Nee, spijt heeft Peter Mueller niet

Bij de finales van de wereldbekerwedstrijden in Thialf verging het de Noorse schaatsers dit weekeinde iets beter dan bij de Winterspelen. 'Ik vrees dat onze schaatsers te veel krachten hebben verspild.'

Voor Peter Mueller was het geen kwestie van óf, maar hoeveel. How the fuck can we lose in Torino, vroeg de Amerikaanse coach van de Noorse schaatsploeg zich aan de vooravond van de Winterpelen af. Dat 'zijn' jongens medailles zouden winnen, stond als een paal boven water. De vraag was alleen hoe groot de oogst zou zijn.

Een week na de voor Mueller desastreus verlopen Olympische Spelen - het Noorse schaatsteam wist in Turijn niet één medaille in de wacht te slepen - is de coach met een mooie staat van dienst in Heerenveen voor de wereldbekerwedstrijden. Hij heeft zijn toon wat gematigd, maar spijt van zijn uitlatingen heeft hij niet. 'Ik zet altijd zo hoog mogelijk in', zegt de Amerikaan tussen twee schaatsafstanden door. 'Dat we vervolgens geen medailles winnen in Turijn is jammer, maar het leven gaat door. Vergeet niet dat we tweeënhalf jaar geleden zijn begonnen met een groep oudere schaatsers, die daarvoor nooit veel had gewonnen. Met hard werken zijn we een heel eind gekomen. Ik heb nu niet minder vertrouwen in deze ploeg dan voor Turijn.'

Toch konden zijn pupillen ook in Heerenveen de verwachtingen niet waarmaken. Bij de 5.000 meter voor de heren eindigde Eskil Ervik vrijdag op de vierde plaats en Øystein Grødum op de zevende. Het 19-jarige talent Håvard Bøkko kwam als elfde over de streep. Een dag later was Petter Andersen met zijn twaalfde plek op de 1.000 meter de beste Noor. En gisteren wist alleen Mikhael Flygind Larsen op de 1.500 meter nog enigszins te imponeren met een zesde plaats.

Gelukkig was daar nog Maren Haugli. De frêle blondine die sinds haar derde op schaatsen staat, redde zaterdag de eer op de 3.000 meter. Haar tijd van 4.05,22 minuut was goed voor een bronzen medaille. Voor het eerst in jaren stond er weer eens een Noorse vrouw op het podium bij een internationale schaatswedstrijd. De sprintster Edel Therese Høiseth was in januari 2000 de laatste, na haar zege op de 1.000 meter bij een wereldbekerwedstrijd in Calgary.

Op de vraag of zíj misschien de hoop is van het Noorse schaatsen, reageerde Haugli gisteren laconiek. 'Ach, hoop. Ik heb veel met de jongens getraind en daardoor het afgelopen jaar aardig wat progressie geboekt. Maar om nu te zeggen dat ik een toekomstig kampioen ben? Ik ben al blij als ik het komende seizoen stabiele tijden kan neerzetten. Daarna zien we wel weer verder.'

In de Noorse pers werden de afgelopen weken vraagtekens geplaatst bij de oefenschema's van Mueller, die in Noorwegen tot sportcoach van het jaar 2005 werd uitgeroepen en de Noren moet klaarstomen voor de Olympische Spelen van 2010 in Vancouver. Met zijn trainingsblokken van acht, negen en dertien minuten had de Amerikaan het uiterste van zijn pupillen gevergd, zo klonk het.

'Mueller heeft uitstekend werk verricht', vindt Ove Eriksen, die de wereldbekerwedstrijden voor de Noorse omroep NRK verslaat. 'Maar kennelijk is er na de Europese kampioenschappen allround in Hamar (toen de Noren twee podiumplekken veroverden, red.) iets mis gegaan. Ik vermoed dat de schaatsers te veel kracht hebben verspild.' Eriksen vergelijkt de gebeurtenissen rond het Noorse schaatsteam met de ervaringen van Rintje Ritsma tijdens de Winterspelen van 1994 in Hamar. 'Iedereen verwachtte dat Ritsma goud zou winnen, maar dat gebeurde niet. En ook voor Carl Verheijen bleef in Turijn het grote succes uit. Ik vermoed dat hij in december, bij de wereldbekerwedstrijden en de NK in Heerenveen, te hard van stapel is gelopen.'

Even Wetten, die gisteren bij de 1.500 meter als twaalfde eindigde, denkt dat de tegenvallende prestaties van zijn team een combinatie zijn van slechte timing en domme pech. 'Neem mij nou', zegt de 23-jarige Noor. 'Tot tien weken voor de Spelen voelde ik mij ijzersterk. Toen werd ik ziek: koorts, zwaar hoofd, vermoeide benen. Het seizoen is tot nu toe een nachtmerrie. Maar ik weiger de moed op te geven - en gelukkig denken al mijn ploeggenoten daar zo over.'