Al twaalf jaar lang wordt D66 door kiezer afgestraft

D66 had zich gisteravond voorbereid op zwaar verlies. Of was er nog ergens in Nederland gewonnen? De fractievoorzitter: “Wij zijn atheïsten. Wij geloven niet in wonderen.“

In de feestzaal van restaurant Mercurius in Amsterdam ziet Thom de Graaf, oud-fractievoorzitter van D66 in de Tweede Kamer, opeens Gerrit Jan Wolffensperger staan, ook oud-fractievoorzitter van D66. Hij heft zijn glas bier en zegt: “Wij hebben er al vaker één op ons verlies genomen, toch?“ Wolffensperger: “Déjà vu, mijnheer?“ De Graaf: “Dat heb ik al dertig jaar.“

Lousewies van der Laan, nu fractievoorzitter van D66, zit dan nog aan haar toespraak te werken in een zaaltje op een andere verdieping van het restaurant. En ze oefent met de voorlichter van D66 de antwoorden op vragen die ze later die avond misschien zal krijgen, tijdens het fractievoorzittersdebat op Nederland 3.

Haar medewerkers zitten voor de televisie. Ze houden een lijst bij van gemeentes waar D66 heeft verloren. Om half negen 's avonds, een halfuur voordat de eerste uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen bekend zouden worden, had Van der Laan om zo'n lijst gevraagd. Ze wilde gaan bellen met de lijsttrekkers van D66-afdelingen die van één of twee raadszetels naar nul gingen. En misschien met afdelingen die één zetel overhielden. Ze had alle telefoonnummers bij zich. Reinout de Vries, voorzitter van de Jonge Democraten, zei: “Misschien winnen we nog wel ergens.“ Van der Laan: “Wij zijn atheïsten, Reinout. Wij geloven niet in wonderen.“ Later blijkt dat D66 in Utrecht wel degelijk zetels won.

Net na negen uur die avond kwam het bericht op televisie dat D66 misschien minder zwaar verliest dan was voorspeld. Van der Laan zat naast vice-premier Laurens Jan Brinkhorst in het zaaltje boven de feestruimte. Ze zei: “De lijn is simpel. Alles wat we winnen, is te danken aan onze lokale mensen. Alles wat we verliezen is onze schuld.“ Met “ons' bedoelde ze de Tweede-Kamerfractie. Zo had ze het afgesproken met de top van de partij. De afdelingen waren de ruggengraat van D66. En ze hadden het zwaar.

De partij was in een crisis geraakt door de Afghanistan-missie. D66 zou niet accepteren dat Nederlandse militairen naar Afghanistan werden gestuurd. Maar D66 accepteerde het wel.

Van der Laan had zich voorgenomen om niet te zeggen dat D66 in het verdomhoekje zat - want zo voelden veel D66'ers het nu. D66, vond Van der Laan, moest nu beseffen dat D66 zelf iets fout deed. Het verlies bij deze verkiezingen was enorm: ruim een derde van de raadszetels. In haar toespraak zei ze: “Wij hebben vandaag voor de tiende keer op een rij verkiezingen verloren. Al twaalf jaar lang worden we elke keer kleiner. Ik ben niet van plan de oorzaak daarvan ergens anders te zoeken dan bij onszelf.“ Volgens Laurens Jan Brinkhorst had D66 het jarenlang te druk met zichzelf en met regeren. “We moeten de huiskamers in om mensen ervan te overtuigen dat we door moeten gaan.“ En er moest weer regie komen in de partij. “Ik ben al lid sinds de oprichting, ik laat het kopje niet hangen. Samen met de fractievoorzitter ga ik dat uitdragen. Ik ga op de achterbank meesturen.“

Meteen na haar toespraak gaat Van der Laan naar de studio voor het fractievoorzittersdebat. Ze zegt dat D66 bij zichzelf te rade zal gaan. “Er moet een duidelijke koers komen.“ Bijna aan het eind van het debat zegt PvdA-leider Bos: “Niemand moet proberen om Fortuyn na te doen, maar wij hebben in vier jaar veel geleerd. We zijn minder regentesk, we zijn de straat op gegaan.“ Van der Laan zegt dat ze dat heel knap vindt van de PvdA. Witteman: “Bedoelt u dat uw eigen partij meer met zichzelf bezig was dan met mensen op straat?“ Een goede vraag, zegt Van der Laan. “Ik heb nog niet alle antwoorden paraat. Maar dit kan er onderdeel van zijn.“