'Paris, Texas' zwerft over groot podium

Geen eindeloze woestijn in Texas waar een magere Harry Dean Stanton met een petje doorheen dwaalt. Geen Nastassja Kinski als call girl. Geen eenzaam huilende slide gitaar van Ry Cooder. Paris, Texas van de Paardenkathedraal kampt met hetzelfde probleem als alle andere pogingen om een klassieke film op toneel te brengen: het toneelstuk moet de film doen vergeten. Dat is deels gelukt.

Eigenlijk draait het script van Sam Shepard om één man; Travis, die na vier jaar vermissing in verwarde toestand in de woestijn wordt aangetroffen. Hij blijkt de overlevende te zijn van een ontplofte, allesvernietigende liefde. Als hij bij zijn positieven is gekomen, zoekt hij toenadering tussen de andere overlevenden: zoon en vrouw. In de toneelversie wordt Travis gespeeld door Peter de Graef. Hij is zo'n eigengereide en authentieke speler dat hij als vanzelf overtuigt als de ongeschoren, gegroefde zwerver, van iedereen vervreemd. Met zijn aarzelende gebaren, zijn hoge, zachte stem geeft hij een geheel eigen invulling van de rol. Hij dwaalt over het podium en heeft slechts zijdelings contact met de andere spelers.

In de film komt Travis eerst langs het gezin van zijn broer, een sterke rol van Herman Bolten. Dit onvruchtbare echtpaar heeft Travis' kind opgevoed en is hem als eigen zoon gaan beschouwen. Dat Travis zijn zoon weer meeneemt, is dus een gruwelijk drama voor hun. Travis maakt wederom een gezin kapot. In de film is deze verhaallijn meer een aanloop naar het ware verhaal, een burgerlijke pendant van Travis' romantische drama. In de toneelversie krijgt het bijverhaal juist de nadruk; op onbevredigende wijze omdat het ongelukkige echtpaar uit beeld verdwijnt als Travis eenmaal met zijn/hun zoon is verdwenen. De verandering van perspectief kan een keuze van de regisseusse zijn, maar het kan ook komen doordat het hoofdverhaal niet genoeg gewicht krijgt; of dat deze toeschouwer is veranderd sinds hij twintig jaar geleden de film zag.

In de film van Wim Wenders uit 1984 is het hoogtepunt de ontmoeting tussen Travis en zijn vrouw. Deze zit als call girl in een hokje achter glas; in een kruising tussen een peepshow en een biechtstoel. Travis komt langs als klant en vertelt haar door een telefoon de geschiedenis van hun grote boze liefde. (De telefoon is een leitmotiv in Paris, Texas: de mensen proberen elkaar te bereiken maar de lijn is altijd verstoord.) Het is een van de mooiste monologen die ik ken: de omcirkelende manier waarop Travis schuld bekent aan zijn vrouw; de manier waarop zij gaandeweg haar eigen geschiedenis en eigen man herkent; de glazen wand die ze voor eeuwig scheidt. De zoektocht naar de vrouw, die vooraf gaat aan de ontmoeting, is geschrapt in de toneeltekst. Terecht, want wat moet je ermee op het toneel. Maar hierdoor missen we een natuurlijke aanloop naar de monoloog. En ook de ontmoeting zelf is niet half zo goed als in de film.

De Graef heeft één probleem: hij speelt te subtiel. Zoals Travis in de woestijn verdwijnt, verdwergt De Graef op het grote podium. Dit geldt ook voor de rest van het toneelstuk. Regisseuse Paula Bangels is als actrice begonnen bij de Paardenkathedraal. Na verschillende regies van kleinere voorstellingen, en enkele grotere regies bij het Publiekstheater Gent, maakt zijn ook hier de overstap naar de grote zaal. Dat is niet gelukt.

Ze heeft om te beginnen een ongelukkig decor gekozen: drie enorme Amerikaanse billboards die de onbereikbare familiewaarden van geluk, liefde en grote auto's uitdragen. Niet alleen maken de reclameborden de spelers te klein, de palen en de steiger die erbij horen staan domweg in de zichtlijnen. In een kleinere zaal was Paris, Texas ongetwijfeld een prachtige voorstelling geweest.

Voorstelling: Paris, Texas van Sam Shepard, door de Paardenkathedraal. Regie: Paula Bangels. Gezien: 4/3 Stadsschouwburg, Utrecht. Tournee t/m 3/6. In. (030) 2711414 of www.paardenkathedraal.nl.
    • Wilfred Takken