Schrijven wat we horen

In zijn brief over spelling pleit dr. Henk van der Weijden voor een fonetische spelling (W&O 25 februari): schrijven wat je hoort. Dat klinkt makkelijk en logisch, maar is om meerdere redenen onzinnig. Taal varieert van plaats tot plaats en van spreker tot spreker. De uitspraak van iedere taal verandert met de tijd en zelfs met de context. Het principe ‘schrijven zoals je het uitspreekt’ kan alleen maar leiden tot een wildgroei aan toegestane en spellingvormen, die ook nog steeds bijgesteld zullen moeten worden.

Moeten we flet en hendikep gaan schrijven omdat we dat zo horen? Ga naar Vlaanderen en je hoort wel degelijk flat en handicap. Moeten we de slot-n in meervouden en infinitieven weglaten omdat we die toch niet uitspreken? Dus geve en neme? In grote delen van het land wordt die n wel uitgesproken. Willen we verschillende spellingen van hetzelfde woord, bijvoorbeeld ‘van’, omdat de uitspraak verandert met de context? Dan krijgen we dus vam mij, van jou en vang Karel.

Het leren spellen zal er voor kinderen niet echt makkelijker op worden. Maar er is een nog veel fundamenteler reden waarom een fonetische spelling onwenselijk is. Een tekst wordt maar één keer geschreven, maar kan duizenden of zelfs miljoenen keren gelezen worden. Het belang van de lezer moet dus zwaarder wegen dan het belang van de schrijver. En de lezer heeft geen enkel belang bij een (quasi) fonetische spelling. Hoe de woorden uitgesproken dienen te worden hoef je mij, Nederlandstalige lezer, niet te vertellen. Waar ik wel behoefte aan heb, is grammaticale informatie en snel herkenbare woordbeelden. Daarom is het goed dat er in teksten zaken zijn die ons houvast bieden, zoals interpunctie en, jawel, spelling, die de lezer zo snel en makkelijk mogelijk door de tekst heenloodsen en voorkomen dat hij/zij sommige zinnen twee of drie keer moet lezen om te begrijpen wat er staat.

Voor kinderen is het even doorbijten ja, maar ze hoeven het spellingskunstje maar één keer te leren, om er daarna een leven lang plezier van te hebben. Mits de spelling niet elke tien jaar bijgesteld wordt natuurlijk.