Globalisering geeft solidariteit nieuwe impuls

In het publieke debat worden de negatieve aspecten van solidariteit niet zelden over het hoofd gezien, bijvoorbeeld de druk je te conformeren binnen solidaire groepen, beoogt Aafke Komter. Dat de solidariteit tussen verschillende bevolkingsgroepen in hetzelfde land moeilijk te organiseren is, kan betreurd worden, maar het is een feit, meent Maarten Rothman.

Het debat tussen Wouter Bos en Elsbeth Etty voert, de partijpolitiek terzijde gelaten, terug op David Hume. Deze Schotse filosoof schreef in 1740 in zijn A Treatise of Human Nature, dat maatschappelijke rechtvaardigheid pas effectief is als die wordt gedragen door werkelijke sympathie tussen de individuen in een samenleving. Volgens Hume groeit sympathie vanzelf wanneer mensen vaak genoeg en voldoende intensief contacten onderhouden, ook als die contacten eigenlijk alleen zakelijk bedoeld zijn. Zijn voorbeeld is de familie, die volgens hem ontstaat uit dierlijke lusten maar vanzelf, onbedoeld, uitgroeit tot een instrument van socialisatie. De maatschappij als geheel zal niet zo effectief worden als de familie, redeneert hij, omdat de effectiviteit van socialisatie evenredig is aan de intensiteit van de omgang. Hume eindigt zijn beschouwing met de constatering dat de sympathie die hij noodzakelijk acht voor rechtvaardigheid te vinden is in de natiestaat. Dit argument is klassiek geworden. De politieke filosofie bakent tot op de dag van vandaag discussies over rechtvaardigheid af door een onderscheid te maken tussen nationale en internationale rechtvaardigheid, waarbij de eerste wel gebaseerd zou zijn op werkelijke sympathie maar de laatste alleen op abstracte ideeën of op zijn hoogst op staatsbelang.

Maarten Rothman promoveerde in 2004 aan Purdue University (Indiana, VS) op een proefschrift over David Hume en globalisering. Hij is nu werkzaam als docent internationale betrekkingen aan de Nederlandse Defensie Academie.