Schuldsaneren faalt voor klant voedselbank

Klanten van voedselbanken maken te weinig gebruik van de mogelijkheden om hun schulden te saneren. De samenwerking tussen betrokken hulpverlenende instanties moet daarom worden verbeterd.

Dat schrijft staatssecretaris Van Hoof (Sociale Zaken, VVD) aan de Tweede Kamer. Hij baseert zich op een onderzoek van het bureau Regioplan dat in opdracht van zijn ministerie is uitgevoerd.

Volgens de onderzoekers ontvangt niet meer dan 27 procent van de klanten bijzondere bijstand. Van de mogelijkheid tot kwijtschelding van gemeentelijke belastingen maken nog minder klanten gebruik, 25 procent. 36 procent maakt gebruik van een schuldhulpverleningstraject. De zorgtoeslag (66 procent), de huurtoeslag (54 procent) en de kinderbijslag (41 procent) worden vaker ontvangen.

Van Hoof noemt het onvermogen van voedselbankklanten om schuldverlichting te vinden 'bevreemdend', omdat ze wel in staat zijn de weg te vinden naar andere vormen van hulpverlening. 84 procent van de klanten ontvangt een of meer vormen van hulpverlening, zoals maatschappelijk werk, sociale raadslieden of ambulante geestelijke zorg.

De onderzoekers deden onderzoek naar de kenmerken van de klanten van de 28 voedselbanken in Nederland. Deze delen wekelijks zo'n 8.000 voedselpakketen uit. De meeste bestaande voedselbanken ontstonden na 2003, toen de Stichting Voedselbank Nederland werd opgericht.

Voedselbank Nederland verzamelt 'volwaardige goederen die om welke reden dan ook niet in de winkel terechtkomen maar zullen worden vernietigd'. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren, schrijft Voedselbank Nederland, omdat 'in de productie wil wel eens wat mis gaat: verkeerde sticker, foute codering, tekstfout op de verpakking'.

Gemeenten zijn meestal niet betrokken bij de oprichting van voedselbanken, maar geven soms wel subsidie of huisvesting.

Voedselbanken hanteren de regel dat iemand die minder dan 150 euro per maand heeft te besteden aan leefgeld (bijvoorbeeld voedsel en kleding), gebruik kan maken van voedselhulp. Ze moeten dan wel een verwijzing hebben van hulpverlenende instanties, bijvoorbeeld de maatschappelijke dienstverlening of huisarts. De precieze eisen verschillen per gemeente.

De voedselbank is geen exclusief Nederlands fenomeen. Bij de Europese federatie van voedselbanken zijn voedselbanken uit veertien landen aangesloten.