Zij wist altijd: ik ga het maken

Laetitia Griffith, lijsttrekker van de Amsterdamse VVD, is een droom voor die partij: een vrouw uit Suriname die carrière maakte als juriste en die ook nog geëngageerd is. 'Ze heeft hard gewerkt. En dus zegt ze tegen anderen: maak er wat van. Zij zegt niet: wij als overheid regelen het wel voor je.'

Andere Surinamers in Nederland vinden Laetitia Griffith 'het zonlicht'. Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer Laetitia Griffith VVD wethouder Amsterdam Foto NRC H'Blad, Maurice Boyer 060303 Boyer, Maurice

Laetitia Griffith was drie jaar oud toen ze op een ochtend kwijt was. Ouders in paniek, de politie erbij. Haar moeder vond haar uiteindelijk terug op de achterste bank in de klas van haar oudere zusje. 'Ik wil ook leren', zei ze.

Haar vader, de in Suriname vermaarde oud-voetballer Edmund Griffith, vertelde deze anekdote in een radioprogramma over zijn dochter. Haar man, hoogleraar strafrecht Jan Naeyé, vertelt het. En Laetitia Griffith (40) vertelt het zelf, zittend in haar werkkamer in het Amsterdamse stadhuis, met uitzicht op de Amstel.

Ze vertellen het allemaal met trots. Kijk, dat is Laetitia. En in een poging uit te leggen welke eigenschappen het stille, verlegen meisje uit Parimaribo maakten tot wat ze nu is: VVD-wethouder financiën en Economische zaken in Amsterdam en lijsttrekker bij de gemeenteraadsverkiezingen.

Wethouder is ze sinds acht maanden, halsoverkop uit de Tweede Kamer gehaald door de VVD in Amsterdam, die acuut een wethouder nodig hadden na het plotselinge vertrek van Frits Huffnagel. Die moest vertrekken omdat hij volgens de PvdA zijn geloofwaardigheid kwijt was geraakt omdat hij in 2002 een extra onkostenvergoeding niet had opgegeven bij de belastingdienst. Griffith zat net twee jaar in de Kamer, was justitiewoordvoerder van de VVD-fractie en kreeg van de parlementaire pers de titel politiek talent van het jaar 2004. Als voormalig topambtenaar op het ministerie van justitie was dát terrein haar volledig bekend. Ze maakte de overstap naar de portefeuille financiën Amsterdam vooral vanwege de druk uit de partij, zegt ze zelf. Die zochten een kandidaat waarmee ze voor de dag konden komen. Niet alleen als wethouder. Nee, het moest ook een stemmentrekker zijn. Iemand met uitstraling. Iemand die ook de allochtonen in Amsterdam zou aanspreken, die bijna de helft van de Amsterdamse bevolking vormen.

Het werd Laetitia Juliëtte Griffith. Vrouw, zwart en slim. Iemand die van de verkiezingsposters afspat, zeggen VVD'ers in de hoofdstad vol trots. Fractievoorzitter Eric van der Burg in Amsterdam introduceerde haar als 'de charismatische persoon die de VVD nodig heeft. (...) Iemand waar andere partijen naar kijken en zeer onrustig van worden.' Griffith lacht als ze zulke complimenten hoort. Maar zegt dan: 'Natuurlijk is uiterlijk mooi meegenomen. Maar ik ben er voor de inhoud.'

Afgelopen zomer werkte ze zich in in de Amsterdamse financiën. De Amsterdamse gemeenteraad is al jaren een PvdA-bolwerk, maar toch heeft de VVD-wethouder Economische Zaken en Financiën behoorlijk wat macht. Zijn dienst stelt de begroting vast en bepaalt daarmee voor een belangrijk deel de speelruimte van de andere raadsleden.

Als nieuwkomer heeft Griffith een stevig ambtenarenapparaat tot haar beschikking, maar ze wil het liefst zelf weten wat er allemaal speelt. Ze is een perfectionist en wil alles tot in de puntjes beheersen, zegt oud-minister en voorzitter van de lokale VVD Frank de Grave.

Maar er is ook kritiek. Ze is ontoegankelijk, afstandelijk. Laetitia is een echte jurist, zegt VVD-fractievoorzitter Eric van der Burg. 'Ze gelooft in het dualisme en een gezonde afstand tussen de fractie en de wethouder. Dat is soms heel vervelend, maar ze hecht aan de zuivere, juridische lijn.' Griffith eist tienen van haar ambtenaren, en van haar partijgenoten. Van der Burg: 'Zelf is ze ook verantwoordelijk voor haar succes. Daar heeft ze hard voor gewerkt. En dus zegt ze tegen anderen: maak er wat van. Zij zegt niet: wij als overheid regelen het wel voor je.'

Daarin, zegt VVD-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali, verschilt zij van veel andere allochtone politici. 'Ze wordt op handen gedragen door de Surinamers in Nederland. Echt, die vinden haar het zonlicht. Maar ze werpt zich niet op als spreekbuis van een een bepaalde groep.' Griffith denkt er zelf ook zo over. In Het Parool zei ze eerder: 'Allereerst ben ik Laetitia Griffith, dan ben ik vrouw en pas dan ben ik zwart.'

Waarom ze juist lid werd van de VVD, verklaart ze aldus: 'Ik heb het gevoel bij de VVD door mensen omringd te zijn die, net als ik, waarde hechten aan vrijheid en verantwoordelijkheid.'

In 1987 stapte de toen twintigjarige Laetitia Griffith met een koffer en 350 Surinaamse guldens op het vliegtuig naar Nederland om rechten te gaan studeren aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Ze groeide op in een warm gezin, zegt ze zelf. Met vijf meisjes werd er eindeloos getut met kleding en make up. Maar haar ouders hadden het niet breed. De voetbalcarrière van haar vader zorgde wel voor aanzien, maar niet voor een flink inkomen. Er was geen geld voor zwemles of andere extra's. Als ze iets wilde, moest ze er zelf voor zorgen. Ze werkte een jaar op de afdeling administratie van de Scheepvaartmaatschappij om haar ticket te kunnen betalen. Ze was de eerste van haar familie die de stap nam om naar Nederland te komen. Kort na haar volgden haar moeder, inmiddels gescheiden van haar vader, en haar jongste zusje. Tegenwoordig wonen haar drie andere zusjes en hun gezinnen ook in Nederland.

Jonge Surinamers die naar Nederland komen om te studeren, hebben vaak iets nederigs, zegt Lilian Kembel, vriendin van Griffith, sinds de studietijd. Het viel Kembel, zelf ook van Surinaamse afkomst maar in Nederland geboren, meteen op. Zij had een 'ik-ga-het-maken' uitstraling. 'Ze had haar studieroute al uitgestippeld, wist precies welke vakken ze wilde volgen', zegt Kembel. Griffith deed twee studies; strafrecht en staats- en bestuursrecht.

Griffith en Kembel behoorden tot een vriendinnenclub die nog steeds bij elkaar komt. Jaarlijks nemen ze hun moeders mee uit, als dank dat ze hen op de wereld hebben gezet. Daarnaast spreken af voor een etentje, af en toe een dagje naar de sauna of beautysalon. 'De laatste tijd is het lastiger', zegt Kembel. 'Laetitia wordt herkend, dan ga je niet meer zo snel in een modderbad liggen.'

Laetitia Griffith studeerde in 1992 af aan de Vrij Universiteit in Amsterdam, met twee specialisaties: strafrecht en staats- en bestuursrecht. Haar huidige man, hoogleraar strafrecht Jan Naeyé was haar scriptie-begeleider. Hij was toen al gecharmeerd van haar, zegt hij in hun strak ingerichte huis in Driemond, (Amsterdam Zuidoost). Grote ramen kijken uit op goed onderhouden tuin (tuinieren is een van Griffiths grootste hobby's) en daarachter het Amterdam Rijnkanaal waar vrachtschepen langsglijden. 'Ik zei tegen een collega hoogleraar: 'Dat is een perfecte studente'.' Iets later bedenkt hij zich: 'Nee, ik zei tegen een collega, 'Dat is nou een ideale vrouw'.' Het zou nog lang duren, Griffith trouwde eerst een andere man, al bleef ze Naeyé af en toe zien. Pas jaren later, toen ze weer eens gingen eten was er de 'klik', zegt Naeyé.

Na haar studie werkte ze drie jaar als juridisch medewerker op het ministerie van Justitie. Daarna was zij drie jaar secretaris van 'super-pg' Arthur Docters van Leeuwen. In een interview in HP/De Tijd zegt ze dat ze van hem het meest heeft geleerd. 'Doorzettingsvermogen. En hoe macht, gezag en invloed in de praktijk werken.' Docters van Leeuwen typeert haar als verstandig, niet bang, met veel gevoel voor subtiliteit.

Ze kwam terug op het ministerie van Justitie nadat Docters van Leeuwen opstapte na een conflict met minister Winnie Sorgdrager. Ze adviseerde de minister over politiek gevoelige onderwerpen als de enquête naar de Bijlmerramp, de vuurwerkramp in Enschede, de bolletjesslikkers en de moord op Pim Fortuyn.

Het was minister van Justitie Benk Korthals (VVD) die haar in 2002 naar de Tweede Kamer haalde.

Als VVD'er in de Kamer was Griffith sociaal-liberaal. Ze conformeerde zich niet altijd aan het fractie-standpunt, als ze er anders over dacht, dan zei ze dat. 'We trokken regelmatig samen op', zegt PvdA-Kamerlid Aleid Wolfsen. 'Toen Donner op de sociale advocatuur wilde bezuinigen had ik aan haar een goede medestander. Dat is a-typisch voor een VVD'er.'

In het debat kon de genuanceerde Griffith een enkele keer fel uit de hoek komen. Zoals tijdens het Kamerdebat met minister Donner (Justitie, CDA) over de bolletjesslikkers. Donner wilde de bolletjesslikkers niet aanpakken om het gerechtelijk apparaat niet te veel te belasten. 'U legt uw hoofd in school van de georganiseerde criminaliteit', zei ze.

In het televisieprogramma Villa Felderhof zegt Griffith dat zij het type is dat eerst de kat uit de boom moet kijken in een nieuwe baan. 'Ik moet eerst mijn plekje zien te vinden, dan kan ik pas gaan spelen.' In Amsterdam had ze daar weinig tijd voor. Feit is dat ze vlak na haar aantreden de begroting zonder problemen door de raad loodste. Ook in debatten over haar portefeuille heeft ze de afgelopen maanden geen echte problemen gehad. En daar wil ze, zo onderstreept ze steeds, op afgerekend worden. Frank de Grave waagt zich niet aan een beoordeling. 'Daar ga ik niet over.' De kiezer is de jury, zegt hij, en die mag zich dinsdag met de verkiezingen uitspreken.

Juist de campagne voor die verkiezingen loopt niet zo soepel. Zo moest Griffith vorige week noodgedwongen een passage uit het verkiezingsprogramma schrappen. Het punt dat huurders met een inkomen boven de 130 procent van het minimum inkomen in 2007 hun sociale huurhuis moeten verlaten, sneuvelde. Over de gevolgen van dat idee was eigenlijk niet goed nagedacht, legde Griffith uit. 'Ik vind het juist een teken van kracht dat ze dat durft te zeggen', zegt Aleid Wolfsen. 'Juist door haar achtergrond, door haar opvoeding, weet ze dat niet iedereen het even goed heeft. Ik durf te wedden dat ze met sommige VVD-standpunten behoorlijk moeite heeft.'

Daarnaast kreeg Griffith voortdurend de kritiek dat ze debatten met andere Amsterdamse lijsttrekkers meed, waardoor haar concurrenten haar nooit eens echt kunnen doorzagen over de inhoud. Daar doet zich een rare paradox voor. Griffith, de jurist, de dossiervreter, wordt verweten dat ze debatten over de inhoud uit de weg gaat.

Verkiezingsretoriek, noemt Griffith deze kritiek. 'Ik kan toch niet overal naar toe. Ik ben niet alleen politicus maar ook nog wethouder.' Sinds het begin van de VVD-campagne nam Griffith wel deel aan een flink aantal debatten op radio en televisie, zowel landelijk als lokaal. 'Ook over lastige onderwerpen als woonbeleid, veiligheid, preventief fouilleren', zegt Griffith.

Dat Griffith inhoudelijk op details minder sterk is dan iemand als Maarten van Poelgeest (GroenLinks), geeft collega Van der Burg eerlijk toe. 'Hallo, ze zit hier net. Bovendien is zij geen politicus die denkt: ik doe het wel op routine en klets me er wel uit.' Er is volgens Van der Burg ook een groot verschil met haar voorganger, Frits Huffnagel. Die genoot van het politieke spel. 'Griffith is een echte bestuurder. Zij zegt: daar weet ik niet genoeg van, daar doe ik geen uitspraken over.'

Ze is het beste in het contact met gewone mensen. De straat op. Contact met de kiezer. De Grave: 'Dat Van Poelgeest het liefst wekenlang in rokerige zaaltjes over de kleinste details van de gemeentepolitiek wil praten, begrijp ik wel. Griffith praat liever met mensen op straat en beantwoordt honderd mailtjes van kiezers.'

Maar, zo zegt De Grave, af en toe mag ze wel iets minder perfectionistisch zijn. 'In een debat met doorgewinterde politici vraagt zij zich altijd af: 'Oei, heb ik alle feiten wel op een rij.' Maar je hebt ook mensen die heel spontaan reageren. Dit is mijn standpunt, het is geen wiskunde, hupsakee. Dat spontane mag ze wel iets meer leren.' Want als lijsttrekker, zo zegt De Grave, moet je over alle onderwerpen de hoofdlijnen kunnen overbrengen.