Literatuur begeeft zich in het uitgaansleven

Het is zaterdagavond in Club Rotterdam, maar het is geen gewone uitgaansavond. Als de twintigers zich hebben genesteld in de stoelen en uitgestrekt op de loungebanken gaat de muziek uit. Jorg Schellekens neemt plaats achter het katheder dat in de club staat. 'De schrijvers dragen voor, het publiek luistert. Er zal geen sprake zijn van interactiviteit: u kunt niet stemmen, u kunt niets winnen. U mag lachen, maar de auteurs zullen hier niet op reageren.'

Ook in deze omgeving moet de naam van deze avond, Nur Literatur, letterlijk worden genomen: een 'podium voor de letteren en niets dan de letteren'. In 2001 begonnen Schellekens en zijn oud-klasgenoot Ernest van der Kwast in kleine cafés en restaurants literaire avonden te organiseren. Kwaliteit wordt volgens hen namelijk regelmatig over het hoofd wordt gezien 'in deze tijd van hiphoppende minstrelen, vioolspelende rappers en dichters begeleid door gitaristen en pruttelende koffiezetapparaten'. Nur Literatur trekt nu zo'n honderdvijftig bezoekers per avond.

De niveauverschillen waren zaterdagavond groot. In de categorie light verse etaleerde de bloedserieuze domineesdochter Anne van Amstel in haar 'Open brief aan Al Qaida' haar politieke engagement zonder veel brille: 'Ontzie daarom elk doel waarbij een kans bestaat op/ lijken die bij leven uw broeders niets misdeden'.

Ook geen zwaargewicht, maar wel grappig en ontroerend was bestsellerauteur Ronald Giphart. Hij doorbrak het verbod op interactiviteit door het publiek te laten bepalen welke pagina's hij zou voorlezen uit Ik omhels je met duizend armen, waarvan de verfilming deze week in première gaat. Het leidde tot voordrachten over chimpansee-seks tegenover Bonobo-seks. En over liefde: 'in remlicht zijn alle meisjes mooier'.

De Vlaming Peter Verhelst slaagt er als eerste in de zaal werkelijk stil te krijgen. Hij draagt Zwarte zon - vier sonnetten voor een man voor, en het nog ongepubliceerde liefdesgedicht De kus (1): 'Even later sta je op/ een terras met sterren bezaaid/ naar adem te happen, de armen/ om je heen geslagen, bedwelmd, alsof/ ze opkringelt uit het grasperk, een bos/ tijm. Het kan niets anders zijn/ dan de nacht zelf die in- en uit-/ geademd in sluiers langs het huis strijkt.'