Zorgen over de welvaartskloof

Morgen begint in Peking de jaarlijkse zitting van het Chinese parlement. Belangrijkste agendapunt is de sterk gegroeide welvaartskloof tussen stad en platteland.

Deng Xiaoping, China's vroegere sterke man die de definitieve aanzet gaf tot de economische liberalisering, was geen ideologische scherpslijper. 'Het maakt niet uit of de kat wit of zwart is, als hij maar muizen vangt', betoogde hij. Maar dat betekende niet dat getornd mocht worden aan de alleenheerschappij van de partij. Dat liet Deng in 1989 zien met het neerslaan van de studentenprotesten op het Plein van de Hemelse Vrede.

Anno 2006 staat China er eigenlijk nog steeds zo voor. Het muizen vangen (vorig jaar opnieuw een economische groei van 9,9 procent) verloopt al twee decennia zeer succesvol - ondanks of juist dankzij het feit dat de partij de regie strak in handen houdt. Daardoor is zij nu ook op zichzelf aangewezen om - in de woorden van partijcommentatoren - een 'fundamentele strategische beslissing' te nemen, die wellicht neerkomt op het heruitvinden van het communistische gelijkheidsbeginsel.

Het gaat om de steeds dieper wordende welvaartskloof tussen arm en rijk, en tussen stad en platteland in het bijzonder. Volgens de partij zelf lag het gemiddeld stedelijk inkomen in 1978 nog 2,27 keer hoger dan op het platteland. Vorig jaar was dat verschil opgelopen tot 3,22 keer. Ook andere cijfers van de partij zelf duiden op sterk groeiende ongelijkheid: 80 procent van alle gezondheidszorg komt terecht in de steden, slechts één op de vijf boeren heeft toegang tot reguliere doktershulp; de helft van alle dorpjes krijgt geen drinkwater uit de kraan; 150 miljoen huishoudens hebben moeite om aan brandstof te komen; het slechtste onderwijs wordt gegeven op dorpsschooltjes en onder boerenkinderen is schoolverzuim het grootst.

Geen wonder dat de grimmige tegenstelling tussen stad en platteland hét thema is op de jaarlijkse zitting van het Volkscongres, China's niet democratisch gekozen parlement, die morgen begint. Zo'n 3.000 afgevaardigden, van wie 70 procent lid van de partij, zijn daarvoor vanuit alle delen van het land afgereisd naar de Grote Hal van het Volk in Peking.

De wil tot bijsturing van de groei is niet alleen een kwestie van rechtvaardigheidsgevoel bij het huidige communistische leiderschap. Het scheppen van een 'nieuw, socialistisch platteland', zoals de terminologie luidt, is ook hard nodig om het gezag van de partij overeind te houden. Het aantal 'sociale protesten' op het platteland - tegen landonteigening, tegen willekeur en corrupte ambtenaren - stijgt alarmerend.

Daarom wil de partij onder andere haar kader in de regio's verjongen. En wil ze meer geld uittrekken voor onderwijs, huisvesting en gezondheidszorg. En wil ze de miljoenen op drift geraakte migrantenarbeiders meer rechten en sociale voorzieningen geven.

Alleen als de massa tevreden blijft, kan het vangen van muizen doorgaan.

    • Wim Brummelman