‘Kerkbesturen komen bij ons hun heilige zoeken'

Het kerkelijk kunstbezit is in gevaar. Staatssecretaris Medy van der Laan wil de subsidie voor de registratie van religieuze schatten in kerken en kloosters stopzetten, juist nu die vruchten begint af te werpen.

Kerkelijke kunst in de oude opslag van het bisdom Den Bosch Foto SKKN SKKN

Wie het kantoor van de Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland binnenstapt, waant zich in de wereld van Het Bureau van J.J. Voskuil. Overal boekenkasten, overvolle tafels en bureaus, kasten vol mappen en zelfs een koffiekamer met geklets en rinkelende kopjes. De afgelopen dertig jaar heeft de stichting een groot deel van het kerkelijk kunstbezit in kaart gebracht.

Vier van de acht medewerkers zijn voortdurend op pad - vroeger met papier en fototoestel, tegenwoordig met laptop en digitale camera - om vast te leggen wat zich in kerken en kloosters aan preekstoelen, beelden, kandelaars, avondmaalbekers, altaarstukken, statenbijbels en lezenaars bevindt. Al het religieuze kunstbezit is tot in detail gefotografeerd en beschreven op formulieren in de kaartenbakken. ‘Deze vorm van opslag van de gegevens is wel kwetsbaar’, zegt kunsthistorica Pia Verhoeven van Kerkelijk Kunstbezit. ‘Daarom willen we alles digitaliseren, dat is veiliger en beter toegankelijk voor wetenschappelijk onderzoek.’

De Stichting Kerkelijk Kunstbezit werd in 1977 opgericht door de grote christelijke kerken en het toenmalige ministerie van Cultuur. De kerken betalen de inventarisatie (40 procent van de begroting), de rest, registratie van het cultuurgoed, komt voor rekening van de overheid (dit jaar 270.000 euro). Staatssecretaris Van der Laan (Cultuur, D66) wil deze subsidie stopzetten.

De stichting heeft in bijna dertig jaar de inhoud van nagenoeg alle rooms-katholieke en oud-katholieke kerkgebouwen geïnventariseerd, ook de meer dan honderd die de afgelopen jaren buiten gebruik zijn gesteld. Alleen al bij de katholieke kerken gaat het om in 87.481 objecten. ‘Veel oude hervormde kerken zijn eveneens geïnventariseerd’, zegt Mart van der Sterre, directeur van de stichting, ‘de gereformeerde vaak nog niet. Daar is wel haast bij. Waar Nederlands hervormd en gereformeerd samengaan, gaat de gereformeerde kerk meestal dicht, want men geeft de voorkeur aan de vaak middleeuwse hervormde kerk.’

Een van de oudste en meest kostbare verzamelingen religieuze voorwerpen bevindt zich in de Utrechtse Gertrudiskerk, een oud-katholieke kathedraal, pal naast de voordeur van de stichting. In de kerk zijn de relikwieën bijeengebracht die tijdens de beeldenstorm uit de Domkerk en andere Utrechtse kerken werden gered. Ook liggen hier de oudste Nederlandse bisschoppelijke gewaden met rijk borduursel en veel gouddraad en franje. Verhoeven: ‘De liturgische kleding in de sacristie wordt goed bewaard, met rollen in de kleding zodat er geen verkeerde vouwen in komen. De temperatuur is het hele jaar constant.’ Maar niet alles past daar in. Van der Sterre: ‘Zelfs in de verwarmingskelder liggen kledingstukken, waar het nu gewoon te heet is. En 's zomers wordt de grasmaaier naast de ladenkast geparkeerd. Dat komt het behoud niet ten goede. En de mensen hier zijn zich nog bewust van de enorme waarde van de spullen.’

Voor behoud van kerkelijk textiel elders heeft de stichting een brochure gemaakt met informatie en tips. ‘Staatssecretaris Van der Laan heeft ons te verstaan gegeven dat we eind 2008 met ons werk klaar moeten zijn’, zegt Pia Verhoeven, ‘maar dat kan gewoon niet gezien de positie die we innemen. Wij geven laagdrempelige cursussen ‘behoud en beheer' aan vrijwilligers die verantwoordelijk zijn voor kerkelijk kunstbezit. Zo geven we les in verantwoord zilverpoetsen. We helpen kerken die moeten sluiten een goede bestemming te vinden voor hun religieuze voorwerpen. We proberen die zoveel mogelijk terug te plaatsen in een omgeving waarin ze hun functie behouden. We hebben alle geregistreerde voorwerpen op foto staan.’

Op de website van de stichting (www. skkn.nl) zijn uit kerken gestolen voorwerpen te zien. ‘Op die manier helpen we de politie en de eigenaars ze terug te vinden. We pluizen ook catalogi van veilinghuizen na op gestolen voorwerpen. Er is geen enkele instantie die dit werk kan overnemen.’

Bovendien is volgens Verhoeven de inventarisatie niet afgerond. ‘We moeten nog ongeveer duizend kerken en kloosters bezoeken. Ook zijn in de eerste inventarisatie sommige zaken niet opgenomen, omdat hun cultuurhistorische waarde nog niet werd werd onderkend - de katholieke neogothiek bijvoorbeeld.’

Van der Sterre zou graag zien dat er met steun van overheid, bedrijfsleven en kerken een speciaal fonds komt voor behoud en beheer van kwetsbare kerkelijke kunst. Hij zal daarvoor pleiten als binnenkort een delegatie Kamerleden op bezoek komt. ‘Oude dorpskerken waren in de Middeleeuwen aan een heilige gewijd. Nu informeren protestantse kerkbesturen bij ons of er wellicht nog een afbeelding van hun heilige te vinden is, zodat ze die in hun kerk kunnen plaatsen. Voor wetenschappelijk onderzoek zijn onze archieven ideaal. Oude kerken werden naar heiligen genoemd, maar op welke schaal zijn later gebouwde hervormde kerken naar eigentijdse heiligen genoemd, zoals de Willem de Zwijger en later Wilhelmina?’ Pia Verhoeven: ‘We zouden veel meer moeten publiceren, maar er is zoveel te doen.’