Cito: 50 procent vmbo; 19 procent vwo

Dit jaar heeft ruwweg 50 procent van de kinderen die de Cito-toets gemaakt heeft, het advies gekregen voor het vmbo, ongeveer 31 procent voor de havo en 19 procent voor het vwo. Dit heeft het Cito, het instituut voor toetsontwikkeling, vandaag desgevraagd berekend.

Vandaag krijgen de basisscholen die vanaf 7 februari hebben meegedaan aan de Cito-toets de uitslagen opgestuurd. Volgens het Cito hebben acht scholieren alle tweehonderd opgaven van de toets goed beantwoord. Van de in totaal 162.000 leerlingen uit groep 8 maakten er 21 één fout. Net als vorig jaar deden meisjes het beter op gebied van taal dan jongens. Jongens waren beter in rekenen en wiskunde.

Op basis van de Citoscore adviseren basisschool leraren ouders over de keuze voor het voortgezet onderwijs van hun kind.

Het Cito meet de resultaten van de toets in een in 1976 zelfgekozen en ontwikkelde schaal van 501 tot en met 550. In 2006 behaalden de leerlingen een gemiddelde score van 535,0; net als in 2002 en 2003. In 2004 was het landelijk gemiddelde 535,2 en in 2005 534,5.

Zijn de leerlingen dit jaar slimmer dan vorige jaren?

Het Cito durft er geen antwoord op te geven. ‘Er nemen weliswaar veel leerlingen deel aan de eindtoets, maar dat zijn van jaar tot jaar niet telkens volstrekt vergelijkbare groepen leerlingen’, zo meldt een woordvoerder van het instituut.