Servië kwaad over aantreden Çeku

De benoeming van de Kosovaarse generaal Agim Çeku tot premier van Kosovo is voor de Servische regering 'absoluut onaanvaardbaar'; Çeku moet worden berecht wegens oorlogsmisdaden.

Dat heeft de woordvoerder van de Servische regering, Srdjan Djuric, gezegd nadat Çeku in Kosovo de formele opdracht kreeg een nieuwe regering te vormen - een opdracht die hij heeft aanvaard. Volgens Servië heeft Çeku genocide en oorlogsmisdaden gepleegd tijdens de Kroatische oorlog (1991-1995) en de Kosovo-oorlog (1999), toen hij commandant was van het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK. Djuric wees op het bestaan - sinds 2002 - van een internationaal arrestatiebevel tegen Çeku en zei dat 'vandaag de dag in Europa, en waarschijnlijk in de hele wereld, geen premier rondloopt die wordt beschuldigd van oorlogsmisdaden'. Zijn benoeming, aldus Djuric, 'maakt de waarden waarop de democratische samenleving is gegrondvest, belachelijk'.

De Servische president, Boris Tadic, drukte zich gematigder uit toen hij reageerde op Çeku's benoeming. 'Servië kiest de premiers van Kosovo niet, maar het is niet goed als generaals en voormalige strijders politieke functies krijgen; dat geldt voor Servië en het geldt ook voor Kosovo', aldus Tadic. De minister van Buitenlandse Zaken van de unie Servië en Montenegro, Vuk Draskovic, zag de benoeming van Çeku als een zaak van de Kosovaren zelf.

De oppositionele, ultra-nationalistische Servische Radicale Partij (SRS), de grootste partij van Servië, liet weten dat geen enkele Servische leider mag communiceren met 'oorlogsmisdadigers' als Çeku. De leider van de SRS, Vojislav Seselj, zit overigens in een Haagse cel, beschuldigd van oorlogsmisdaden. De Servische krant Politika bestempelde Çeku donderdag als 'de generaal van de verschroeide aarde'. Formeel beschouwen de Serviërs de generaal ook als een deserteur, omdat hij zich na het uitbreken van de oorlog in Kroatië in 1991, toen hij kapitein was in het Joegoslavische Volksleger, aansloot bij het Kroatische leger.

Agim Çeku is twee keer, in oktober 2003 (in Slovenië) en in februari 2004 (in Hongarije), opgepakt op grond van het door Belgrado uitgevaardigde arrestatiebevel. Beide keren kwam hij al na twaalf respectievelijk twee uur vrij na interventies van het VN-bestuur in Kosovo, UNMIK. (VIP)