Kruideniersmentaliteit

Gisteren begon het proces tegen vier voormalige topmannen van het detailhandelsconcern Ahold, in een kwestie die het begrip ‘kruideniersmentaliteit' een geheel andere betekenis heeft gegeven: het boekhoudschandaal dat in 2002 boven water kwam. In dochterbedrijven in Argentinië en de Verenigde Staten werden onregelmatigheden geconstateerd. Maar het belangrijkste is dat het concern een misleidende representatie gaf van zijn omzet en winst, door bedrijven die niet afdoende in zijn bezit waren toch volledig mee te tellen in zijn balans en winst- en verliesrekening.

De kwestie heeft sindsdien geleid tot een waterval van procedures. Het bedrijf Ahold heeft inmiddels een hoge prijs betaald - letterlijk. Het schikte vorig jaar een zaak die door boze beleggers was aangespannen met een recordbedrag van 945 miljoen euro. Voor de vennootschap Ahold is de kous af. Het concern kan zich nu permitteren weer naar de toekomst te kijken. Dat geldt niet voor de oud-bestuurders, onder wie voormalig chief executive officer Cees van der Hoeven. Zij moeten zich verantwoorden tegenover de rechter in een zaak die, zoals nu verwacht, tot juni kan gaan duren.

Het verhaal van Ahold doet inmiddels klassiek aan: een concern dat in de jaren negentig een snelle internationale expansie nastreefde, overnames aaneenreeg en stuurde op een duurzame stijging van de winst per aandeel. Zo'n missie, waarvoor de aandelenkoers een Leitmotiv was, kan gaan knellen. Als de ontwikkeling van winst en omzet dreigt te stagneren, groeit de verleiding de grenzen van de boekhoudkunde te verkennen. Winst is geen vaststaand begrip, maar eerder een construct, waaraan gesleuteld kan worden. Dat kan binnen de regels, maar natuurlijk ook daarbuiten.

De Ahold-zaak, zoals deze affaire blijft heten ofschoon de vennootschap er nu niets meer mee te maken heeft, komt niet alleen. Met name in de Verenigde Staten is een aantal geruchtmakende kwesties afgewikkeld, of nog onder de rechter. Onder anderen topman Ebbers van telecomconcern Worldcom werd vorig jaar veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf wegens fraude. Denniz Kozlowski van het conglomeraat Tyco kreeg een even hoge straf wegens zelfverrijking. Vader en zoon Rigas van kabelbedrijf Adelphia kregen wegens fraude lange vrijheidsstraffen. En vorige maand begon de meest geruchtmakende zaak van alle: die rondom Enron, de energiereus die in 2001 omviel en waarvan onder anderen oud-topman Kenneth Lay nu strafrechtelijk wordt vervolgd. Een uitspraak wordt in juni verwacht.

De zaak-Ahold is, vergeleken bij deze kwesties, bescheiden. Maar hij is niet minder veelzeggend. De fraudezaken suggereren dat de bewegingsvrijheid van bestuurders in het verleden wel erg groot is geweest en dat toezicht en tegenspraak te veel ontbraken. Maar de reactie kan ook doorschieten. Sinds ‘Enron' zijn aan bestuurders in de VS draconische verantwoordingsverplichtingen opgelegd, die onder meer zijn vastgelegd in de zogenoemde Sarbanes-Oxley Act, die ook geldt voor bestuurders van buitenlandse ondernemingen die in Amerika actief zijn - dus ook Nederlandse bedrijven.

Dat, zoals in het verleden, te veel ongecontroleerde macht in handen komt van één bestuurder of een kleine groep bestuurders, moet worden voorkomen. Maar het leiden van een grote onderneming vergt ook besluitvaardigheid, geloof in eigen kunnen en de wil tot het nemen van risico's. Er moet wel ruimte blijven om besluiten te nemen. En dus ook om, uiteraard binnen de grenzen van de wet, fouten te mogen maken.