Storend: Haagse politici op raadscampagne

Er moet een centraal bureau komen in elke gemeente waar gezinnen terechtkunnen voor opvoedingsvraagstukken. Kraken moet worden verboden. Agressieve reclame op consumptief krediet ook. En de staat moet rentevrije kredieten verstrekken voor starters op de woningmarkt.

Dit is slechts een greep uit de wolk van heteluchtballonnen die dezer dagen opstijgt vanaf het Binnenhof. Met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen, komende dinsdag, bereiken de campagnes van de diverse partijen rondom deze tijd hun hoogtepunt. De Haagse fractievoorzitters en bewindspersonen geloven natuurlijk niet echt dat burgers in hun gemeenten zich bij hun keuze voor de raad laten leiden door de stroom van gare en half-gare plannetjes. Die zijn vooraleerst bedoeld voor het genereren van publiciteit.

Of alle verkiezingsbeloften haalbaar zijn, lijkt voor politici een probleem van later orde. Het gaat hier uiteraard niet om een nieuw verschijnsel, uniek voor de Nederlandse verkiezingsstrijd. Kennelijk hoort het bij het bedrijven van politiek om de eigen geloofwaardigheid inzet te maken van de verkiezingen. Het onderliggende cynisme bij campagnestrategen, dat stoelt op de gedachte dat het electoraat niet over een geheugen beschikt, is intussen niettemin storend.

Hopelijk nemen de meeste kiezers alle toezeggingen van politici in campagnetijd met een flinke korrel zout. Maar dan nog blijft het merkwaardig in het kader van verkiezingen voor de gemeenteraden de minister-president achtereenvolgens te zien opduiken in een Tilburgs carnavalscafé, bij een voetbalwedstrijd in Amsterdam en in het Westland in een kas tussen de snijbloemen. Evenzogoed is het niet goed uit te leggen waarom PvdA-leider Bos nu reeds zinspeelt op zijn kans op het premierschap en laat bekendmaken (hoewel niet voor de eerste keer) dat hij geen vice-premier wil zijn in een mogelijk toekomstig Balkenende III. Komende dinsdag is die vraag niet aan de orde.

Het optreden van nationale politici tijdens lokale campagnes roept altijd gemengde gevoelens op. Vaak hopen plaatselijke politici te profiteren van de aanwezigheid van een beroemde partijgenoot op het lokale podium. Maar dat geldt alleen als de nationale politicus op winst staat in de peilingen. Lokale VVD-lijsttrekkers worden bijvoorbeeld niet echt geholpen door minister Zalm (Financiën, VVD) die ten strijde trok tegen de onroerendezaakbelasting maar zich vergaloppeerde omdat hij zich op de verkeerde cijfers baseerde. Nationale politici, het is hier vaker opgemerkt, beschouwen de lokale verkiezingen in toenemende mate als voorverkiezingen voor de Tweede-Kamerverkiezingen. Minister Pechtold (Bestuurlijke Vernieuwing, D66) wil dat verschijnsel ondervangen door gemeenteraadsverkiezingen niet meer overal in het land op dezelfde datum te laten plaatsvinden. Dat lijkt een goed idee. Maar de tegenwerping van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten dat het slechts zal leiden tot een permanente campagne van nationale kopstukken, klinkt overtuigender.

Het enige wat erop zit voor de kiezer is dat deze zich niet moet laten afleiden door alle nationale thermiek. Waar draaien de komende gemeenteraadsverkiezingen om? Niet om grote begrippen als veiligheid, integratie of armoede. Ook niet om gezinsbeleid, inkomenspolitiek of huizenbezit, zoals nationale politici willen doen geloven. Lokale verkiezingen bieden juist een goede gelegenheid de Haagse prioriteiten eens om te keren. In de relatieve overzichtelijkheid van de eigen gemeente kan de keuze voor een politieke partij goed afwijken van die voor de landelijke politiek. Juist omdát er geen overkoepelend thema is. En landelijke politici doen er daarom vervolgens goed aan geen overdreven conclusies te verbinden aan lokale uitslagen.