Sprookjes op de beurs

Op veel effectenrekeningen staan aandelen die over de afgelopen tijd een onvoorstelbare rendement behaalden, in vergelijking met de dieptepunten van enkele jaren terug.

Neem het verlieslatende handelsbedrijf Hagemeyer. Op 5 november 2004 gedaald tot 1,33 euro, nu beweegt de koers rond de 3,50 euro. Een rendement van 163 procent in zestien maanden. Een belegging van 50.000 euro toen is nu meer dan 130.000 euro waard. Dit lijkt een sprookje uit duizend-en-een-beurs, maar het is echt waar. Effectenhandelaar Van der Moolen ging van 3,75 euro op 24 juni 2004, toen uit de gratie, naar 9,13 op 21 februari. Een evenmin te versmaden plus van bijna 150 procent, in ruim anderhalf jaar. Waar je de dividenden nog bij moet tellen.

Hagemeyer, Van der Moolen en ook Getronics zijn opvallende stijgers in de AEX- en AMX-index. Zij zijn niet de enige, want bijna alle vijftig indexfondsen behaalden over de afgelopen twaalf maanden een positief resultaat. De beurs blijft stijgen en daardoor voelt iedereen zich een topbelegger.

Ook mensen die rond de jaarwisseling of later verkochten, zijn toppers. Maar dat zien zij anders. Ze voelen zich verliezers, omdat ze de recente stijgingen misten. Onzin. Wat nu? Blijf je zitten, neem je (gedeeltelijk) winst of neem je andere maatregelen?

Een aansporing om alles te verkopen en om de winst veilig te stellen, valt bij zittenblijvers als zaad op de rotsen. Die hardnekkigen geloven dat er meer in het vat zit, maar zij vergeten dat koerswinst niet meer dan winst op papier is. Wanneer het tij op de beurs keert (zoals donderdag), of bij een onderneming, dan smelt de winst snel weg. Anders dan bij een spaarrekening waar je inleg intact blijft, behoudens de aderlating door de eventuele 1,2 procent heffing in box 3 en de slijtage door inflatie. Twee kwaden waar beleggingen ook onder lijden.

Wie een paar jaar geleden aandelen durfde te kopen en nu winst neemt, zit op een flink jaarrendement. Misschien genoeg voor enkele jaren. Maar zo reageren particulieren niet op koersbewegingen. Vaak kopen en verkopen zij op de verkeerde momenten. Nu de koersen blijven stijgen, worden ze bevangen door het koopvirus en niet door het verkoopvirus. Daar spinnen handelaren goed garen bij. Die zijn gek op particulieren, om hun voorspelbaarheid.

Er valt iets te zeggen voor de strategie om niet te verkopen, want de redenering om nu winst te nemen, kon je een half jaar, een jaar of nog langer geleden ook houden, maar enkele fondsen (niet alle) trokken zich daar niets van aan en bleven stijgen. Zo verdubbelde de ING-koers in een paar jaar tijd.

Hoe dicht zitten we tegen een wereldwijde ommekeer aan? Volgens enkele deskundigen die opstaan en naar bed gaan met de (aandelen)beurs duurt dat niet lang meer. Zij voorzien een correctie van zeg 10 procent of meer. De stijgende korte rente, die de centrale banken vaststellen, kan de daling in gang zetten. Feit is dat de lange rente (rente van obligaties) in de VS langzaam oploopt. Zet die trend door, dan komt er een moment dat beleggers hun aandelen omruilen voor obligaties. Dan dalen de koersen in de VS en bijna altijd slaat dat over naar andere landen.

Beleggers die de kat uit de boom kijken, niet willen verkopen, kunnen overwegen om callopties op hun aandelen te verkopen, dus te schrijven. Dat levert geld op en biedt daardoor een beperkte bescherming tegen koersdaling. De koersstijgingen worden daardoor wel beperkt. Een betere bescherming bieden de putopties, die nog goedkoop zijn.

Een voordelige strategie is de combinatie van geschreven callopties en gekochte puts, op een bepaald aandeel. Je schrijft op de helft van je stukken calls (en ontvangt geld/premie) en van de opbrengst koop je puts op al je stukken van de onderneming. Dan slaap je rustig bij een koersdaling.

Nog rustiger slaap je wanneer je verkoopt, winst neemt en de opbrengst op een spaarrekening zet, in afwachting van lagere koersen. Die strategie lijkt op het verzilveren van de overwaarde van je huis door het te verkopen en daarna te gaan huren, in afwachting van een mooier, goedkoper koophuis.