Column

Stervende waan

De stervende zwaan werd nog even laf aangevallen door de Duitse poes,
die nu klapperkotsend van de koorts ligt dood te gaan.

‘Spuitje?’, vraagt de papegaai, maar de poes murmelt dat ze vrijgemaakt
gereformeerd is en derhalve van de schepper iedere farmaceutische hulp moet
weigeren.

De papegaai vraagt aan mij of hij, als de poes dood is, eindelijk uit
zijn kooi mag. Om de poes zat hij daar namelijk in. Voor zijn zogenaamde
eigen bestwil. Ik moet hem vaak uitleggen dat het de natuur is dat poezen
vogels willen grijpen en dat hij daarom in een kooi moet.

De papegaai vindt dat de poes in een kooi hoort en niet hij. De poes is
in dit geval de agressor. Verder is hij van mening dat hij niks in
Nederland te zoeken heeft. Hij smacht naar een rechtlijnige vogelverdonk,
een rigoureuze Rita die alle papegaaien meedogenloos terugstuurt naar hun
subtropische moederlanden. Daar waar ze horen. Wat is de lol dat mensen een
vogel in een kooi willen? Dat de kantoorslaaf thuiskomt en denkt: het kan
erger! Hebben mensen daarom een vogel in een kooi, een vis in een kom of
een schildpad in een terrarium?

Hij vraagt de poes om nog een paar keer hard te niezen zodat het virus
zich goed verspreidt en een groot deel van de mensheid meesleurt naar de
hel.

‘Voeger was ik blij met een dooie mus’, murmelt de poes, ‘maar de dooie
mussen zijn op. Uitgestorven!’ Zij vertelt de papegaai dat ze niet dood
wil. Ze had nog zoveel plannen. De Hiswa, de komende Huishoudbeurs, de WK
Curling, het slot van het zinderende Big Brother Hotel en ze had na haar
pensionering in een Seniorenstad willen gaan wonen. Jagen op oude grijze
rollatormuizen. Maar God heeft anders beslist.

De papegaai stelt de poes gerust dat de dood ook voordelen kan hebben.
Ze hoeft dan niet te zien dat het socialistische kopspijkermancabaretje
niet alleen wordt onderbroken door reclame, maar dat het zelfs tijdens het
maken van de grapjes een aankondiging voor een ander Talpaprogrammaatje in
beeld moet dulden. Terwijl Jack zijn meedogenloze satire bedrijft, laat
John de Mol glashard weten dat er een hele belangrijke soap op komst is.

‘Het is maar goed dat bijna niemand meer naar het programma kijkt, zodat
maar heel weinig mensen deze vernedering hoeven te zien’, stelt de papegaai
de stervende poes gerust. De poes bidt tot haar gereformeerde Here dat de
vogelgriep ook veel batterijkippen mee zal nemen.

‘Om ze te verlossen uit hun Veluwse concentratiekampomstandigheden?’,
vraagt de papegaai, die af en toe niest om mij nerveus te maken.

‘Nee’, fluistert de poes, ‘omdat er veel zondaars tussen zitten.
Scharrelkippen die gewoon op zondag eieren leggen. Geld en geld en nog eens
geld. Open die eitunnel en persen maar! Die losbandige scharrelaars
verdienen de doodstraf!’

De papegaai vraagt of ik bang ben voor de dood. Ik vertel dat dat niet
het geval is. Maar ik ben er absoluut nog niet aan toe! Ik wil nog zoveel
meemaken. Kalou in Oranje en Ivoorkust wereldkampioen. Dat lijkt me echt
grappig. En ik wil naar de oh-zo-veilige en swingende gayparade van Kabul
vol burqahomo’s. Rita in string en kwastjes buikdansend op de eerste
praalwagen. Ajax in de nacompetitie geeft ook weer wat spanning. Er is
zoveel om het leven zo lang mogelijk vol te houden. Wat te denken van het
feit dat de aanhangwagenwegenbelasting is afgeschaft en dat ik mijn excuus
heb aangeboden aan Marco Pastors voor het feit dat ik de Rotterdammer
aanzag voor een kortzichtige krampachtige namaakpim, die net als zijn grote
roerganger zijn geld ontving van criminele vastgoedtypes! Goed dat ik aan
dat domme generaliseren een einde heb gemaakt.

Onderhand stuiptrekt de poes haarzelf naar de eeuwige jachtvelden en
ligt de zwaan koud en stijf voor donzig lijk. De papegaai fluit vrolijk I
will survive in de versie van de Hermes Houseband. En ik? Ik ga mezelf
oppimpen. Hoe? Ik ga twaalfjarige meisjes vragen of ze in mijn auto willen
rijden. In ruil voor? Dat zeg ik niet. Maar ik doe het onder de naam Gary
Glitter.