In slechte crèches zijn peuters bang

Ruim één op de twintig crèches is slecht. Dat concludeert pedagoog Mirjam Gevers Deynoot-Schaub uit een onderzoek dat ze deed naar de ervaringen van kinderen in Nederlandse crèches.

Angstige of agressieve peuters worden in een slechte crèche nog angstiger of agressiever. Ze horen er weinig anders dan pas op! en mag niet! van de leidsters. Er wordt niet met hen gespeeld. In een goede crèche, zegt Gevers Deynoot, proberen leidsters die kinderen te corrigeren. In een slechte crèche wordt alleen maar tegen hen gesnauwd. En dan wordt agressief en angstig gedrag erger.

Gevers Deynoot stelde vast dat agressief gedrag bij kinderen van vijftien maanden goed voorspelt hoe die kinderen zich acht maanden later gedragen: nog steeds agressief. Het zijn kinderen - vooral jongens - die alleen naar een ander kind toegaan om het te slaan of iets af te pakken.

In een slechte crèche letten leidsters te weinig op de kinderen die angstig zijn en zich terugtrekken. Daardoor, meent de onderzoekster, hebben die kinderen minder kans om sociale vaardigheden te ontwikkelen. Zij vindt dat er voor kinderen van nul tot twee jaar meer leidsters moeten komen, die beter moeten worden opgeleid.

In het rapport Hoe het werkt met kinderen van het Sociaal en Cultureel Planbureau stond dat Nederlandse vrouwen weinig vertrouwen hebben in crèches, maar níet omdat ze denken dat crèches slecht zijn. Ze vinden dat kinderen door hun moeder moeten worden opgevoed. Gevers Deynoot, die vorige week op haar onderzoek promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam, zegt dat ze zich beter druk kunnen maken om de kwaliteit van de crèches.

leidsters:pagina 8
    • Jannetje Koelewijn