‘Opinieonderzoek is niet exact'

In ons democratische systeem kan niet ieders mening gehoord worden. Maar iedereen heeft wel een mening. ‘Zodra mensen uitgesloten worden, zullen sommigen dat niet pikken.’

Historicus Arjan van Dixhoorn

Nederlanders voelen zich onvoldoende vertegenwoordigd door degenen die ze hebben gekozen. Dit is het zogeheten representatieprobleem, beter bekend als de kloof tussen kiezer en gekozene. Om erachter te komen wat leeft in de samenleving en de kloof te kunnen verkleinen, worden opinieonderzoeken uitgevoerd.

Maar representeren deze opinieonderzoeken wel wat onder het volk leeft? Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) had alle reden om zich dat af te vragen. Een halfjaar voordat Pim Fortuyn in 2002 postuum zesentwintig Kamerzetels in de wacht sleepte, rapporteerde het SCP dat Nederlanders welvarend en tevreden waren.

Historicus Arjan van Dixhoorn schreef in het kader van het ‘evaluatieproces’ van het SCP een essay met de titel De stem des volks. ‘Bij opinieonderzoek is het probleem van representatie net zo groot als in de politiek, maar dan verhuld in het kleed van de wetenschap. Wetenschappers, hoogopgeleiden, zeggen wat het volk vindt. Zij bepalen welke vragen op welke manier gesteld worden en staan zo tussen de mensen en de onderzoeksresultaten in.’

Moet het SCP zich maar opheffen?

‘Nee, dat niet. Opinieonderzoeken blijven nodig. Hoe onvolkomen ook, het is een instrument om een gemene deler van wat mensen vinden te formuleren. De onderzoeken moeten alleen niet als exacte wetenschap gepresenteerd worden. Dat is het niet.’

Wat kunnen onderzoekers doen om hun kloof tot het volk te verkleinen?

‘Ze zouden meer participerend onderzoek moeten doen, door mensen in actie te bestuderen. Bijvoorbeeld bij stille tochten. Het is een kleine groep die daar aan meedoet, die vind je niet terug in een opinieonderzoek. Toch hebben ze door hun actie grote invloed.’

Wat moeten politici daarmee doen?

‘Ze moeten zich realiseren dat de publieke opinie voortkomt uit een rationele afweging. Onder elites bestaat de traditie te denken dat het volk niet in staat is tot zindelijk denken, maar emotioneel reageert, vanuit de onderbuik. Bij de analyse van de Fortuynrevolte werd ook vaak gezegd dat de onderbuik van zich had laten horen. Ik denk dat mensen op basis van een rationele afweging voor Fortuyn hebben gekozen.’

Kan de lokale politiek het probleem van representatie verkleinen?

‘Nee. De lokale politiek heeft hetzelfde probleem als de landelijke. Lokale politici worden steeds professioneler. Verreweg de meesten zijn academisch opgeleid en niet representatief voor de bevolking.’

Willen Nederlanders nog wel gerepresenteerd worden?

‘Mensen zijn politiek geëmancipeerd. Iedereen heeft een eigen mening en wil dat die gevolg krijgt, maar dat gaat niet in ons systeem.’

Hoe kan dat opgelost worden?

‘Door zaken als het burgerinitiatief en de gekozen burgemeester. We zouden meer referenda kunnen houden. Ik denk dat het referendum over de Europese Grondwet een groot succes was. Mensen waren betrokken en politici moesten gehoor geven.’

In uw essay heeft u het over directe, deliberatieve vormen van democratie. Wat bedoelt u daarmee?

‘Bij deliberatieve democratie laat je burgers echt een besluit nemen over een bepaalde kwestie. Burgers die persoonlijk geraakt worden door de kwestie en de beleidsmakers gaan om de tafel en moeten het met elkaar eens worden.’

Moet ons democratische systeem veranderen?

‘Het democratische systeem heeft de neiging om mensen buiten te sluiten. Exclusieve elites ontstaan, die de beslissingen nemen. Een democratie moet regelmatig hervormd worden. Wij hebben een tijd gedacht dat onze democratie af was. Tijdens de Koude Oorlog was er een ander pervers systeem waar we ons tegen af konden zetten. Die tijd is voorbij.

‘Zodra mensen uitgesloten worden door een elite zullen sommige van hen dat niet pikken. Zij proberen in te breken in de elite en toegang te krijgen tot de besluitvorming. Als dat niet lukt, gaan ze op zoek naar andere manieren. Soms heeft dat een perverse uitwerking. Mohammed B. vond dat hij niet gehoord werd.

‘In Nederland zijn veel mensen met bestuurservaring, doordat we hier zoveel verenigingen hebben, die nu niet weten door te dringen in de bestaande partijen. Zij zullen op andere manieren proberen invloed te krijgen. De komende jaren zullen we nog veel getalenteerde mensen zien doorbreken, buiten de bestaande partijen om.’