Nordic

Vorig jaar zag ik het voor het eerst in de vrije natuur. Twee wandelaars die in iedere hand een dunne stok vasthielden waarmee ze zich, als langlaufers, bij iedere stap afzetten op de grond. Ik keek ze verbaasd na. Waarom zoveel gedoe als het met gezonde ledematen zo gemakkelijk kan?

Dat was mijn kennismaking met wat ‘nordic walking' bleek te heten. Sindsdien heb ik het vaker gezien, al is het nog geen populaire vorm van wandelen geworden. Daar moest maar eens verandering in komen, vond mijn schoenwinkelier in Amsterdam-West, en hij nodigde me uit voor een gratis instructieles. Niet geheel belangeloos, want hij hoopt rijk te worden met de verkoop van de bijbehorende attributen.

Op de heenweg kwam ik al in de stemming dankzij een raambiljet waarop een cursus ‘Pilates' werd aanbevolen. Een bewegingsmethode, tachtig jaar geleden door ene Joseph Pilates uitgevonden, die je lichaam soepeler maakt en je een betere houding geeft, waardoor ook de stress vermindert. Ik geef het maar even door.

Wij westerlingen hebben zo langzamerhand een obsessie met bewegen. Rennen, roeien, rijden - we doen niet anders in onze schaarse vrije tijd. Wie liever thuis in zijn stoel blijft, is lui en asociaal. Toch kan hem daar het minst overkomen. Bovendien, geen groter genoegen voor de stoelzitter dan een goed boek en af en toe een blik op teletekst met de laatste melding over eeuwige files op weg naar de wintersportgeneugten.

Mijn mijmeringen verdampten bij de aanblik van de instructrice op de stoep van mijn schoenwinkelier. Ze zag er sportief en kordaat uit, een tevreden mens die ongetwijfeld veel bewoog. Ze overhandigde mij en een ouder echtpaar twee lange stokken die ‘poles' bleken te heten en opvallend licht waren. Hoe lichter, hoe beter, begreep ik - en hoe duurder. Het was als het leven zelf.

Maar eerst gingen we een tochtje maken.

Kent u de Bilderdijkstraat? Dat is geen P.C. Hooftstraat. De Bilderdijkstraat is een drukke winkelstraat voor gewone Amsterdammers die niet van kapsones houden. En uitgerekend in die straat begaf ik mij, wankelend tussen twee merkwaardige stokken en geflankeerd door een al even geteisterd bejaard echtpaar, achter een ferm voortstappende instructrice naar de verkeerslichten. Dat was vragen om vragen.

‘Op weg naar de afdaling?’

‘Legt er al sneeuw?’

Zo strompelden wij naar een parkje, waar we gelukkig wat meer uit het zicht waren. De instructrice was niet tevreden over mijn houding. ‘Ik kan merken dat u altijd met uw handen in uw zakken loopt. U moet flink leren zwaaien met uw armen.’

Ze deed alles geduldig voor en we probeerden haar na te doen, maar het lukte niet. We kregen het goede ritme niet te pakken, terwijl we als aangeschoten kraanvogels in de modder rondfladderden. De vrouw van het echtpaar zwiepte met haar stokken gevaarlijk langs mijn gezicht, hoewel nordic walking bedoeld is om je gewrichten te ontlasten, niet om andere wandelaars te slaan.

‘Acht lessen, en u heeft het onder de knie’, troostte de instructrice.

Maar wij moesten eerst nog terug naar de Bilderdijkstraat - ons Golgotha.