Italiaanse opera's missen speelse ironie

De Nederlandse Opera, sterk gericht op een onconventionele aanpak, heeft een moeizame verhouding met het fel-realistische repertoire dat voor conceptuele regisseurs lastig is te ensceneren. Zo waren er lang uitgestelde en bevreemdende producties van Verdi's La traviata (1993) en van Bizets Carmen (1999).

Tania Kross (links) en Zoran Todorovich Foto Marco Borggreve Borggreve, Marco

Nu beleeft de populaire Italiaanse dubbelvoorstelling Cavalleria rusticana/ Pagliacci - in 1983 voor het laatst door de Opera uitgevoerd - zijn debuut in het Amsterdamse Muziektheater. Deze nieuwe versie van een voorstelling in Essen uit 2004, is van de Belg Guy Joosten, onder de eigentijdse regisseurs een milde traditionalist.

Het eenheidsdecor van Johannes Leiacker voor beide broeierige stukken over overspel, jaloezie en passionele moord, is bijzonder conventioneel: een realistisch stadsgezicht met een galerij, een terras en de achterkant van een oud huizenblok - aan een muur hangt een affiche voor een film van Federico Fellini.

Eindelijk klopt alles hier, denkt men even, als men vergeet dat Cavalleria rusticana speelt in een Siciliaans boerendorp. De enscenering verloopt zelfs in ouderwets Italiaanse stijl, wat houterig, voorspelbaar en met een koor van dorpelingen dat op deze Paasmorgen degelijk ingestudeerd ter kerke gaat, en het later keurig gechoreografeerd op een zuipen zet.

Zó traditioneel is alles dat er wel iets achter moet steken. De Italiaanse operapathetiek rond de wanhopig verlaten Santuzza wordt dan ook steeds karikaturaler, onrealistischer en ridiculer, met armen die molenwiekend ten hemel worden geheven en een drinkscène van Turiddu en de wulpse Lola waarbij de wijnflessen aan de mond worden gezet. Dat Turiddu tijdens het duel met zijn rivaal Alfio onder de ogen van zijn moeder zelfmoord pleegt, kan er nog wel bij.

Fellini zou het Italiaanse samengaan van religiositeit, opera en dagelijks leven, de hang naar grote en destructieve emoties en de moord op de dag van de opstanding van Christus, op speelsere wijze en met liefdevollere ironie hebben gefilmd.

Na de pauze krijgt Pagliacci - duidelijk het betere stuk - van Joosten een andere behandeling. Het geliefde operaatje over een clownsvoorstelling waarbij de fictie van een driehoeksverhouding overgaat in de werkelijkheid van een crime passionel, wordt hier zelfs volgens de conventie rechtoe-rechtaan uitgevoerd. Een dubbele bodem ontbreekt, terwijl men die toch verwacht na zo'n relativerende Cavalleria, extra cynisch omdat dirigent Carlo Rizzi de zinderende muziek, zoals het Intermezzo, veelal erg geserreerd liet klinken. Pagliacci klonk voorbeeldig theatraal.

Vocaal mag de productie er zijn. Jammer was dat gisteravond bij de première Carol Vaness nog niet was genezen van een stembandinfectie. Ze acteerde in Cavalleria rusticana wel de rol van Santuzza, die vanaf het zijtoneel heel goed en met steeds grotere expressie werd gezongen door Janny Zomer. Tania Kross is met haar sensuele presence een exemplarische Lola.

De mannenrollen zijn goed gecast met een zeer riant zingende Zoran Todorovich als Turiddu en Zeljko Lucic als Alfio, ook Tonio in Pagliacci. Daarin wordt verder voortreffelijk en met veel inzet gezongen door Ana Maria Martinez als Nedda. Bariton Dennis O'Neill heeft als Canio veel succes met zijn tragische paljaslied Vesti la giubba: ‘lach om de pijn, die vreet aan je hart’.

Voorstelling: Cavalleria rusticana (P. Mascagni)) en Pagliacci (R. Leoncavallo) door de Nederlandse Opera en Ned. Philh. Orkest o.l.v. Carlo Rizzi. Decor: Johannes Leiacker; kostuums: Klaus Bruns; regie: Guy Joosten. Gezien: 6/3 Muziektheater. Herh.: t/m 31/3. Res.: (020) 6255455