Bedreigde reuzen

Brengt bellen via internet de telecomwereld om zeep? Onzin, zeggen deskundigen. Maar in Europa moeten de voormalige staatsmonopolisten wel actie ondernemen voor het te laat is.

De aanleg van vaste telefoonlijnen van KPN in de nieuwe woonwijk IJburg in Amsterdam. © Jørgen Krielen////09-10-2001 Amsterdam IJburg. Naast de PTT 'centrale'; op dit punt komt al het telecom -verkeer voor IJburg samen. Krielen, Jørgen

Geen wereld die zo razendsnel verandert als de telecomwereld. Zo lijkt het tenminste voor wie naar de bazen van de grote telecombedrijven luistert. Volgens de topman van France Télécom moet zijn bedrijf zich “wekelijks aanpassen“. Net als de andere voormalige staatsmonopolisten in de Europese telecomwereld kampt hij namelijk met een razendsnel groeiend probleem. Het winstgevende vaste telefoneren, “de kurk waarop wij drijven“, zoals topman Ad Scheepbouwer van het Nederlandse telecombedrijf KPN het een jaar geleden omschreef, staat onder druk. Minder vaste aansluitingen, minder belminuten en dus minder inkomsten. Overigens niet alleen in Europa, maar bij telecombedrijven in de hele wereld.

Dat komt doordat veel consumenten genoeg hebben aan hun mobiele telefoon. Dat komt ook door de concurrentie van internettelecomaanbieders als Skype en de kabelaars van deze wereld. Dankzij bellen via internet (voice over internet protocol, oftwel voip) kunnen consumenten aanzienlijk goedkoper - soms zelfs gratis - bellen.

Om het tij te keren, moeten de KPN's, Deutsche Telekoms en France Télécoms dus iets doen. Een voor een kondigen ze dan ook - tot telecombedrijven in de Verenigde Staten, Japan en Korea toe - reorganisaties en nieuwe strategieën aan, waarbij ze allemaal ongeveer hetzelfde doen. Maar doen ze genoeg?

Met de nieuwe technologie voip is iets bijzonders aan de hand. Het is niets nieuws onder de zon, want je blijft gewoon vast telefoneren. Het gros van de consumenten heeft overigens nog nooit van de term voip gehoord. Nieuw is dat deze techniek bellen aanzienlijk goedkoper maakt dan het traditionele bellen via het vaste telefoonnet. Want als de ene internetbeller de andere internetbeller belt, maken de duur van het telefoontje en de afstand tussen de bellers niet meer uit. Daardoor kunnen voip-bedrijven zoals Skype, maar ook kabelbedrijven of grote internetportals als Yahoo of Google, opeens op een goedkope manier telefonie aanbieden.

Vormen de nieuwkomers een bedreiging? Het belangrijkste wat de voormalige monopolisten nu te doen staat is hun klanten behouden, zegt strategieadviseur Stépan Breedveld van de Boston Consulting Group. Daartoe moeten ze hun prijzen aanpassen, waardoor internetbellen relatief minder aantrekkelijk wordt.

France Télécom begon er een paar jaar geleden als een van de eerste telecombedrijven van Europa mee. Het bood onbeperkt nationaal bellen aan tegen een vast tarief, net zoals consumenten met voip kunnen doen. Inmiddels kunnen klanten bij de meeste oud-monopolisten kiezen voor zo'n flatfee-abonnement. Een moeilijkheid hierbij is dat het niet altijd mag van de telecomautoriteiten. De oud-monopolisten hebben nog zo'n dominante marktpositie dat ze de nieuwe concurrentie makkelijk uit de markt zouden kunnen drukken. Zo mocht KPN tot zijn grote ergernis pas in november vorig jaar van de Nederlandse toezichthouder Opta met zijn flatfee-abonnement beginnen.

Prijsaanpassing kan inkomsten schelen. Om dat tegen te gaan bieden telecombedrijven “bundels' met nieuwe diensten als bijvoorbeeld televisie aan. Ook dat is een manier om klanten te behouden. En om per klant meer geld te verdienen. France Télécom en KPN hebben het afgelopen jaar hun aantal televisieabonnees al gestaag zien groeien, Deutsche Telekom zal er ook mee beginnen.

Het meest voor de hand ligt natuurlijk dat de oud-monopolisten zelf internettelefonie aanbieden en rechtstreeks de confrontatie met de nieuwe concurrenten zoeken. Dat doen ze dan ook. Maar hoe voortvarend moeten ze daarmee zijn? Als ze sloom opereren lopen ze het risico klanten kwijt te raken aan de concurrentie. Maar als ze er te snel aan beginnen, gaat dat ten koste van hun eigen, nog altijd lucratieve vaste telefoontikken. Sommige Europese oud-monopolisten zijn er daarom voorzichtig mee. De breedbanddochter van Deutsche Telekom, T-online, bood voip aan tot een maximum (400 minuten per maand). Maar de consument wilde meer. Nu is er een ongelimiteerd voip-abonnement.

Het voordeel voor het Duitse bedrijf is nog dat klanten bij T-Online, net zoals trouwens bij alle Europese oud-monopolisten, nog wel een vaste telefoonaansluiting van moederbedrijf Deutsche Telekom nodig hebben om een abonnement op breedband internet te kunnen nemen. Zo houden ze de leegloop nog een poosje tegen.

KPN is volgens Forrester Research de eerste oud-monopolist die de verplichte koppelverkoop van breedband en vast telefoonabonnement heeft losgelaten. Een gedurfde stap volgens het Amerikaanse onderzoeksbureau. Een jaar geleden begon KPN al met adsl only voor klanten zonder vaste telefoonaansluiting - zij het zonder het toen te promoten. Maar sinds een maand zet KPN zonder reserves groot in op één abonnement voor breedband en onbeperkt bellen via internet.

Uiteindelijk willen in de wereld alle telecomreuzen al hun vaste telefoonverkeer via internet laten verlopen. Adviseur Breedveld schat dat het Britse BT - dat in de telecomwereld de naam heeft altijd voorop te lopen - over tien jaar als eerste stopt met de traditionele vaste aansluitingen.

Voip is voor iedereen een goedkopere techniek. Ook voor de oud-monopolisten zelf. Ze hebben er minder personeel voor nodig. Een voor een kondigen ze dan ook kostenbesparingen aan. Bij KPN verdwijnt een kwart (8.000) van de banen, merendeels bij het vaste net, bij France Télécom 17.000 banen, bij Deutsche Telekom 32.000.

KPN was binnen Europa betrekkelijk vroeg met zijn reorganisatie en met zijn voip-aanbod: betekent dit dat KPN adequater reageert dan de andere bedrijven? Volgens Breedveld ligt dat vooral aan de mate van concurrentie die in een land bestaat. In Nederland is die met een kabelaansluiting op vrijwel elk huis heel groot. KPN moet daarom wel snel kosteneffectief zijn. Heel anders dan bij bijvoorbeeld het Spaanse Telefónica, waar de concurrentie de laatste tijd pas op gang begint te komen en waar nog geen banen worden geschrapt.

How the internet killed the phone business, stond er een klein halfjaar geleden op de cover van het Britse weekblad The Economist, doelend op de bedreiging van voip voor de telecomreuzen. De onderzoekers van Forrester noemen dit zwaar overdreven. Volgens hen zullen de oud-monopolisten hun riante positie kunnen behouden, mits ze op tijd de juiste maatregelen nemen. En dat doen ze, dat zegt ook Breedveld. Hij vindt niet dat er bedrijven zitten te slapen. “Het is echt onzin dat al die oud-monopolisten ten onder zullen gaan. Dat roept men al twintig jaar, maar er zitten heel winstgevende bedrijven tussen, die verdwijnen echt niet zomaar.“