‘Hemelschijf uit de Bronstijd is astronomische klok'

De ‘hemelschijf' die zeven jaar geleden werd gevonden in de Duitse bossen, is een astronomische klok. Tenminste, dat denkt astronoom Rahlf Hansen.

Oorspronkelijke hemelschijf en latere toevoegingen: bogen en perforaties.

De Hemelschijf van Nebra, de 3600 jaar oude voorstelling van de kosmos die in 1999 werd gevonden bij het Duitse Nebra, is een astronomische klok. Dat zei astronoom Rahlf Hansen van het Planetarium Hamburg onlangs op een persconferentie in het archeologische museum van Halle. Daar wordt de bronzen schijf sinds 2002 geëxposeerd. Volgens Hansen gebruikten mensen uit de Bronstijd de schijf om de zonne- en maankalender te harmoniseren. En wel op dezelfde manier als duizend jaar later de Babyloniërs deden. Collega-astronomen en prehistorici reageren sceptisch op Hansens theorie.

Op de 32 centimeter brede schijf staan in goud een cirkel, een sikkel, twee bogen en 32 stippen. Een astronoom van de universiteit van Bochum had al eerder geconcludeerd dat zeven stippen dicht bij elkaar de Plejaden op 9 maart en 17 oktober weergaven. De cirkel was volgens hem een volle maan en de sikkel een nieuwe maan.

Hansen zag echter dat de sikkel breder was dan een nieuwe maan en vroeg zich af waarom. Het antwoord vond hij in de Mul-Apin, een Babylonische tekst uit de zevende eeuw voor Christus over astronomische verschijnselen. Hierin staat dat een schrikkelmaand toegevoegd moet worden als in de lentemaand de maan pas de derde dag bij de zevenster - de Plejaden - staat en een bredere sikkel heeft. Dit was volgens Hansen al in de Bronstijd bekend en is met grote precisie op de hemelschijf vastgelegd. Later zijn twee bogen en enkele perforaties toegevoegd en dat zou er op wijzen dat de kennis weer verloren is gegaan. De schijf kreeg toen de rol van cultusobject, meent ook Harald Meller, de archeoloog van het museum in Halle.

Bronstijdexpert David Fontijn van de Universiteit Leiden wijst, gevraagd om een reactie, eerst op een recent artikel van hoogleraar prehistorie Peter Schauer in het Archäologisches Korrespondenzblatt. Schauer is ervan overtuigd dat de schijf, die in 1999 onder niet-verifieerbare omstandigheden illegaal zou zijn opgegraven in de buurt van Halle, vervalst is. Als de schijf wel echt is, dan vindt Fontijn de nieuwe theorie nog zo gek niet. De mensen in de Bronstijd waren immers landbouwers die goed op de hoogte waren van de seizoenen. Hij vraagt zich wel af waarom ze zo'n astronomisch verschijnsel zouden vastleggen. Mogelijk gaat de Duitse astronoom, als gevolg van de obsessie met kalenders in onze eigen tijd, te ver met zijn interpretatie.

Astronoom John Steele van Durham University toont zich sceptisch. Er zijn te veel aannames, zegt hij. De specialist in de Babylonische astronomie acht het wel mogelijk dat mensen in Noord-Europa in de Bronstijd de kennis bezaten om een maankalender gelijke tred met de seizoenen te laten houden. Maar hij ziet geen reden waarom ze dan een schijf met afbeeldingen van de kosmos nodig hadden om de observatie te maken. Hij noemt het ook vergezocht dat die kennis later verloren zou zijn gegaan. De afbeeldingen op de schijf zijn wat hem betreft gewoon versiering.

John North, emeritus hoogleraar in Groningen en expert in de geschiedenis van de astronomie, is het met zijn landgenoot eens: bewijzen ontbreken. De afbeeldingen zijn volgens hem niet bewust met grote precisie gemaakt. Iedereen die een maansikkel tekent, tekent bijna vanzelf een vier dagen oude maan. Het feit dat enkele sterren ‘voor' de maan staan - in een onmogelijke positie - pleit ook niet voor bewuste precisie. Volgens North hebben meerdere beschavingen hun kalenders geharmoniseerd, zij het op heel verschillende manieren. De schijf met zijn ‘Babylonische' schrikkelregel zou wijzen op een band tussen Noord-Europa en Babylon. North vindt dat moeilijk te geloven.