Koeienvel

Noem de plaatsen Ledegem en Ichtegem en een oude pijn ontrukt zich aan de vergetelheid. Nee, ik bewaar geen fijne herinneringen deze tochtgaten Gods.

Eigenlijk zeg ik het verkeerd. Ik herinner me er wel erg fijne ochtenden, maar het waren de West- Vlaamse namiddagen die me opbraken. Het zat zo. In Ledegem en Ichtegem werden daags na elkaar voortreffelijke voorjaarskoersen georganiseerd. Onbeduidende koersen, de uitslagen haalden de Nederlandse kranten niet eens, maar ondertussen reed je wel twee dagen achter elkaar het winderigste equivalent van Gent-Wevelgem. Kwam ik in Ledegem al gevierendeeld over de finish, in Ichtegem bestond mijn persoonlijkheidstructuur uitsluitend nog uit verkleumd melkzuur en onduidelijke zitvlakblessures.

De twee koersen bestaan niet meer. Er is iets veel beters voor in de plaats gekomen. In 2003 sloeg men in West-Vlaanderen de handen ineen, en werd voor het eerst de ‘Record 3-daagse' door het eenzame landschap getorpedeerd met etappeplaatsen als Bellegem, Handzame, en, jawel, Ichtegem. Een hernieuwd eerbetoon aan wind, natuur en nattigheid.

Maar toen. De Record 3-daagse 2005 was nog geen halve dag onderweg toen hevige voorjaarssneeuw definitief de slagboom liet zakken. De hele onderneming werd afgeblazen, een winnaar kon niet bekend worden gemaakt. ‘Wij komen gesterkt uit deze strijd en zijn zelfs vastberaden er volgend jaar een spetterend geheel van te maken’, liet de organisatie toen weten.

Ik heb een zwak voor dergelijke taal. Ze is zo amechtig dat je ze zonder meer idealistisch kunt noemen. De leefbaarheidpropaganda zou er haar voordeel mee kunnen doen. Op de website van de Record 3-daagse vind ik foto's van de organisatiecomités in de verschillende etappeplaatsen. Eén voor één klik ik ze aan en word getroffen door de oprechte inteelt van het ideaal. Koppen zoals je ze alleen in West-Vlaanderen (en in Zwitserland, in een dorp aan het einde van een dal) aantreft. Koppen om eng van te worden.

Goed, de Record 3-daagse van 2006. Johan Museeuw nam desgevraagd het patronaatschap van de koers op zich. De website geeft geen uitsluitsel, maar vooralsnog ga ik ervan uit dat de ‘Johan Museeuw Classic' een subtitel is. De turbulente koers werd gewonnen door Nico Eeckhout (mooie naam, qua spelling). Maar mooier nog dan de naam is het ontwerp van de leiderstrui. En dat is dan de grootste sprong voorwaarts die ze in West-Vlaanderen hebben gemaakt.

Eveline Hoorens, vriendin van de Antwerpse machinepoëet Panamarenko, leverde de tekeningen. Het geel van de leider kreeg een vuurmotief. De puntentrui werd een graslandschap. Het tricot van de tussensprint was gebaseerd op een rood blad met groene nerven. Voor het wit van de beste jongere liet ze zich inspireren door een koeienvel. Design in het peloton interesseert me doorgaans geen moer. Ik hanteer de maatstaf dat een helikoptershot me de juiste coördinaten dient te verschaffen van cruciale individuen. Eveline Hoorens liet zien dat veraf hetzelfde is als dichtbij. Het koeienvel beneden interpreteerde ik als een artistieke knipoog: waar Museeuw opduikt, is de veearts niet ver.