Vertrouw de verklikkerkip

Vogelgriepvaccins beschermen niet alle kippen, maar onderdrukken wel de meeste uitbraken. En die kunnen heel gewoon worden, nu het H5N1-virus zich in watervogels lijkt te vestigen. Hester van Santen

Police tape bars access to a path along the Rhine river in Mammern, Switzerland, February 27, 2006 after cases of avian flu were reported just across the border in Germany. Sections of Lake Constance and the Rhine river were placed under surveillance by Swiss authorities after two cases of bird flu in two wild ducks were announced on the German side of the border on Sunday. REUTERS/Siggi Bucher REUTERS

Het woord 'doorbraak' viel vorige week vaak, toen Brussel besloot om vaccinatie tegen vogelgriep toe te staan in Frankrijk en Nederland. Maar in Italië worden de kippen en kalkoenen al anderhalf jaar tegen de griep ingeënt. Hun vlees wordt binnen Europa verhandeld, volledig legaal volgens besluit 2004/666/EC dat de Europese Commissie op 29 september 2004 nam.

De kippen- en kalkoenenvleesproductie op de Po-vlakte moest wel bureaucratisch worden dichtgetimmerd. De ingeënte dieren moesten geregisteerd; vogels mochten niet levend het land uit; er kwam een verplicht testsysteem om gevaccineerde kalkoenen en kippen van zieke vogels te onderscheiden en tussen de gevaccineerde dieren lopen ongevaccineerde verklikkerkippen rond. Die krijgen vogelgriep zodra het virus opduikt. Erg gelukkig', zijn de Italianen met de EU-toestemming voor vaccinatie, aldus veterinair virologe Ilaria Capua aan de telefoon vanuit het nationale vogel-grieplaboratorium bij Padua. Breekt binnenkort de vogelgriep uit in Italië, dan zijn deze beesten beschermd.

Onder precies dezelfde voorwaarden kregen minister Veerman en zijn Franse collega vorige week toestemming om een beperkt deel van hun nationale pluimveestapels tegen de Aziatische H5N1-vogelgriep in te enten. Nee, in die zin kun je het eigenlijk geen doorbraak noemen', zo zegt viroloog Wim van der Poel van de Animal Sciences Group, een commercieel onderzoeksinstituut van de Wageningse universiteit.

Het besluit toont het afkalven van de anti-vaccinatiepolitiek in de Europese Unie. Die werd in 1992 ingevoerd. Europa stopte toen met het inenten tegen sterk besmettelijke dierziekten als vogelgriep, mond- en klauwzeer en varkenspest. Daarvóór werden deze ziektes regelmatig met vaccins bestreden, maar begin jaren negentig waren varkenspest en mond- en klauwzeer uitgeroeid in Europa. Niet vaccineren was beter voor de positie op de wereldmarkt.

Prof.dr. Jan van Oirschot, destijds hoogleraar veterinaire vaccinologie aan de Universiteit Utrecht, was er in 2002 op een Amerikaans congres duidelijk over. Een land dat vrij is van een lijst A-ziekte [een erg besmettelijke dierziekte, red.] en er een niet-vaccinatiebeleid tegen heeft ontwikkeld, bereikt de hoogst mogelijke diergezondheidsstatus, wat ettelijke handelsvoordelen biedt (...).'

De vaccinatietegenstanders kregen deze week al weer argumenten in handen: Japan sloot de grenzen voor Nederlands kippenvlees en eieren; 43 landen willen geen Franse pluimveeproducten meer.

Toch zijn de verhoudingen aan het schuiven. Erg consequent was het anti-vaccinatiebeleid nooit: Nederlandse kippen worden tegen een handvol andere ziektes ingeënt zonder dat importerende landen daar moeite mee hebben (zie kader 'Geënte kip'). Bovendien zorgden de wereldwijde handel en toerisme de afgelopen tien jaar voor enkele grote uitbraken van dierziekten, die in de EU de vraag om vaccinatie deden groeien. De economische schade wordt te hoog, en de massaslachtingen leiden tot zwaarwegende zorg bij het publiek', schreef een Europese wetenschappelijke commissie in 2003. Zij riep daarbij op tot verdere ontwikkeling van vaccins en diagnostische tests voor allerlei zeer schadelijke dierziektes.

blijvend gevestigd

Vaccinatie tegen vogelgriep dringt zich nu op, omdat de verwachting is dat de H5N1-griep nog lange tijd zal rondwaren onder pluimvee. In Azië heeft het virus zich alom en - naar gevreesd wordt - blijvend gevestigd, en in Afrika gebeurt dat wellicht ook. In hoeverre Europese watervogels structureel besmet raken (zonder ziek te worden) moeten we afwachten.

Als de kippen in de toekomst op grote schaal ingeënt worden verkleint dat de kans dat een enkel griepgeval op een pluimveebedrijf tot een grote uitbraak leidt. Het afmaken van kippen op besmette pluimveebedrijven en in een kring daaromheen is in gebieden met veel pluimvee-industrie onvoldoende om een uitbraak te stoppen, modelleerde de Wageningse universiteit onlangs. Het model voorspelt dat bij iedere uitbraak in de Gelderse vallei, waar miljoenen kippen dicht opeen gehouden worden, alle kippenhouderijen besmet worden. Vaccinatie kan dat voorkomen.

ontheffingen

Sinds Italië na een jarenlange reeks uitbraken van vogelgriep op de Po-vlakte een serie ontheffingen kreeg, bestaat die mogelijkheid. Eerst mochten de Italianen alleen in de buurt van besmette bedrijven vaccineren, maar vanaf 2004 is preventieve inenting toegestaan, waarbij vlees en eieren binnen de EU verhandeld mochten worden. Vooral de toestemming voor Nederlandse vaccinatie bouwt daar volgens Capua, die vorige week bij de Brusselse besprekingen was, op voort: het protocol is hetzelfde. 'De Nederlanders bouwen op enorme Italiaanse ervaring.'

De vraag blijft echter: is vaccinatie 'beter' dan ruimen? Tegenstanders van vaccinatie hanteren het argument dat het onmogelijk is om besmet pluimvee van gevaccineerde dieren te onderscheiden. Dat is nodig, omdat inenting besmetting niet uitsluit: geen enkel vaccin beschermt volledig. De vrees dat besmette dieren en besmet vlees op deze manier ongezien 'in de keten' blijven, is de laatste jaren gegroeid omdat het vogelgriepvirus nu ook duidelijk een gevaar voor mensen is. Wereldwijd zijn een kleine honderd mensen aan een vogelgriep-besmetting overleden. In 2003, toen voor het laatst een agressieve vogelgriep-variant in Nederland uitbrak, werd nog gedacht dat de klachten niet erger konden zijn dan oogontsteking, tot een dierenarts overleed.

Er zijn twee manieren om te weten te komen hoe goed vaccinatie werkt: experimenteren in het lab, of uitproberen in de praktijk. In een testsituatie worden bewust geïnfecteerde gevaccineerde kippen bijna nooit ziek. Het Nederlandse vaccinbedrijf Intervet, een van de grootste producenten ter wereld, haalt op zijn website tests aan met de Intervet-vaccins van het type dat ook in Nederland in aanmerking komt.

Daaruit bleek dat, met het vaccin dat nu in Nederland waarschijnlijk op de markt komt, bijna nooit kippen ziek worden die wel gevaccineerd zijn. De enkele keer dat het toch gebeurde, was die kip volgens de onderzoekers resistent tegen vaccinatie, of hij was per ongeluk niet ingeënt. Dat gebeurt met alle vogelgriepvaccins en -vaccinaties: soms ontsnapt een kip aan de spuit, soms werkt het vaccin niet door de erfelijke aanleg van de kip, of doordat ze ziek is als de inenting wordt gegeven. Het immuunsysteem is dan verzwakt, de antistoffen die een toekomstige besmetting moeten voorkomen, worden niet opgebouwd.

Virologen streven dan ook niet naar volledige bescherming, maar naar een zodanige dekking dat kippen weinig buren besmetten en een uitbraak vanzelf uitdooft. Daarom is het ook belangrijk om te weten of een gevaccineerde vogel niet te veel virus meer verspreidt als hij desondanks besmet is. In een Amerikaans onderzoek leek dat in orde. De helft van de bewust besmette, ingeënte kippen scheidde geen virus meer uit, en de andere helft verspreidde ruim 10.000 keer minder virus dan zonder vaccinatie - honderd keer minder wordt wel als norm genomen.

Maar of dat echt voldoende is om besmetting van andere kippen tegen te gaan, is nauwelijks onderzocht. Een onderzoek van het CIDC-Lelystad, het Centraal Instituut voor DierziektenControle van de overheid, deed dat wél. Prompt kwam het afgelopen december in het hoog aangeschreven tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences terecht. De conclusie was dat het vaccin prima voldeed, althans tegen de H7N7-vogelgriep die in 2003 door Nederland trok. Viroloog Wim van der Poel: We denken dat het in principe ook geldt voor H5N1. We gaan het in mei onderzoeken.'

Maar hoe werken de vaccins in de praktijk? Een kippenschuur met tienduizenden dieren is wat anders dan een laboratorium waar dieren uiterst zorgvuldig worden ingeënt, besmet en gecontroleerd.

Daarbij is het probleem: de gebruikte vaccins en het type virus verschillen. Pluimvee in Mexico wordt bijvoorbeeld al sinds half jaren negentig ingeënt, maar met een genetisch gemanipuleerd vaccin dat in Europa niet mag worden gebruikt. Ilaria Capua van het lab uit Padua zegt dat ontwikkelingslanden veruit de meeste ervaring met inenting tegen hoogpathogene vogelgriep hebben. Sinds de uitbraak van de Aziatische H5N1-vogelgriep zijn vele miljoenen vaccins verkocht aan Vietnam, aan China en Indonesië. Maar er is totaal geen zicht op het effect, zegt ze. Ze publiceren geen gegevens uit het veld.'

De beste praktijkcijfers komen uit Italië, en uit Hong Kong. De situatie daar is vergelijkbaar met Nederland: intensieve pluimveehouderij in een ontwikkeld land. Alleen in Hong Kong werd onderzocht hoe een vaccin beschermde tegen de H5N1-vogelgriep.

povlakte

Het vaccinatieprogramma waar Italië nu nog van profiteert, startte in 2001. Al twee jaar kampte de intensieve pluimveesector op de Povlakte met uitbraken van hoog- en laagpathogene vogelgriep, waarbij soms honderden kip- en kalkoenboerderijen werden geruimd. Hoogpathogene vogelgriep, dat is vogelgriep van het soort dat grote slachtingen veroorzaakt onder het pluimvee. Het nu circulerende H5N1 hoort tot die categorie, maar er zijn meer types met dezelfde agressiviteit. Voor kippen is het een snelle lijdensweg die meestal eindigt in de dood. Ze gaan snotteren, krijgen een opgezwollen kop, diarree, neurologische problemen en inwendige bloedingen.

heel besmettelijk

Van laagpathogene griepvirussen wordt een kip niet zo ziek, maar de wereldorganisatie voor diergezondheid OiE schrijft toch voor om de ziekte te bestrijden. Een laagpathogeen griepvirus is namelijk niet alleen heel besmettelijk, het kan ook muteren naar een hoogpathogene variant. Daarvoor hoeft maar een klein gedeelte van het virusgenoom te muteren. Er verandert dan een eiwit, zodat het virus meer weefsels in een dier kan aanvallen. Dat gebeurde rond de eeuwwisseling op de Po-vlakte. Sinds de meest recente campagne van oktober 2004 zijn 15 miljoen stuks pluimvee op 374 bedrijven (vooral met vleeskalkoenen) in Lombardia en Veneto uit voorzorg ingeënt. Toch brak op 11 april 2005 vogelgriep uit op een bedrijf, waarna de ziekte zich in vier dagen naar elf andere boerderijen verspreidde. In de volgende drie weken volgden nog drie besmettingen. Dertien van die vijftien besmette bedrijven waren gevaccineerd; op één na werden ze allemaal geruimd.

Het was moeilijk, schrijft Capua in een rapport over de uitbraak, om de kalkoenen vier maanden lang beschermd te houden. Ook hadden niet alle boerderijen zich aan het vaccinatieschema gehouden. Toch is ze positief over vaccinatie: toen er nog niet gevaccineerd werd, raakten bij een uitbraak soms honderden bedrijven besmet. Op dit moment lijkt vaccinatie, hoewel het geen infectie op individuele boerderijen voorkómt, een cruciale maatregel om massale verspreiding van het virus te vermijden.'

In Hong Kong ging het net zo, Het land begon in het voorjaar van 2002 met inenten, toen er op een paar boerderijen uitbraken met de Aziatische H5N1-vogelgriep geweest waren. In eerste instantie werkten de vaccins niet goed: slechts de helft tot driekwart van de groepen pluimvee ontwikkelde voldoende antistoffen. Toch besloot de regering in juni 2003 om al het voor consumptie bedoelde pluimvee in te enten. In het jaar daarop kwamen in aangrenzende landen nog steeds uitbraken voor, maar niet meer in Hong Kong. Onderzoeksleider Trevor Ellis mailt desgevraagd dat voor het succes van een vaccinatieprogramma vooral aanvullende maatregelen van belang zijn. En dat er goed toezicht moet zijn op de vaccinatie: Hong Kong gebruikte verklikkerkippen, en op kleine schaal ook bloedtests om gevaccineerde van besmette vogels te onderscheiden.

Zo zal het er dus waarschijnlijk uit komen te zien in Nederland, als onze kippenstapel ooit masssaal tegen vogelgriep gevaccineerd wordt. Af en toe een kleine uitbraak van vogelgriep, waarbij aanvullende maatregelen ervoor moeten zorgen dat het land virusvrij blijft. Ilaria Capua, die het Italiaanse vaccinatieplan bedacht en beschreef, toont zich vooral over het Nederlandse programma positief, omdat het Italiaanse systeem van controle wordt overgenomen. Dat werkt als volgt: één op elke honderd kippen in een gevaccineerd bedrijf krijgt geen vaccin en dient als verklikkerkip. Verklikkerkippen zijn de snelste detectiemethode: 3 à 4 dagen na infectie wordt zo'n vogel ziek. Het nadeel is dat ermee gefraudeerd kan worden. Guus Koch van het CIDC-Lelystad: Maar ja, je kunt ook een ziekte op je boerderij niet melden. Dat is niet helemaal te voorkomen.'

De diagnostische test om vaccin in kippenbloed van rondwarend virus te onderscheiden (ontwikkeld door, alweer, Ilaria Capua) heeft een betrouwbaarheid van ruim 95 procent in het lab (Avian Pathology, 2002). De test is op de Po-vlakte gebruikt om besmettingen aan te tonen en uit te sluiten.Capua: Die test hebben wij hier liggen, die kunnen we leveren.' Er moet nog wel onderhandeld worden over de voorwaarden, omdat de Italianen de test gepatenteerd hebben. Daarna kan in Lelystad een testfaciliteit worden opgezet, zegt Guus Koch. Het blijft bewerkelijk: de Italiaanse methode is in de huidige vorm niet te automatiseren.

eenden

Wat Frankrijk betreft, vraagt Ilaria Capua zich af of de beste optie is gekozen. Zij vaccineren eenden. Met het inenten van eenden is in de praktijk nauwelijks ervaring. Maar ik begrijp het wel, ze hadden geen keus omdat ze in zo'n trekvogelrijk gebied liggen en eenden zo vatbaar zijn voor het virus.' Ook het testen is moeilijk. Een antistoffen-test voor eenden is nog niet ontwikkeld, zodat een arbeidsintenstieve genetische test gedaan moet worden. En, zo voegt Koch toe, verklikkereenden werken misschien niet omdat die dieren niet heel ziek worden van de vogelgriep. Capua: Als ik hen was, had ik ervoor gekozen om in het eerste half jaar te kijken hoe het inenten uitpakt, en dan pas te exporteren. Maar ja, het probleem is opgelost nu zoveel landen geen Franse producten meer afnemen.'

Een anonieme Europese ambtenaar zei vorige week woensdag na afloop van de vergadering in Brussel dat de Franse en Nederlandse inentingsprogramma's als pilots moeten worden beschouwd. Maar is dat erg? Er is in ieder geval énige praktijkervaring, en er zijn lab-experimenten. Die geven geen aanwijzingen dat vaccinatie een negatieve invloed heeft op het verloop van een uitbraak van vogelgriep. Wel is het duidelijk dat controle, quarantaine en het ruimen van bedrijven niet kunnen uitblijven met de huidige vaccintechnieken. Daar heeft Nederland veel ervaring mee, benadrukt Ilaria Capua. In Nederland is de veehouderij heel goed georganiseerd. Het is Turkije niet.'