Hoed af voor Agnes van Ardenne

Een sterk verhaal, dacht ik toen ik in deze krant van 28 februari het artikel ‘De spotprentencrisis, een vertekend beeld' van Agnes van Ardenne las, dat zij publiceerde in twee Arabische kranten. Prachtig dat de Nederlandse minister voor Ontwikkelingssamenwerking een groot Arabisch publiek de oren wast en zegt waar het op staat. ‘In onze mondiale economie zijn open samenlevingen in het voordeel: de vrije toegang tot informatie in die landen leidt tot meer innovatie en grotere productiviteit.’

Zij heeft zelfs de moed haar Arabische publiek te wijzen op het Arab Human Development Report van de Verenigde Naties. De kracht van dit rapport is dat het van de eerste tot de laatste letter is geschreven door Arabische wetenschappers die van hun eigen samenlevingen geen spaan heel laten. Nuchter stellen zij vast dat het bruto nationaal product van Spanje (ruim 40 miljoen inwoners) even groot is als dat van de tweeëntwintig Arabische landen (280 miljoen inwoners) samen. Tientallen miljoenen jonge mensen groeien op in armoede en werkloosheid.

In de hele Arabische wereld worden per jaar driehonderd buitenlandse boeken vertaald - eenvijfde van het aantal vertaalde boeken in Griekenland (nog geen 11 miljoen inwoners). Investeringen in research zijn minder dan een zevende van het wereldgemiddelde. Nergens in de wereld worden zo weinig kranten gedrukt als in de Arabische wereld: 53 kranten per duizend inwoners, en die kranten worden nog zwaar gecensureerd ook. 65 miljoen Arabieren, onder wie 40 miljoen vrouwen kunnen lezen noch schrijven.

De oorzaken van al die ellende zijn volgens de wetenschappers duidelijk: geen vrijheid van meningsuiting, geen vrijheid van vereniging (vakbonden) en geen behoorlijk onderwijs. En het ergste van alles is de positie van de Arabische vrouwen. ‘Treurig genoeg’, zo stelt het rapport vast, ‘berooft de Arabische wereld zichzelf van de creativiteit en de productiviteit van de helft van haar bevolking.’

Niet gering dus als een Nederlandse minister in twee Arabische kranten de aandacht vestigt op dit rapport. In feite zegt zij tegen de machthebbers: beste mensen, het is allemaal jullie eigen schuld, het wordt tijd dat jullie de burgers enkele essentiële vrijheden toestaan.

Ik was dus blij met het artikel van Agnes van Ardenne.

Maar helaas, ik blijk het allemaal verkeerd te hebben begrepen, als ik tenminste Leon de Winter moet geloven die de minister (Opiniepagina, 2 maart) slordig lezen en denken verwijt en haar artikel omschrijft als ‘het treurige deuntje van de appeaser’. Want de minister vroeg óók aandacht voor haar opvatting dat, zoals de Deense cartoonrel bewijst, sprake is van vervreemding en niet van verzoening tussen de grote wereldgodsdiensten en dat de vrijheid van meningsuiting ons niet ontslaat van de verantwoordelijkheid ons te verdiepen in de diverse culturen en religies van onze globaliserende wereld.

Deze mening van Van Ardenne is een discussie waard, maar die moet dan niet worden gevoerd op de manier die wij zo langzamerhand van Leon de Winter maar al te goed kennen: grote woorden en verdachtmakingen: de minister is een slordige denker, lezen kan zij ook al niet, haar artikel is bizar en zij doet aan appeasement.

De Winter verwijt Van Ardenne ook dat Nederland met een land als Jemen een geslaagde bilaterale ontwikkelingsrelatie onderhoudt die is gebaseerd op wederzijds respect. ‘Het staat er echt’, schrijft hij, ‘wederzijds respect’. En dan citeert hij een preek van een imam uit Jemen die Allah smeekt alle joden en alle christenen met hun aanhangers te vernietigen. Is dat een reden geen goede relatie te onderhouden met Jemen waar Van Ardenne onlangs op bezoek is geweest en waar zij, zoals zij in haar artikel schrijft, een project voor de opleiding van onafhankelijke journalisten ondersteunt? Dat lijkt mij zeer nuttig. En religieuze fundamentalisten zitten overal. Op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever zingen schoolkinderen als zij in de bus naar school gaan: ‘Dood aan de Arabieren! Alle Arabieren moeten dood!’

Die kinderen hebben dat natuurlijk niet van zichzelf, dat hebben zij van hun ouders. Deze zwaarbewapende kolonisten vernietigen op grote schaal de boomgaarden van Palestijnse boeren. Tienduizenden olijfbomen zijn al door hen omgezaagd. De regering en het leger treden daar niet of nauwelijks tegen op.

Is het gezang van die kinderen en het misdadige racisme van joodse kolonisten een reden om geen geslaagde bilaterale relatie, gebaseerd op wederzijds respect, met Israël te onderhouden? Dat zal Leon de Winter niet snel beweren. Ik ook niet trouwens. Wel vind ik dat de Europese regeringen Israël duidelijk moeten maken dat het zo niet langer kan, precies zoals Agnes van Ardenne haar gesprekspartners in Jemen duidelijk maakte dat de Four Freedoms van de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt, waaronder de vrijheid van meningsuiting, onaantastbaar zijn.

Kortom, hoed af voor minister Agnes van Ardenne.

www.nrc.nl/opinie:- Artikel Van Ardenne ‘De spotprentencrisis: een vertekend beeld'- Artikel De Winter ‘Van Ardenne is slordig denker'

Arie Kuiper is publicist.