Ikke

Na het hopeloze voetbalpotje tussen Nederland en Ecuador liep ik met een aantal journalisten de perstribune af, op weg naar het praatje van bondscoach Marco van Basten. Mijn god, wat raak je in de catacomben van de Arena ver van het voetbalveld. Trap af, gang door, nog een gang door, wenteltrap af, weer een gang door, nog een trap af, gang, halletje.

In het halletje viel mijn oog op een witte deur met een bordje erop. Ajax-scouting. Er stonden drie namen onder elkaar, Ton Pronk, Piet Keizer en Gerrie Mühren. Drie grote voetballers, of moet ik zeggen 'grote namen' uit de historie van de Amsterdamse club op zo'n lelijke formica deur. Wat zou er achter die deur gebeuren? Misschien stonden er wel drie veldbedjes voor het middagslaapje.

Van Basten liep langs en nam de laatste trap naar beneden naar de kille, ondergrondse sporthal waar hij een persconferentie gaf. De debutanten kregen allemaal lof toegezwaaid. Jongens als Martijn Meerdink en Nicky Hofs hadden volgens de bondscoach hun best gedaan. En toch zag ik ze in de zomer niet één, twee, drie voetballen tegen Ivoorkust tijdens het WK.

Bij deze bondscoach kun je je snel in zijn selectie spelen. Op de dag dat hij naar je komt kijken, moet je in vorm zijn. Gisterenmiddag zat Marco van Basten op de tribune bij het competitieduel Ajax tegen Sparta. Klaas-Jan Huntelaar scoorde drie keer. Bij ieder doelpunt gluurde Van Basten naar het grote videoscherm hoog in het stadion. Werd hij in beeld genomen en kon het publiek aan zijn oogopslag aflezen of hij Huntelaar voor de komende interland al in het vizier had?

Gedreven spelers hebben een natuurlijke drang hun kwaliteit te laten gelden. Huntelaar heeft maling aan de kilte van de Arena. Hij nam gisterenmiddag vrolijk de regie op het veld over. De bal lag 24 meter van het doel van Sparta. Hij legde 'm zorgvuldig op een goede plek. Mauro Rosales wilde ook laten zien dat hij een mooie traptechniek had.

'Nee, ikke', zei Huntelaar.

Huntelaar verloor de bal niet uit het oog. Hij boog zelfs licht voorover om 'm met drie vingertoppen op de plaats te houden, ondertussen anderen op afstand houdend. Jongetjes van dezelfde club, vechtend om de bal; je zag het dierlijke voordringen uit de pupillentijd. Rosales moest het onderspit delven en ook Nourdin Boukhari maakte geen schijn van kans.

Ik moest denken aan de wedstrijd Feyenoord tegen RKC in de Kuip, een paar seizoenen geleden. De thuisclub kreeg een vrije trap toegewezen op de rand van het zestienmetergebied. Pierre van Hooijdonk, natuurlijk hij, stond al klaar. De grote vrije trappenspecialist zou de bal eens lekker in de kruising draaien. Plotseling kwam Robin van Persie aangelopen. Hij verlegde de bal. Van Persie negeerde alles en iedereen en nam totaal onverwacht de vrije trap.

De bal van Huntelaar vloog over de muur en belandde keurig in de hoek, zijn derde goal van de wedstrijd. Van Basten zette een kruisje achter zijn naam.

De vrije trap van Robin van Persie miste doel. Hoon viel hem ten deel. Op de eerste training kreeg hij de volle laag van de oude garde. Ze schoffelden hem onder de zoden. Van Persie verdween bij Feyenoord en moest via een transfer naar Arsenal bewijzen dat hij wel degelijk een toptalent is.

Met een beetje geluk staan Huntelaar en Van Persie straks naast elkaar in het veld op het komende WK in Duitsland. Stel je voor, het is 0-0 tegen Ivoorkust. Vrije trap voor Nederland. De bal ligt op haalbare afstand van het doel. Huntelaar nadert, Van Persie komt aangeslenterd.

Zeg het maar, jongens. Wie?

'Ikke'.

'Nee, ikke!'

    • Wilfried de Jong