Arme bazen, het bos ingestuurd

De leus is geen keus. Een paar weken geleden zette weekblad Intermediair een getekend portret van PvdA-fractievoorzitter Wouter Bos op de omslag. Met een button op zijn revers.

Bos for Boss.

De kiezerskeus van gisteren brengt de leus weer een stapje dichterbij. Een van Bos' voornemens als hij over 14 maanden de minister-president wordt: geen 30 procent verhoging van de ministerssalarissen, zoals het kabinet-Balkenende heeft voorgesteld, maar “slechts' 10 procent.

Da's pech voor al die bestuurders in de (semi-)publieke sector die zich straks moeten verantwoorden als hun loon hoger is dan het gemiddelde salaris van de ministers. Om hoeveel mensen dat gaat is na jarenlange discussie over publieke topbeloningen nog altijd onduidelijk, maar het loopt zeker in de honderden, wellicht zelfs in de duizenden.

De (semi-)publieke sector is een waaier van organisaties, van departementen tot burgemeesters, van woningcorporaties tot toezichthouders, van zorginstellingen tot universiteiten. Minister Remkes van Binnenlandse Zaken, die verantwoordelijk is voor de openheid over de publieke topbeloningen, rekent nutsbedrijven niet tot de semi-publieke sector, maar de publieke opinie doet dat wel.

Hoeveel mogen zij verdienen en bij welk niveau van het salaris moet dat openbaar worden? Aan het eerste waagt het kabinet zich niet, aan het tweede wel.

De Balkenende-norm voor openheid, zoals die inmiddels in de wandelgangen heet, zou inclusief 30 procent verhoging uitkomen op zo'n 155.000 euro. Een Bos-norm wordt op zijn best 135.000. Dat betekent dat veel meer functionarissen straks in het jaarverslag van hun organisatie moeten worden genoemd. Niet met naam, maar wel met functie.

In ziekenhuizen zitten bestuurders en specialisten massaal boven de norm. Ook grote thuiszorgbedrijven betalen hogere salarissen dan ministers ontvangen. Een bestuurder van een middelgrote woningcorporatie zit zo op 120.000 euro. De fusies onder woningcorporaties trekken deze beloningsniveaus vanzelf omhoog.

De loonmatiging die in de Bos-norm ligt besloten, en het appèl op loonmatiging dat daaruit voortvloeit, brengen de bazen in de (semi-)publieke sector in een lastig parket. Zij zijn meer dan gemiddeld geneigd links te stemmen. Ideologie en eigen belang. Meer publiek budget, meer taken, meer mensen.

Maar moeten zij straks een dief van hun eigen portemonnee zijn. Of toch maar een nieuwe lobby opzetten.

Hun leus.?

Bazen voor Balkenende.

    • Menno Tamminga