Muziek uit speakers en zonder musici

Het podium in de grote zaal van het Muziekgebouw aan 't IJ was vrijdagavond verdwenen. Een groot deel van de stoelen ook. Alleen in het midden was een cirkel stoelen over, waaromheen, staand op zuilen en hangend aan de balkons, zestien luidsprekers waren opgesteld. Die opstelling bood op zich al een bijzonder esthetische aanblik, maar diende tegelijk een praktisch doel: op het programma stonden vier zuiver elektronische composities (er kwam geen uitvoerder aan te pas), die de ruimte in alle richtingen vulden, omcirkelden of doorkruisten.

Er klonk werk van drie Nederlandse elektronici. Opvallend was de geheel eigen stijl van elk van hen. Roderik de Man komt in zijn Music, when soft voices die (2003) naar voren als de gebalanceerde estheticus, met prachtige, cleane geluiden in een soort natuurkundige processen: elke klank is als een gebeurtenis die reacties ontketent. Die causaliteit voorkomt dat het een soort van catalogus van science-fiction-achtige geluiden wordt; een gevaar dat bij elektronische muziek altijd op de loer ligt.

René Uijlenhoet is meer de wellustige experimenteerder. De Voorzienigheid (2006) begint dan ook met bloppend geborrel, alsof je een geheim laboratorium bent binnengewandeld. Uijlenhoets klanken zijn aards, vaak met een randje. In een wild resonant basloopje en wat nog het meest lijkt op een geflipte drumcomputer komt zelfs even de techno, het populaire zusje van de elektro-akoestische muziek, om de hoek kijken.

In Phalanxes (2005) pakt Kees Tazelaar het experiment structureler aan. Een herkenbaar, terugkerend idee (een opeenstapeling van versnellende en vertragende ratelgeluidjes) ondergaat enkele gedaanteverwisselingen. Het wordt ineens bijna dierlijk, of klinkt alsof het van onder water komt - eigenlijk een beetje de elektronische versie van de aloude variatievorm.

Daarna kreeg de Engels-Noorse Natasha Barrett nog tweeënvijftig minuten voor Trade Winds (2004-2006). De compositie, die de luisteraar volgens de componiste 'meeneemt op een reis van cultuur naar natuur, door storm, fabels, lelijkheid en schoonheid, op een manier die nog niet eerder werd gehoord', is een odyssee in de dubbele betekenis van het woord. Eindeloos golft het water - dan weer rustig kabbelend, dan weer onstuimig beukend. Samples van een kerkorgel wekken associaties met goedkope horrorfilms. Pratende stemmen worden getransformeerd tot een soort Darth Vaders zonder dat duidelijk wordt waarom. Zo ben je na een fantastisch concert toch nog blij dat het is afgelopen.

Concert: Elektronische composities van De Man, Uijlenhoet, Tazelaar en Barrett. Gehoord: 3/3 Muziekgebouw aan 't IJ, Amsterdam.