Tyrannosaurus Wiegel

Lubbers, Kok, Van Mierlo en Wiegel - het zijn vooral grote namen uit de Nederlandse parlementaire geschiedenis vanaf de jaren zestig en zeventig. Toch spelen zij ook nu weer, vreemd genoeg aan de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen, een rol in de campagne. Nu is het optreden van actuele landelijke politieke kopstukken in de aanloop naar de raadsverkiezingen al oneigenlijk, maar de reprise van succesnummers uit het verleden is helemaal bizar, gezien de grote mentale afstand die de kiezer moet overbruggen tussen zijn lokale opties en die historische figuren.

Soms is hun rol nog bescheiden. Oud-premier Kok (PvdA) foldert, en zijn CDA-voorganger Lubbers probeert stemmen te trekken vanuit de Rotterdamse discotheek Now&Wow. Maar in het geval van oud-VVD-leider Wiegel gaat het om meer. In het politieke Jurassic Parc speelt hij met verve de rol van de Tyrannosaurus Rex. Brullend en stampvoetend joeg hij vrijdagavond in een Gronings café achter PvdA-leider Bos aan. En passant verscheurde hij de minister voor Bestuurlijke Vernieuwing, Pechtold (D66). Het 'kereltje' kon maar beter opstappen.

Dat zou op zichzelf een irrelevante gebeurtenis moeten zijn. Er worden door oudere heren aan de bar wel krassere uitspraken gedaan. Het punt is echter dat Wiegel door de VVD als wapen wordt gebruikt in verkiezingstijd, en dat heeft consequenties. Wanneer hij vindt dat een minister moet aftreden, is het immers de vraag of de coalitiepartij die mening deelt. En wanneer Wiegel zich gaat bemoeien met de coalitieverhoudingen ná de komende Tweede-Kamerverkiezingen en meent 'dat D66 dan lekker buiten moet gaan spelen', is het de vraag of VVD-aanvoerder Van Aartsen zijn coalitiepartner zo soms iets duidelijk wil maken.

De voormalige leider van D66, Van Mierlo, beschuldigde Van Aartsen daarom van 'lafheid'. Dat verwijt is begrijpelijk, maar zit er toch net naast. Het van stal halen van Wiegel door de VVD duidt op iets ernstigers: Van Aartsen is machteloos. Zijn eigen partijgenoten beschouwen hem niet als hun leider, zoals zij deden bij iemand als Bolkestein. En in de peilingen scoort Van Aartsen niet, maar Wiegel wel. Met het oog daarop heeft de aanvoerder van de liberalen reeds vorig jaar een onzuiver verbond gesloten met zijn oude vriend en leermeester: Van Aartsen wordt lijsttrekker, Wiegel kandidaat-premier.

Dat is politiek uit de meccanodoos. Als Van Aartsen vermoedt dat hijzelf niet voldoende stemmen zal halen, zou hij plaats moeten maken voor een betere partijleider annex lijsttrekker. En voor Wiegel geldt dat hij na twintig jaar monkelen en foezelen eindelijk eens duidelijkheid moet geven over zijn ambities. Wil hij premier worden? Dan is het wel zo democratisch dat de kiezer zich daarover kan uitspreken. In het huidige systeem betekent dit dat hij zich moet kandidaat stellen voor de Tweede Kamer. Durft hij dat avontuur niet aan, dan kan hij dat beter ook maar zeggen. De landspolitiek is te belangrijk om over te laten aan een liberale lolbroek langs de zijlijn.