'We speelden tussen de kindmonniken in Bhutan'

De Zeeuwse groep Bløf zocht in dertien landen de ingrediënten voor de nieuwe cd en dvd Umoja, die vorige week werden uitgebracht en nu al op een verkoop staan van 70.000 stuks.

Bas Kennis, Peter Slager, Paskal Jacobsen en Norman Bonink: 'Klonken we nog als Bløf of maakten we inmiddels een soort etnopop?' Foto Lex van Rossen HILVERSUM 28-2-06. BLOF. VLNR: Bas Kennis, Peter Slager, Paskal Jacobsen, Norman Bonink. T.a.v.: Annelies Kuiper /muziekredaktie foto lex van rossen Rossen, Lex van

Hoe voorkom je dat je als band in herhaling vervalt? Dat een succesvol album wordt opgevolgd door een variatie op datzelfde kunstje? Door het roer drastisch om te gooien, meende de Zeeuwse popgroep Bløf. Ver buiten uitvalsbasis Middelburg zochten de leden naar nieuwe, verfrissende muziekimpulsen. Niet dat er sprake was van een dood spoor, bezweert de viermansformatie met zanger Paskal Jakobsen, die in 2003 zowel de Gouden Harp als de Popprijs ontving. 'Maar voor het zover kwam, wilden we al linksaf slaan.'

Bløf bezocht in ruim twee jaar dertien landen, waaronder Kenia, India, Bhutan, Australië, Cuba en Japan, om er op te nemen en te spelen met lokale musici. Het monsterproject, waarin Bløf met een filmploeg in zijn kielzog als een muzikale VOC zijn specerijen bij elkaar sprokkelde, is gevat op de cd en dvd Umoja. Begroting van deze tour du monde: 800.000 euro.

Hoe houd je zo'n ambitieus project stil? 'Door er niet veel tam tam over te maken', aldus Peter Slager, bassist en tekstschrijver van Bløf. 'Het was lange tijd slechts onze big deal, waarin we veel eigen geld stopten. Maar hoewel het reizen een aanslag op ons gezinsleven was, hadden we het nooit willen missen.'

Deze maand presenteert de groep zijn muziek op - niet toevallig - dertien podia in het land. Het besluit de muziek zelf op te zoeken, kwam tijdens een reis naar Afrika, vertelt Slager. 'Geïnspireerd door soortgelijke projecten van andere bands, zoals de Britse artiest Nitin Sawhney die zijn dance en samples overal ter wereld opneemt en het multimediale muziekproject 1 Giant Leap, vormden we onze plannen. Het idee dat je je muziek op hemelse plekken in de wereld opneemt, met slechts een laptop, wat microfoons en apparatuur, zette ons aan het denken.'

Sommige ontmoetingen met lokale musici kwamen toevallig tot stand. Andere stonden maanden op de wensenlijst. Zoals Kodo, de bekende Japanse taiko-drumformatie, die op verzoek van Bløf-drummer Norman Bonink uiteindelijk werd bezocht op het Japanse eiland Sado. Het bombastische stuk Aanzoek zonder Ringen met fors aanzwellende drums - 'een gecontroleerde combinatie van kracht, gevoeligheid en concentratie' - is nu al een hitsingle.

Cuba stond om zijn rijke muziekcultuur op de verlanglijst. Een optreden ging wegens elektriciteitsproblemen niet door. Geen anti-Westerse sabotage, zoals in deze krant werd gesuggereerd, is nog steeds de overtuiging van Bløf. 'Onzin, elektriciens hebben de halve straat afgegraven om de boel weer aan de praat te krijgen.' Opnames met Buena Vista Social Club-muzikant Eliades Ochoa slaagden wel. Al was hij aanvankelijk erg sceptisch. Wat moesten die vier rare snuiters uit Nederland van hem? 'Het was al wonderlijk dat-ie ja zei', meent Slager. 'Hij moest er flink voor reizen, vanuit Santiago naar Havana, en was niet erg enthousiast. Hij kwam binnen als een gereserveerde, ondoorgrondelijke man. We hebben hem drie nummers laten horen, waarvan één duidelijk in zijn muzieksoort. Daar had hij meteen wat mee. En toen hij de vertaling kreeg via een tolk, ontdooide hij en begon hij het leuk te vinden.'

Bløf ging op reis met redelijk uitgewerkte demo's, al dan niet voorzien van tekst. Samen met de gastmusici werd gezocht naar de meest waardevolle inbreng. 'Meestal voelden ze de muziek wel aan', zegt Kennis, 'en soms moesten we ze erg aanmoedigen. Tijdgebrek, vaak door de jacht op de juiste vergunningen, verhinderde ons met iedereen even lang te werken.'

Toegegeven, niet alles was muzikaal even interessant. Het in de Himalaya gelegen koninkrijk Bhutan, waar weinig Westerse invloeden zijn, heeft een gebonden, ritmisch traditionele muziekstijl die moeilijk bleek in te passen in de Zeeuwse Nederpop. Het sfeerrijke 'plaatje' voor op de dvd gaf de doorslag. Slager: 'Onze stijlen vloeiden ter plekke niet samen. Thuis hoorden we pas wat die opnames opleverden. Toch ging het ons daar vooral om de bijzonderheid er te kunnen spelen. De openheid was verbazingwekkend.' Kennis: 'Het onverpeste van Bhutan. Alles mocht, we maakten zelfs opnames tussen tientallen kindmonnikjes op de binnenplaats van het klooster. In de hoofdstad gaven we een concert voor 14.000 Bhutanezen, die zoiets nog nooit gezien hadden.'

In hoeverre pasten zij hun muziek aan het bezochte land aan? Kennis: 'Trial and error. We vroegen ons soms af of we nog als Bløf klonken of inmiddels een soort etnopop maakten. Voor je het weet ben je Paul Simon's album Graceland aan het imiteren. De cd-titel Umoja (Swahili voor eenheid) impliceert voor ons vooral dat de eigenheid van de gastmusici is terug te horen.'

Ondanks dat artiesten als Björk en Peter Gabriel weigerden, voelde de groep zich gesterkt door positieve bevindingen. Kennis: 'Als Nederlandstalig bandje uit een kikkerlandje heb je mondiaal gezien een soort minderwaardigheids-complex. Niemand kent ons en het Nederlands is een rare taal. Gek genoeg deed dat er toch maar weinig toe. Op een eerlijke manier met muziek bezig zijn opent deuren.'

Als tekstschrijver vond Slager Umoja een zware opgave. 'Telkens liet ik iets in de tekst, hoe klein ook, slaan op het land en zijn cultuur. Dat kon vaak pas weer achteraf. In het door Cuba geïnspireerde nummer Hemingway komt ons vele reizen terug. Voor schrijver en beroepsreiziger Ernest Hemingway voelde het comfortabel om van huis te zijn. Maar voor ons, een Zeeuws bandje in den vreemde, voelt dat uiteindelijk toch níet zo.'

Bløf: Umoja (EMI). Clubtournee t/m 4/4. Inl.: www.blof.nl