Rosiri (23): Rijbewijs

Feuilleton van Iris Koppe over kind van gescheiden ouders

Rosiri stond op het punt om af te rijden. Ze zat snotterend in de kantine van het CBR en hoopte binnen anderhalf uur haar rijbewijs te halen. Voor haar gevoel was ze goed voorbereid en kon er weinig mis gaan. Ze was verkouden geworden tijdens het hossen in Heerlen. Carnaval was een feest dat zich vooral buiten afspeelde, had ze ontdekt. Je was de ene kroeg nog niet binnen of je moest al weer met de massa mee naar de volgende tent.

Haar nieuwe vlam was haar komen afhalen van het station. Clint had Rosiri met een vlaggetje en een toeter in haar hand uit de trein getild. Hij had haar alle 'places to be' laten zien terwijl een snerpende wind door het swingende stadcentrum van Heerlen blies. Rosiri was verliefd op deze neger, waarmee ze tijdens het huwelijk van haar vader had staan zoenen op het vrouwentoilet.

Helaas was ze hem halverwege de avond uit het oog verloren. Tussen de smurfen, elfjes, indianen, ziekenzusters, narren en bananen was haar grote liefde plotseling verdwenen. Struikelend holde Rosiri terug naar het café aan de overkant, daarbij gehinderd door haar lange jurk. Ze was zelf verkleed als die ene verdachte van de Hofstad-groep, het meisje met een boerka. Wanhopig had ze uren zitten wachten op de plaats waar ze Clint voor het laatst had gezien.

Droevig dacht ze aan haar gevoelloze voeten toen ze 's nachts de eerste de beste trein naar Amsterdam had genomen. Als ze hem niet was kwijtgeraakt, was ze dan misschien die avond met hem naar bed gegaan?

Rosiri had haar koffie nog niet op toen haar naam in de kantine van het CBR werd omgeroepen. Nonchalant stond ze op en gaf de examinator een hand. 'Zo, doe jij de motorkap maar eens open', sprak de diender. Zonder aarzeling noemde Rosiri alle klepjes, vloeistoffen en buisjes bij naam en stapte toen achter het stuur. Ze voegde in alsof ze al jaren vaste klant op de snelweg was, anticipeerde op ieder kruispunt, verleende voorrang waar nodig en deed een hellingproef die geen rij-instructeur haar na kon doen. Voldaan reed ze even later het parkeerterrein van het CBR weer op. De examinator, die de hele rit gezwegen had, begon te mompelen. 'Nou meisje, ik denk niet dat ik je een voldoende kan geven.'

'Want?' vroeg Rosiri, eerder verbaasd dan vijandig. 'Ik heb geen fouten gemaakt.'

De man pakte een schriftje en antwoordde: 'Daar gaat het niet om. Het gaat om je eigen veiligheid.' Rosiri voelde woede opkomen. Ze kon niet nog langer van school wegblijven om rijlessen te volgen en daarnaast had ze geen geld. Ton zou niet eeuwig blijven betalen.

'Toch zijn er manieren om wel te slagen', fluisterde de examinator.

Rosiri kende de verhalen. Ze wist wat een corrupte instelling het CBR was. Niemand lieten ze in één keer slagen, want de overheid moest geld vangen. Misselijk werd ze ervan. Toch kwam het veel voor, en keek niemand meer gek op als je op deze manier voor bepaalde diensten betaalde. Een breezertje, waarmee sommige dames in Zuidoost genoegen namen, vond Rosiri wat weinig. Als zelfbewuste jonge vrouw kon je wel iets meer vragen. Een vriendin had haar verteld dat het zo voorbij was. Ogen en neus dicht houden. De examinator trok zijn rits open en Rosiri schoof haar lippen over de versnellingspook van de man. Ze dacht aan de paspoppen in polonaisestand in de winkels van Heerlen. Eindelijk had ze haar rijbewijs.

Wordt vervolgd