Strijd om de gunst vande voorschrijver

De vergelijking van advocaat Boselie (veel te lage uitkering van een schadeclaim door de invloed van de verzekeraar op de advocaat van gedupeerde) gaat structureel mank. In het voorbeeld is de gedupeerde zonder twijfel tekortgedaan, omdat er een minderwaardige oplossing van het probleem is geboden.

Bij het aanwijzen van voorkeursgeneesmiddelen gaat het altijd om een aanwijzing binnen een groep onderling uitwisselbare middelen: me-too-preparaten, nieuwere `varianten` op het eerst uitgevonden molecuul, die het patent van dit eerste molecuul omzeilen, maar in werking gelijkwaardig zijn.

Door het (te) grote aanbod ontstaat er een buitengewoon actieve en voor voorschrijvers aantrekkelijke reclame voor, steeds weer nieuwe, me-too-preparaten. Om door alle bomen het bos te blijven zien, stellen voorschrijvers vaak zelf een lijst samen van een eerste en een tweede keus binnen een cluster van geneesmiddelen. Dit gebeurt vrijwel altijd in samenwerking met apothekers. Deze keuzes worden in Nederland vastgelegd in diverse regionale formularia en in de nationale standaarden voor bijv. huisartsen.

De door Boselie genoemde zorgverzekeraars geven met hun beloningsysteem tegendruk tegen de beloningsystemen die bestaan, en zeer effectief werken, van de kant van de farmaceutische industrie en zo melden zich nieuwe spelers op een al langer bestaand veld waar de strijd wordt geleverd om de gunst van de voorschrijver.