Postdemocratie

De afgelopen weken bleken de media de grote verliezers. Zij moesten de bevolking informeren over de verkiezingsstrijd in de Nederlandse gemeenten. Die gaat tussen de lokale afdelingen van landelijke partijen met veelal onbekende gezichten en een onoverzichtelijke wirwar van plaatselijke partijen. Uiteindelijk gaan de gemeenteraadsverkiezingen om zaken als parkeerbeleid, verkeersdrempels, sluitingstijden van de horeca en een enkel bouwproject. Daar trek je weinig kijkers mee. ‘U stemt graag’, is de inspirerende slogan van de overheid om ons te bewegen vandaag een knop in te drukken. Maar waar stem je op? De echte hoofdpijndossiers in de gemeenten worden veroorzaakt door Europese regelgeving (luchtkwaliteit) en regeringsbeleid. En dan kun je je ook nog afvragen wat de invloed van de raadsleden is op de belangrijke beslissingen die in de gemeenten zelf worden genomen.

Ik hield me vooral bezig met het foppen van de stemwijzer (ik sta helemaal niet neutraal tegenover een opvangcentrum voor verslaafden in mijn buurt, dat lijkt me hartstikke leuk) en heb grof geld ingezet op de uitslag van de verkiezingen in Rotterdam en in Purmerend.

Het zou allemaal veel spannender zijn wanneer de bevolking ook een burgemeester mocht kiezen of (zoals de hoofdredactie van deze krant voorstelt) wanneer de raad na de verkiezingen een burgemeester kiest. Een strijd tussen personen is spannender dan een strijd tussen verkiezingsprogramma's en je kunt er makkelijker verslag van doen. Het laatste is niet alleen maar een cynische opmerking. De berichtgeving in de media is een belangrijke informatiebron. De afgelopen weken hebben we vooral gekeken naar debatten tussen landelijke politici die inhoudelijk maar weinig te maken hadden met verkiezingsstrijd in de gemeenten en bovendien, zo werd ons steeds verzekerd, amper invloed hadden op de uitkomst van die verkiezingen. Het is goed om je democratisch bestel zo in te richten dat er ook op een zinvolle manier verslag van kan worden gedaan.

Als de burgemeester werd gekozen, zouden de plaatselijke verkiezingen, door de personenstrijd, de media waarschijnlijk meer domineren. Je zou de indruk hebben dat jouw stem echt gewicht in de schaal legde. Maar draagt het kiezen van een burgemeester ook bij aan de verwezenlijking van het democratische ideaal?

In vakliteratuur duikt af en toe de term postdemocratie op. Ze slaat op een toestand waarin de democratische instituties feitelijk nog bestaan maar hun functie hebben verloren. Ze dienen niet meer om de stem van de kritische massa te vertegenwoordigen. In plaats daarvan weet een elite precies hoe ze die instituties moet gebruiken om maatregelen door te voeren waarvan ze bovenmatig profiteert. Het Engeland onder Thatcher, Bloomberg die zijn positie als burgemeester van New York kocht, het beleid van de regering-Bush, het zijn allemaal voorbeelden van postdemocratie volgens de verontruste schrijvers. De besluiten van de elite zijn formeel gelegitimeerd, dat wil zeggen dat er keurig over gestemd is. Maar van een materiële legitimatie is allang geen sprake meer; de besluiten vertegenwoordigen niet de wil van de bevolking. In een post-democratie maken de media van de verkiezingen een strijd tussen karakters, in plaats van een strijd tussen verkiezingsprogramma's. Die programma's worden toch niet uitgevoerd.

Zou de invoering van een gekozen burgemeester ertoe leiden dat de wil van de bevolking in meer besluiten tot uiting komt? Of zou het ons juist verder afleiden van het democratische ideaal waarin de bevolking uiteindelijk de macht heeft? In Londen vreesden sommigen voor het laatste toen de regering-Blair een gekozen burgemeester instelde. Critici waren bang dat het ambt zou worden gekocht door een mediamagnaat. Dat is niet gebeurd, de linkse burgemeester Livingstone kan moeilijk een marionet van het grootkapitaal of van de regering worden genoemd. Maar we moeten niet te vroeg juichen; we kunnen pas een conclusie trekken wanneer Livingstone (wiens grote verdienste was dat hij een fel tegenstander was van de in Londen verafschuwde Thatcher) is afgetreden en een echte verkiezingsstrijd losbarst.

Zouden wij ons naar een postdemocratie bewegen? In ieder geval zien de lokale overheden zich gedwongen om steeds meer met het bedrijfsleven samen te werken. Er is nog geen manier gevonden om controle op die samenwerking goed vorm te geven. Contracten mogen vaak hooguit vertrouwelijk worden ingezien, er over van gedachte wisselen met de achterban is dan onmogelijk. De controle op de samenwerking in de regio's verloopt moeizaam, omdat we tussen gemeente, rijk en provincie geen vierde bestuurslaag willen creëren. Op grensoverschrijdende samenwerking tussen gemeenten is het voor een raadslid vrijwel onmogelijk om invloed uit te oefenen. Dan hou je behalve de eerder genoemde verkeersdrempels nog maar weinig over. Dat is zorgelijk en pleit eerder voor het instellen van andere controlerende organen (bijvoorbeeld een raad van gekozen vertegenwoordigers die zich uitsluitend bezighoudt met Schiphol: de Schipholraad) dan voor een gekozen burgemeester.

Ik denk dat verkiezingen voor controlerende organen die een grote invloed hebben op het beleid van de regio's, van grensoverstijgende samenwerking of bijvoorbeeld de uitvoering van de sociale zekerheid net zo spannend zijn als een strijd tussen personen en bovendien meer bijdragen aan het democratisch ideaal. Een complexe samenleving die zich niets aantrekt van gemeentegrenzen, vraagt om nieuwe vormen van democratie. Ik hoop dat het debat zich na vandaag op die nieuwe vormen richt.

Het beeld van de postdemocratie is verontrustend en het uitbrengen van je stem moet meer opleveren dan het inherente genot dat gepaard gaat met het vervullen van de democratische plicht.

Menno van der Veen is jurist, filosoof en programmamaker bij de Balie in Amsterdam.