Servië kan benoeming Çeku niet voorkomen

De regering van Servië heeft sinds vrijdag zonder succes geprobeerd de internationale gemeenschap ertoe te brengen een stokje te steken voor de benoeming van generaal Agim Çeku tot premier van Kosovo. Volgens Servië heeft Çeku oorlogsmisdaden gepleegd.

De regering vroeg vrijdag officieel de leider van het VN-bestuur in Kosovo, Sören Jessen-Petersen, om Çeku's benoeming tegen te houden. Ze wees op het bestaan van een arrestatiebevel tegen Çeku, die als kolonel en generaal in Kroatische dienst - tussen 1991 en 1995 - en als bevelhebber van het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK - in 1999 - 'genocide en oorlogsmisdaden' jegens Servische burgers zou hebben gepleegd.

Sören-Petersen wees het verzoek evenwel af en verzekerde dat hij dat in de toekomst zal blijven doen. Hij stelde dat Belgrado 'tijd genoeg' heeft om zijn mening over Çeku te wijzigen. Volgens het Servische blad Politika zal de Servische regering de internationale gemeenschap nu vragen om 'een precedent te vermijden en geen persoon die van oorlogsmisdaden wordt beschuldigd naar de onderhandelingstafel te sturen'.

De Servische media hebben de afgelopen dagen vol verhalen gestaan over de vermeende misdaden van de Kosovaarse generaal jegens Kroatische en Kosovaarse Serviërs. Tegelijkertijd wordt in veel media geconcludeerd dat Belgrado geen enkele mogelijkheid heeft Çeku's benoeming te verhinderen. De enige maatregel die Servië kan nemen tegen de benoeming is te besluiten niet deel te nemen aan het overleg over de toekomstige status van Kosovo. Maar Servië heeft te veel belang bij dat overleg om weg te lopen: het wil in die onderhandelingen bereiken dat Kosovo niet onafhankelijk wordt en deel blijft uitmaken van Servië. Dat doet het nu de jure niet, maar de facto wel.