoalitie dan ook, zo is de redenering van Bos.

De drie coalitiepartijen willen ongeacht de uitslag gezamenlijk door, zo verklaarden de fractieleiders gisteren in het afsluitende debat. Maar één van hen, Van Aartsen, heeft zich het oordeel van de kiezer inmiddels aangetrokken. Vanmorgen op een toelichtende persconferentie zei Jozias van Aartsen: “De kiezer geeft, de kiezer neemt, soeverein als de zee.“