Het ei van Welten

Veelplegers horen in een Inrichting voor Stelselmatige Daders (ISD). Zo eenvoudig is het volgens het Amsterdamse politiekorps. Niet iedereen is onder de indruk.

De Amsterdamse hoofdcommissaris Welten is door burgemeester Cohen en hoofdofficier van justitie De Wit op zijn plaats gewezen. Aanleiding was de manier waarop de politiechef de justitie had toegesproken naar aanleiding van een rapport van zijn korps over veelplegers. De Amsterdamse politie wil af van het verschijnsel ‘draaideurcrimineel', lastpakken die verschillende keren per jaar moeten worden opgepakt. Soms wel honderd keer, zegt de politie.

En dat terwijl justitie tegenwoordig beschikt over een speciale maatregel in de vorm van de Inrichting voor stelselmatige daders (ISD). Deze maatregel komt voort uit de ‘SOV-maatregel', die vijf jaar geleden werd ingevoerd. SOV staat voor strafrechtelijke opvang van verslaafden. De ISD-wet uit 2004 breidde deze maatregel uit tot alle categorieën veelplegers. Het voornaamste criterium is drie eerdere veroordelingen binnen vijf jaar plus kans op herhaling. De maximumduur van ISD bedraagt twee jaar.

Een ei van Columbus? Dat is te snel gezegd. ISD is een ‘ultieme maatregel’, waarschuwt hoofdofficier De Wit. Het vergt een uitgebreide documentatie om iemand voor langere tijd van de straat te halen. De rechtbank in Rotterdam wees vorig jaar april ISD af in het geval van een man die was gepakt voor diefstal en 62 bladzijden justitiële documentatie op zijn conto had. Hij kreeg zes weken. Opsluiten heeft bovendien weinig zin als het niet tot gedragsverandering leidt. Wat dit betreft vormt de ISD een verslechtering ten opzichte van de SOV-maatregel. De ISD-wet behelsde namelijk meer dan een verruiming van de doelgroep, signaleerde M.J. Borgers van de Universiteit Tilburg vorig jaar in het tijdschrift voor strafrecht Delikt en Delinkwent. De SOV had een dubbele doelstelling: opsluiten en opvang, zoals het aanbieden dan wel opdringen van een afkick- en resocialisatieprogramma. De wettelijke omschrijving van de ISD ontbeert het woordje opvang en gaat alleen over plaatsing. Achter dit ogenschijnlijk kleine verschil gaat een belangrijke wijziging schuil. Het ministerie van Justitie wil in ruimere mate het achterwege laten van behandeling toestaan. Dat past in het algemene beleid om hulp in de gevangenis alleen te reserveren voor gemotiveerde gedetineerden. De Hoge Raad heeft over het opleggen van de oude SOV-maatregel al eens gezegd dat het niet van doorslaggevend belang is of de verdachte gemotiveerd is tot deelname. Maar dat neemt niet weg dat zo'n maatregel, of hij nu SOV heet of ISD, een ‘raar, versluierend begrip’ is, zoals het huidige lid van de Hoge Raad De Hullu in 2002 zei in een preadvies voor de Juristenvereniging. Hij trok het nut in twijfel van ‘kale verwijdering uit de maatschappij’ zoals hij het een jaar later noemde bij zijn afscheid aan de Universiteit Tilburg.

Dat is in de eerste plaats een kwestie van beginsel. De ISD-maatregel doorbreekt, net als zijn voorganger SOV, het beginsel dat de straf in verhouding moet staan tot het delict. Nu kent het strafrecht ook maatregelen (zoals de terbeschikkingstelling van geestelijk gestoorde delinquenten) waarvoor dat niet geldt. Maar dergelijke maatregelen worden toch alleen gerechtvaardigd geacht als de betrokkene een direct gevaar oplevert voor de omgeving. Zelfs ernstige overlast voldoet niet aan dit klassieke criterium.

Het Rotterdamse vonnis in het geval van de man met 62 bladzijden strafblad laat zien dat dit nog steeds een knelpunt is. Daar komt een praktisch probleem bij. ‘De ISD werkt slecht’, zei de Tilburgse hoogleraar Kalmthout in september. Het is niet duidelijk wie de leiding voert: het gevangenispersoneel, de verslavingszorg, lokale autoriteiten, de officier van justitie. Gemeenten werken niet mee aan het zoeken van woonruimte, scholing, werk.

Dat gold al voor de SOV. Sleutelinformanten zeggen dat diverse deelnemers na SOV-dwang op straat staan. Zij missen voorzieningen als longstay-afdelingen voor veelplegers, woonvoorzieningen voor tippelaarsters, woontraining en opvang voor zogeheten dubbele diagnosecliënten. De diagnose is van Sasja Biesma en Bert Bieleman van het bureau Intraval.

Geen wonder dat er ‘onvoldoende SOV-maatregelen zijn opgelegd’, zoals minister Donner (Justitie) vorig jaar juni moest vaststellen. Des te onbegrijpelijker is dat niet eerst op de beloofde evaluatie van de SOV is gewacht, voordat de ISD werd ingevoerd. Zo is hoofdcommissaris Welten en de Amsterdamse politie niet een ei van Columbus maar een halve dop aangereikt.

Wonderlijk is alleen dat de Amsterdamse politie zo weinig oog toont voor de principiële en praktische bezwaren. Dat lijkt wel een trend. Een landelijke projectgroep over huiselijk geweld bepleitte vorige week een meldplicht voor (huis)artsen die het eind betekent van het wettelijk verankerde medisch beroepsgeheim. De suggestie werd dan ook direct afgeschoten. Wie schiet er iets op met zulke wilde voorstellen van de politie?

kuitenbrouwer@nrc.nl

Frank Kuitenbrouwer is medewerker van NRC Handelsblad.