Briljante ambtenaar vocht om leiderschap

Als geen ander weet de vandaag afgetreden VVD-leider Jozias van Aartsen (59) dat politiek het leven vergiftigen kan, als het mis gaat. Zijn eigen vader, minister voor de ARP (een van de moederpartijen van het CDA) was in 1960 eens door zijn eigen Kamerfractie politiek verraden, en dat zorgde in zijn ouderlijk huis nog voor jaren bitterheid - merkwaardig genoeg vooral bij zijn moeder.

Jozias van Aartsen gisteravond tijdens de verkiezingsbijeenkomst in café de Heeren van Aemstel Foto Bas Czerwinski 07-03-2006, AMSTERDAM. VAN AARTSEN TIJDENS DE VERKIEZINGSBIJEENKOMST VAN DE VVD IN CAFE DE HEEREN VAN AEMSTEL. FOTO BAS CZERWINSKI Verkiezingen Gemeenteraadsverkiezingen Jozias van Arrtsen Mark Rutte Czerwinksi, Bas

We kunnen er dus rustig van uit gaan, dat Van Aartsen - toen hij vannacht zijn besluit nam - echtgenote Henriëtte terdege in zijn besluitvorming heeft betrokken. Zij was trouwens, ook in Van Aartsens jaren als minister van Landbouw (1994-1998) en Buitenlandse Zaken (1998-2002) prominent aan zijn zijde aanwezig.

In 2002, toen Van Aartsen in de Kamer kwam, waren er eigenlijk maar weinigen die in hem ooit een VVD-leider hadden vermoed. Zijn kandidatuur leek er eerder eentje pro forma, omdat hij nu eenmaal minister was geweest in het Tweede paarse kabinet. Na een nogal briljante carrière als ambtenaar, waarbij hij het tot secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken had gebracht, en een eveneens zeer geslaagde periode als minister van Landbouw, was het ministerschap van Buitenlandse Zaken wat minder succesvol verlopen.

Vier jaar lang had hij moeizaam zijn functie moeten bevechten - zowel tegenover ambtenaren van het ministerie zelf, die in hem veelal een incompetente charlatan zagen en dat ook soms lieten merken, als tegenover premier Wim Kok (PvdA), die voor zichzelf de leidende rol in het buitenlandbeleid opeiste, met name binnen Europa.

Bovendien leek de Van Aartsen van 2002 min of meer haaks te staan op de rechtse wind die veel VVD'ers, na het succes van Fortuyn en de LPF, binnen de partij wilden laten waaien. Maar Van Aartsen bleef, aanvankelijk als een bescheiden buitenlandwoordvoerder. Voor de verkiezingen van 2003 stelde hij zich opnieuw kandidaat, om vervolgens - nadat lijsttrekker Zalm als vice-premier naar het kabinet-Balkenende was vertrokken - ook nog een geslaagde gooi naar het fractievoorzitterschap te doen.

Jaren van omzichtig touwtrekken volgden tussen Zalm en Van Aartsen, over de vraag wie er nu eigenlijk als politiek leider van de partij moest worden beschouwd - de fractievoorzitter van de VVD, of de vice-premier. Pas vorig jaar won Van Aartsen dat - voornamelijk eigenlijk omdat Zalm helemaal geen zin heeft in een nieuw lijsttrekkerschap.

Hoewel dat binnen de partij zelden hardop gezegd wordt - “liberaal' heet een politieke categorie sui generis - is Van Aartsen een “linkse' VVD'er die niet voor niets jarenlang pleitte voor een fusie van zijn eigen partij met D66.

Misschien om dit feit enigszins te maskeren, en ook uit persoonlijke vriendschap, betrok Van Aartsen het “rechtse kanon' Wiegel bij de afgelopen campagne voor de gemeenteraden door hem als potentieel premierskandidaat naar voren te schuiven. Dat beiden elkaar zo goed kennen - Van Aartsen is zijn politieke carrière ooit als fractieassistent van Wiegel begonnen - bleek tijdens de campagne echter geen garantie voor succes.

Na zijn vertrek zal Van Aartsen door veel leden van de VVD-fractie ongetwijfeld worden gemist - niet zozeer om zijn leiderschap maar omdat Van Aartsen, na de jaren waarin Hans Dijkstal op autoritaire wijze in de VVD een strakke discipline had gehandhaafd, de leden van de fractie alle vrijheid bood.

Dat leidde soms tot opmerkelijke staaltjes van “dualisme' - onversneden kritiek van VVD-Kamerleden op “eigen' kabinet en bewindslieden. Het ging soms mis; Kamerlid Geert Wilders evolueerde de VVD uit. Maar het ging ook soms goed: Ayaan Hirsi Ali kreeg, tegen de ergernis van veel VVD'ers in, de kans haar eigen ding te doen.