Rechtscollege berispt Autoriteit Financiële Markten

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) moet haar opsporings- en bestraffingstaken beter scheiden. Dat heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) duidelijk gemaakt in een beroep dat financiële dienstverlener Fortis tegen de AFM had aangespannen. Een boete van 10.000 euro die Fortis had gekregen wegens omstreden handel rond de beursgang van Via Networks is daarom vorige maand door deze hoogste rechter voor het bedrijfsleven vernietigd.

Of de uitspraak gevolgen heeft voor andere boetes die de AFM heeft opgelegd, is onduidelijk. De AFM benadrukt vandaag in een reactie dat de uitspraak specifiek geldt in deze zaak. Volgens verschillende juristen zullen in nog lopende zaken de advocaten zeker de betrokkenheid van bestuurders onderzoeken.

In de zaak bij Fortis was de in 2004 overleden bestuurder J. Kaptein van de AFM intensief betrokken bij zowel het onderzoek als bij het vaststellen van de boete . Daardoor ontstond volgens het CBb ‘minstens de schijn dat niet met de vereiste objectiviteit en onbevooroordeeldheid’ kon worden besloten over de bestraffing . ‘In lopende zaken zullen advocaten zeker dossiers opvragen om een intensieve betrokkenheid van bestuursleden aan te tonen’, zegt partner Jan Reinier van Angeren van Stibbe. Niemand kan zeggen hoeveel beroepen er nog lopen tegen boetes van de AFM.

Een woordvoerder van de AFM stelt dat al een aantal jaren geleden de betrokkenheid van bestuurders bij het onderzoek in de toezichtfase verder is gepreciseerd. ‘Maar wij kijken nog naar de verdere gevolgen van deze uitspraak van het CBb.’

Volgens partner Hendrik Jan de Ru van advocatenkantoor Allen & Overy wijst de uitspraak van het CBb op een zwakte in het Nederlands systeem, als onderzoek en bestraffing in één bestuursorgaan zijn samengevoegd. ‘Op bestuursniveau is dat nog niet altijd goed geregeld.’ De uitspraak kan daardoor ook gevolgen hebben voor andere toezichthouders, zoals de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) en de Opta.