Eis tegen ‘20ste kaper': doodstraf

Al-Qaeda-aanhanger Zacarias Moussaoui moet de doodstraf krijgen voor de aanslagen van 11 september 2001 in New York en Washington, ook al zat hij op het moment van de aanslagen in de Verenigde Staten gevangen. Dat heeft de aanklager in zijn gisteren begonnen proces in de zwaar beveiligde rechtbank in Alexandria (Virginia) geëist. Tijdens dit proces wordt bepaald of Moussaoui levenslang zonder mogelijkheid van vervroegde vrijlating krijgt, of de doodstraf.

De aanklager voerde aan dat Moussaoui medeverantwoordelijk is voor de dood van 2.972 mensen omdat hij zijn ondervragers niet de informatie had gegeven die de aanslagen door Osama bin Ladens Al-Qaeda had kunnen voorkomen. ‘Als hij niet had gelogen tegen agenten in 2001, dan zou de Amerikaanse regering die sterfgevallen hebben voorkomen, of ten minste sommige ervan’, zei hij.

Moussaoui (37), een Fransman van Marokkaanse afkomst, werd een maand voor de aanslagen van 11 september gearresteerd nadat zijn gedrag tijdens vlieglessen argwaan had gewekt. Hij vertelde zijn ondervragers, die vermoedden dat hij een terrorist was, aanvankelijk dat hij alleen voor zijn persoonlijke genoegen les nam om een Boeing 747 te besturen. Die uitspraak maakt hem volgens de aanklager nu even verantwoordelijk voor 11 september ‘als wanneer hij aan de stuurknuppel van een van de vliegtuigen had gezeten’.

In een eerdere fase van zijn proces erkende Moussaoui, die wel de ‘twintigste kaper' is genoemd, schuld aan alle punten van de tenlastelegging. Met name gaf hij toen toe dat hij vliegles had genomen om deel te nemen aan een Al-Qaeda-samenzwering om met vliegtuigen in Amerikaanse gebouwen te vliegen, net zoals ‘9/11'. Maar hij hield vol dat het ging om een eventuele latere aanslag, niet om 11 september .

Moussaoui's verdedigers voerden gisteren aan dat executie hem tot martelaar zou verheffen - veel Al-Qaeda-terroristen ‘leven alleen maar om te sterven’, zei een van zijn door de rechtbank benoemde advocaten. Hij zei dat een doodvonnis Moussaoui in staat zou stellen ‘door te leven als lachend gezicht op een rekruteringsposter van Al-Qaeda’. ‘Maak hem alstublieft geen held.’