'Opinieonderzoek geeft slecht beeld van wat leeft'

Bestaande opinieonderzoeken geven 'niet of nauwelijks' weer wat leeft onder de bevolking. Dat staat in het vandaag verschenen essay van historicus Arjen van Dixhoorn met de titel De stem des volks. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) had hiertoe opdracht gegeven.

Volgens een rapport van het SCP was Nederland eind 2001 welvarend en tevreden. Enkele maanden later, in het voorjaar van 2002, kregen protestpartijen LPF en Leefbaar Nederland samen 28 zetels bij de Tweede-Kamerverkiezingen.

Bestaande opinieonderzoeken hebben volgens Van Dixhoorn als probleem dat ze de mening van de meerderheid weergeven en dat de opvattingen van de minderheid onbekend blijven. Dit terwijl bepaalde minderheden met sterke overtuigingen onevenredig veel invloed kunnen uitoefenen. In reguliere onderzoeken blijven twijfelaars onzichtbaar, terwijl die een steeds groter deel van de bevolking uitmaken. De uitkomst van onderzoeken is te veel afhankelijk van de beleidsagenda van de onderzoeker. Verder bieden bestaande onderzoeken alleen een momentopname, terwijl meningsvorming eerder een proces is.

Van Dixhoorn schrijft dat onderzoekers zelf meer waarnemingen in het veld zouden moeten doen. Hierbij zouden ze onder meer moeten kijken naar overtuigde minderheden, de manier waarop mensen conflicten met de overheid oplossen, lees- en kijkgedrag en kledingstijl in de publieke ruimte. Onderzoekers moeten meer kijken 'naar wat mensen doen, dan naar wat ze tegen onderzoekers zeggen', stelt hij.

'Dat onderzoekers, journalisten, politici en commentatoren vooral over en niet met de bevolking praten', is volgens Van Dixhoorn met beter onderzoek niet helemaal te verhelpen. 'De enige uitweg uit dat representatieprobleem is de bevolking op een directe (...) manier bij beslissingen over publieke kwesties te betrekken.'

Van Dixhoorn schrijft dat 'op enkele uitzonderingen na politici relatief afwezig zijn in het maatschappelijk debat. (...) Het zijn enkele sterk geprofileerde opinieleiders, woordvoerders van lobby- en belangengroepen en woordvoerders van krachtige minderheden die de toon in het publieke debat zetten.'