Waarom mannen niet van grappige vrouwen houden

Uit onderzoek blijkt: mannen zien weinig in humoristische vrouwen. Klopt dat, vraagt Henk van Gelder aan beroeps-grappige vrouwen

18-10-2005, AMSTERDAM, SARA KROOS FOTO LEX VAN ROSSEN/HH ROSSEN, LEX VAN

Mannen en vrouwen zoeken precies hetzelfde - dat is althans de indruk die ze wekken in hun contactadvertenties. Ze zijn het er roerend over eens dat hun aanstaande partner 'gevoel voor humor' moet hebben. Dat is, blijkens hun lokroepen in de advertentiekolommen van de kranten en op de internet-sites voor singles, bij mannen niet anders dan bij vrouwen. Maar bedóelen ze ook hetzelfde?

Nee. De vrouw zoekt een man die haar aan het lachen kan maken. En de man zoekt een vrouw die om zijn grappen lacht. Hij verlangt niet dat zij zelf grappig is. Sterker nog: een grappige vrouw schrikt hem af. Geestige mannen oefenen, hoe ze er ook uitzien en zich gedragen, een grote aantrekkingskracht op vrouwen uit. Geestige vrouwen zijn daarentegen minder aantrekkelijk voor mannen.

ONDERZOEK

Aldus - in grote lijnen - de uitkomsten van een onderzoek van de psychologiestudenten Eric R. Bressler en Sigal Balshine, waarover zij kortgeleden verslag hebben uitgebracht in het wetenschappelijke tijdschrift Evolution and Human Behavior. Of, zoals ze het zelf - veel wetenschappelijker - formuleren: 'Onze resultaten suggereren dat humor een positief effect kan hebben op de aantrekkingskracht als partner voor een relatie, maar dit effect lijkt zich vooral voor te doen als mannen humor gebruiken en worden beoordeeld door vrouwen. We vonden geen aanwijzingen dat mannen een voorkeur voor humoristische vrouwen als partner hebben, noch dat vrouwen humoristische vrouwen als aantrekkelijker partners beschouwen.'

De proefpersonen in hun onderzoek waren 210 collega-studenten aan de McMaster University in Ontario, Canada: 105 mannen en 105 vrouwen. Iedereen kreeg een reeks neutraal ogende portretfoto's te zien, samen met enkele feitelijke en enkele grappig bedoelde uitspraken die aan de geportretteerde konden worden toegeschreven. Bressler en Balshine kozen daarvoor 'omdat zelfs zeer grappige mensen niet altijd grappig zijn'. Zo werden zakelijke mededelingen ('In het weekend sta ik vroeg op zodat ik rond 12 uur klaar ben met mijn werk') gecombineerd met spitsvondigheden als: 'Ik ben dol op loterijen, want eigenlijk betalen mensen die slecht zijn in rekenen, daarmee gewoon een extra belastingaanslag'. Het rekenwerk dat de onderzoekers vervolgens verrichtten, leidde tot een onontkoombare conclusie: de vrouwen vielen vaker dan gemiddeld op de geestige mannen, terwijl de mannen veel minder vaak dan gemiddeld voor de geestige vrouwen kozen.

En let wel, schreef een anonieme columniste die zichzelf 'een grappige vrouw' noemt, op de Engelse site The Friday Project: het ging hier dus niet om ouderen bij wie de emancipatie nog niet echt in de genen zit, maar om twintigers in wier leefwereld dit soort sekse-discriminatie allang geen rol meer zou moeten spelen. 'Veel mannen zijn nog steeds niet over hun angst voor vrouwen heen', luidde haar interpretatie.

Een andere grappige vrouw, de Britse comédienne Oriane Messina, zei in The Independent on Sunday: 'In bepaalde situaties, bijvoorbeeld als ik een man ontmoet die ik aantrekkelijk vind, temper ik mijn humor een beetje. Ik denk dat sommige mannen grappige vrouwen intimiderend vinden.'

Ook haar Nederlandse collega Lenette van Dongen zegt het verschijnsel te kennen: 'Het is mij vaak opgevallen dat een man tijdens een eerste ontmoeting heel graag naar zichzelf luistert. Verder willen veel mannen in het café best o zo guitig tegen mij doen, terwijl ze thuis veel liever een muts hebben zitten. Die kunnen ze tenminste aan, en ons soort vrouwen is natuurlijk wat moeilijker onder de duim te houden.'

jongensclub

En wat doen vrouwen als ze weten dat mannen niet tegen grappige vrouwen kunnen? Ze passen zich aan.

Toen Lenette van Dongen zich vijftien jaar geleden voor het eerst manifesteerde bij de Comedy Train, de kweekvijver voor stand-up comedy, was zij de enige vrouw. En veel blijkt er sindsdien - ondanks de succesvolle opkomst van cabaretières als Brigitte Kaandorp, Sanne Wallis de Vries, Sara Kroos en Claudia de Breij - niet veranderd te zijn. Comedy Train telt nu 38 aangesloten komieken: 35 mannen en drie vrouwen. In het CT-jubileumboek Nee jij bent leuk omschreef een van die drie, de nog niet wijd en zijd bekende Karin Bruers, het gezelschap als een typisch jongensclubje: 'Het werd me natuurlijk niet recht in mijn gezicht gezegd, dat zou kinderachtig zijn, maar het is wel duidelijk dat je er niet bij hoort. Niet zozeer omdat je een meisje bent, dat is tegenwoordig wel geaccepteerd en soms zelfs gewenst, maar... je hebt geen piemel. Je bent een soort minder valide medemens voor ze en dan hoor je bij de Paralympics - heel goed hoor, wat je doet, maar Mart Smeets maakt er geen woorden aan vuil.'

Karin Bruers is de enige vrouw onder de tien cabaretiers wier theatertournees worden georganiseerd door het Impresariaat Angélique Finkers in Amsterdam. 'Ik vind dat heel veel vrouwelijke cabaretiers een underdog-positie innemen', zegt Finkers die onder meer de belangen van haar befaamde broer Herman behartigt. 'Je hoort vaak klaaglijke verhalen: ze hebben zo'n zwaar leven en ze krijgen te weinig steun van hun echtgenoot. Dat spreekt mij totaal niet aan, daar kan ik me niet mee identificeren. Ik zie veel liever een stoer wijf dat zichzelf prima kan redden. En daarvan zijn er nog steeds veel te weinig. Blijkbaar zijn we nog niet zo ver.'

'Veel vrouwen hebben moeite met het maken van humor omdat ze zichzelf veel te serieus nemen', beaamt Anita UitdeHaag, oprichter en directeur van de Koningstheaterakademie in Den Bosch die nieuw kleinkunsttalent opleidt. 'Bij ons melden zich nog steeds heel wat meer mannen aan dan vrouwen. In het algemeen kunnen mannen makkelijker bluffen dan vrouwen - dat verschil wordt wel iets minder, maar het blijft groot. Flair en bluf zijn nu eenmaal belangrijk in dit vak.'

'In mijn huidige programma zeg ik dat mooie vrouwen nooit grappig zijn,' vertelt de aanstormende cabaretier Ernst van der Pasch. 'Dat is een grap, maar er zit wel een kern van waarheid in. Je wordt niet grappig geboren, dat is een eigenschap die je ontwikkelt om te overleven. En voor mooie vrouwen is het nooit nodig geweest om óók nog eens grappig te zijn. Het is ook cultureel bepaald: humor is ontwikkeld door mannen, om elkaar te kunnen aftroeven, en dus zijn mannen er beter in.'

Misschien is het zoals de anonieme columniste van The Friday Project al schreef: 'Een kerel die er doodgewoon uitziet en grappig is, staat te demonstreren dat een goed gevoel voor humor belangrijker is dan een gepolijste kaaklijn. Van een doodgewoon ogende vrouw die grappig is, zal altijd worden gedacht dat ze iets staat te compenseren.'

'VROUWEN MET IJDELHEID BEZIG'

Angélique Finkers vergelijkt de mechanismen in een groepje mannen-onder-elkaar met die in een gezelschap vrouwen-onder-elkaar: 'Vrouwen troeven elkaar niet met humor af, die zijn veel meer met ijdelheid bezig. Daarom vind ik het zelf vaak veel leuker om in een groepje mannen te zitten.' Anita UitdeHaag constateert: 'Vrouwen onder elkaar gaan veel meer de diepte in. Alles wordt uit en te na besproken, waardoor ze ook wel eens te lang bij iets blijven stilstaan. Mannen walsen veel meer over de dingen heen; die concurreren op snel en alert reageren.'

Een soortgelijke observatie is te vinden in een artikel dat Stefaan Lievens, hoogleraar psychologie aan de universiteit van Gent, anderhalf jaar geleden publiceerde in het tijdschrift Antenne: 'Vrouwen lachen, giechelen, grinniken en babbelen veel onder elkaar. Informeel noemen ze dit: praten onder vrouwen. Het blijft allemaal onder hen, ze komen er weinig mee naar buiten. Mannen gaan dit vlotter veruitwendigen.'

Anita UitdeHaag vermoedt bovendien dat het groepjesgevoel in de beroepssector nog verdere consequenties heeft. 'Jongens als Jan Jaap van der Wal en Marc-Marie Huijbregts spreken elkaar voortdurend, organiseren allerlei dingen met elkaar en schuiven elkaar de baantjes toe,' stelt ze vast. 'Lenette van Dongen, Sara Kroos en Sanne Wallis de Vries - die ik fantastisch vind - hebben veel minder met elkaar. Zij vormen geen clubje.'

Zelf wordt Lenette van Dongen, naar zij zegt, door een licht gevoel van vermoeidheid bevangen als dit onderwerp weer eens op haar pad komt. 'Het zal mij tot aan het eind van mijn carrière achtervolgen. Maar van mij mogen ze het geld dat aan dit soort onderzoeken wordt besteed, aan iets anders uitgeven. We schieten er niets mee op. Er zal bij mannen en vrouwen altijd iets van vroeger blijven hangen, waardoor ik met veel plezier de badkamer kan schoonmaken en dan nog drie keer terugga om te genieten van het resultaat, terwijl dat gevoel bij mijn man totaal ontbreekt. Dat zit nog ergens in onze hersenen uit de dinosaurussentijd.'

Maar los daarvan: waar blijft de eerste schoonvadermop?

    • Henk van Gelder