Wanneer komt er een grote film over Irak?

De Academy Awards zijn een cultureel artefact. Net als de jaarringen van een boom leggen ze iets vast - ze registreren waar wij over nadenken, wat ons aan het lachen brengt of bang maakt, jaar in jaar uit. Zij bieden ons ook de gelegenheid om glamouracteurs en -actrices te zien in hun coolste kleren. Ik heb gekeken naar de kandidaten voor ‘beste film', die ik heb vergeleken met de beste-filmnominaties van de afgelopen 70 jaar. Omdat Amerika in oorlog is, was ik speciaal nieuwsgierig naar een vergelijking van de nominaties en winnaars van dit jaar met die van andere tijden van oorlog - de Tweede Wereldoorlog, Korea, Vietnam. Mijn conclusie is dat dit jaar niet de oorlog in het buitenland ons in beslag neemt, maar die in eigen land. Opvallend aan de dit jaar genomineerde films is dat zowel de grote winnaars (Brokeback Mountain, Crash , Capote) als de films die niet in de prijzen zijn gevallen (Good Night, and Good Luck en Munich) niet tot het gewone glitteramusement behoren. Amerika mag dan zijn problemen hebben, de reactie van Hollywood is meer introspectief dan escapistisch. Elk van de vijf films is een reis naar binnen. Niemand kan de producenten verwijten dat zij proberen ons onze problemen te doen vergeten.

De beste films zijn dit jaar zwaarmoedig en buitengewoon ernstig; ze behandelen raciale en seksuele thema's die Hollywood vaak heeft weggestopt. Dé film van dit jaar is wel Brokeback Mountain. Deze verbeelding van verdrongen homoliefde was een echte doorbraak, de ontsluiting van een ervaringscategorie die tot dusverre in films voor een brede markt taboe was geweest. Dat vond ik ook van Crash, die de kwestie van ras in het Amerika van vandaag in zulke alarmerende geluiden en beelden behandelt dat het leek of hij rechtstreeks je zenuwen binnendrong. Capote vond ik ook goed, al leek het meer een onemanshow dan een volledig uitgewerkte film.

In dit oorlogsjaar waren twee anti-oorlogsfilms genomineerd: Munich en Good Night, and Good Luck. Beide gaven indirect uiting aan de woede en de verwarring van de Amerikanen over Irak en de oorlog tegen het terrorisme. En beide legden de nadruk op de persoonlijke moed die nodig is om in oorlogstijd kritiek te uiten op het regeringsbeleid. Het profiel van een mythische Edward R. Murrow, die tijdens de Koude Oorlog het McCarthyisme het hoofd bood, leverde impliciet kritiek op de behandeling van de regering-Bush door de media. Stevens Spielbergs dappere portret van gedesoriënteerde Israëlische killers liet zien hoe antiterroristische vergeldingsoorlogen zich tegen zichzelf kunnen keren.

Vergelijk de lijst van dit jaar eens met de ‘beste films' tijdens andere oorlogen. Om te beginnen de Tweede Wereldoorlog: in 1942 was de winnaar Mrs. Miniver, een tranentrekker over een Brits middenklassegezin tijdens de Blitz, waarvan zelfs regisseur William Wyler zei dat het ,,overduidelijk een propagandafilm'' was. De winnaar van 1943 was het meest romantische geval van oorlogstijdpropaganda dat ooit is gemaakt: Casablanca. In 1944 was het het sympathieke maar volslagen onbeduidende Going my way, met Bing Crosby als geestelijke crooner. Pas toen de oorlog ten einde liep, stond Hollywood zichzelf enige bezinning toe. De winnaar van 1945, The lost weekend, bood een genadeloze blik op de verschrikkingen van het alcoholisme, en die van 1946, The best years of our lives, toonde het trauma van de terugkerende oorlogsveteranen.

De films uit de tijd van de oorlog in Korea waren uitbundige staaltjes escapisme: de winnaar van 1951 was bijvoorbeeld het frivole An American in Paris.

Vietnam drong pas met vertraging door. Terwijl de oorlog escaleerde, werden de Oscars gewonnen door schattige, lichtvoetige films of Hollywoodverhalen-met-een-moraal: The sound of music (1965), A man for all seasons (1966), In the heat of the night (1967) en Oliver! (1968). Pas later heeft Hollywood de somberheid en de verwarring van de oorlog aangepakt, met The Deer Hunter, die de Oscar won in 1978, en Platoon, de winnaar van 1986.

Misschien geven de Oscarnominaties van dit jaar aan dat Amerika niet echt het gevoel heeft dat het in oorlog is. De oorlog in Irak raakt de militairen aldaar en hun naasten, maar voor de meeste anderen is het een abstractie. Wie zit te wachten op escapistisch amusement om je af te leiden van een oorlog waar je helemaal niets van ziet of hoort? In Good Night, and Good Luck en Munich huldigen wij de mensen die het vertrouwen verliezen in de mooie praatjes van de regering, niet de strijders.

De grote films over de oorlog in Irak zullen nog wel komen, wanneer de realiteit van dat conflict duidelijker wordt. De films die dit jaar kandidaat waren voor de onderscheiding ‘beste film' gaan over de oorlogen binnen onze cultuur, de oorlogen over ras en gender die binnen onze grenzen woeden en waar wij dagelijks mee worden geconfronteerd.

David Ignatius is columnist van Newsweek. © The Washington Post Writers Group.