Overdoen of afglijden

Zittenblijven of afglijden, wat is beter? De kunst is leerlingen op de goede plek te krijgen. En ze dan daar te houden.Alette van Doggenaar

Noem hem Patrick, of Robert; elke school zal er onmiddellijk een paar bij naam kunnen noemen: leerlingen die binnenkwamen met een vwo-advies maar dat niet waar maken. Niet omdat ze niet slim genoeg zijn, maar omdat de motivatie ontbreekt. Soms gaat het meteen al mis, vaker gebeurt dat in de tweede of derde. Dan zijn er twee mogelijkheden: zittenblijven of overstappen van bijvoorbeeld 3 vwo naar 4 havo. Afstromen heet dat in onderwijsjargon.

Voor de school kan het verleidelijk zijn om voor afstroom te kiezen. Als Patrick/Robert 'over gaat' naar de havo, telt hij mee als een leerling die onvertraagd richting diploma gaat. Bij zittenblijven daalt het rendement van de school.

Het percentage zittenblijvers geldt als belangrijke graadmeter voor de kwaliteit van de school. Zo wordt dat althans gezien door de onderwijsinspectie die kwaliteitskaarten van alle Nederlandse scholen op internet publiceert. Het dagblad Trouw en het weekblad Elsevier brengen de schoolprestaties vervolgens ook nog eens onder de aandacht van het grote publiek.

Afstroom is voor een school dus nog niet zo slecht. Maar is het ook het verstandigste voor Patrick/Robert? Zittenblijven is demotiverend want het betekent een jaar lang alles nog eens overdoen; en dat ook nog eens in een klas met jongere leerlingen; voor pubers is een jaar verschil veel. Bovendien mag een leerling maar één keer doubleren, dus als Patrick/Robert blijft aanmodderen gaat het verderop in het vwo vast nog een keer mis en moet hij alsnog naar de havo. Met het risico dat hij op 17-jarige leeftijd zonder diploma de school verlaat. Veel scholen zullen dan ook besluiten dat het in alle opzichten beter is om af te stromen.

verspilling

Afstroom is een toenemend verschijnsel. Voortijdige uitval ook. Zorgelijk vindt het ministerie van onderwijs. De afstroom van vwo 3 leerlingen bedroeg in het schooljaar 2003/2004 gemiddeld 10 procent. Daarnaast bleef 2 procent zitten in 3 vwo. Dit zijn cijfers die gelden voor openbare scholengemeenschappen met vmbo tl, havo en vwo. Doodzonde', vindt prof. dr. Greetje van der Werf. Als een leerling het in principe wel kan en hij moet afstromen, is dat verspilling van talent. De beperking van de verblijfsduur op scholen onder minister Ritzen zorgt ervoor dat te veel leerlingen terugzakken naar een te laag niveau.' Van der Werf is hoogleraar onderwijskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen en onderzoeker bij GION, een wetenschappelijk instituut dat zich bezighoudt met de effectiviteit van het onderwijs. Onder leiding van Van der Werf is zogenoemd cohortonderzoek gedaan waarbij de leerlingenpopulaties van 1993-1999 en 1999-2005 gevolgd worden. Het lijkt er sterk op dat de afname van het zittenblijven gecompenseerd wordt door de toename van de afstroom', zegt zij.

Van der Werf zou graag zien dat vaker dan één keer zittenblijven weer mogelijk werd. En ook de onderwijsraad adviseerde eind vorig jaar het zittenblijven in ere te herstellen. In bepaalde gevallen zou je leerlingen extra leertijd moeten gunnen, vindt de raad, als dat helpt om het opleidingsniveau te verhogen. Of dat laatste ook zo werkt, is op dit moment moeilijk te zeggen.

In sommige gevallen kan zittenblijven wel zinnig zijn', denkt Caroline Hoogslag, vmbo-tl afdelingsleider van het Gerrit Rietveldcollege in Utrecht. Als een kind thuis problemen heeft gehad of ziek is geweest. Maar in het algemeen denk ik dat je er alles aan moet doen om zittenblijven te voorkomen. Als je een leerling laat zittenblijven omdat hij niet gewerkt heeft is dat straffen', vindt Hoogslag. Een jaar lang.' Aan de andere kant is afstromen net zo erg. Dat ervaren ze als een afgang. Bovendien is het nog maar de vraag of het daarna wel goed gaat. Vaak zie je dat ze dan helemaal niks meer doen. Zeker niet de leerlingen die de capaciteiten hebben voor het hogere niveau.'

Er is ook een ander soort afstromers, benadrukt Hoogslag. Het komt nogal eens voor dat leerlingen met een te hoog advies naar het voortgezet onderwijs komen. Basisscholen worden vaak erg onder druk gezet om een vmbo-tl/havo advies af te geven. Met zo'n advies kunnen leerlingen zich aanmelden bij een school die naast vmbo-tl ook havo- en vwo-afdelingen heeft. En dat willen ouders graag. Ze denken dan dat hun kind nog wel op de havo terecht kan komen. Dat is bijna nooit zo omdat dat advies te hoog is.'

Dat scholengemeenschappen als die van Hoogslag over het algemeen een veel lager percentage allochtone leerlingen hebben dan scholen met alleen vmbo-afdelingen speelt zeker ook mee. Ouders doen er alles aan om op deze school te komen. Maar er zijn genoeg leerlingen die veel beter naar een beroepsgerichte opleiding kunnen gaan. Als die het hier niet goed doen en dan daar terechtkomen is dat alleen maar goed. Dat noem ik geen afstroom.'

De kunst is leerlingen op de goede plek te krijgen. Stap twee is zorgen dat ze aan het werk blijven. Op het Gerrit Rietveldcollege is sinds september een nieuwe aanpak ingevoerd die daarop gericht is. Eerst alleen nog in de verschillende brugjaren, havo 4 en vwo 5. Maar uiteindelijk in de hele school.

basisschoolachtig

De leerlingen van de tl-brugklassen zitten bij elkaar in een grote ruimte die domein genoemd wordt. Op een centrale plaats zit de domeinassistent, als constante factor. De leraren komen naar het domein om hun lessen te geven. Het is een basisschoolachtige omgeving. We beginnen en eindigen samen. Ze hebben hun eigen plek. Als er een stoel leeg is gaan we meteen bellen. Gezien worden is belangrijk. Je wordt hier elke dag verwelkomd.'

Een term als 'domein' wordt ook vaak gebruikt op scholen waar 'het nieuwe leren' is ingevoerd. De aanpak die het Gerrit Rietveldcollege kiest staat echter haaks op dat nieuwe leren, waar leerlingen meestal zelf hun planning maken en beslissen waar ze aan werken. Hoogslag: Bij ons is essentieel dat er duidelijke regels zijn en een dagelijkse planning. De leerlingen mogen pas naar huis als hun werk af is. Die duidelijkheid is voor de meeste leerlingen erg veilig. Tegelijkertijd doen we er alles aan om ze hun eigen verantwoordelijkheid te geven. Ze leren samenwerken. En iedereen is verantwoordelijk voor de spullen. Er is nog geen muis weg. Het resultaat is tot nu toe dat de leerlingen enorm gemotiveerd zijn. Ze willen allemaal over en werken zich uit de naad.'

hechte groep

Je moet ze wel 'snoep' geven', zegt Hoogslag. Ze worden de hemel in geprezen. En als docent is het ook hard werken. Een leerling de hele les met zijn hoofd op zijn armen laten liggen onder het motto 'het is zijn eigen verantwoordelijkheid', dat gebeurt hier niet. En als docent een uur lang op je plek blijven zitten en zeggen 'ga maar aan de slag' ook niet. Wij lopen voortdurend rond van groepje naar groepje. Zo nodig gaan we het conflict aan en we nemen geen genoegen met slecht werk.'

En het zijn heus niet allemaal makkelijke leerlingen. Neem nou Hassan. Hij is agressief en ook al met de politie in aanraking geweest. Via bureau Halt is hij verwezen naar het jongerenteam dat hem begeleidt om niet steeds ruzie te maken. Ik had eerst problemen dat ik de juffrouwen ging tegenspreken', vertelt hij. Maar nu gaat het veel beter.' Hassan is elke morgen al om acht uur op school terwijl de lessen pas om kwart voor negen beginnen. Thuis ga ik toch maar tv-kijken', zegt hij. Dan ga ik liever vast naar school.' En zo zijn er meer zegt Hoogslag. Ze komen vroeg en gaan dan vaak vast aan het werk in het domein.'

Het is een hechte groep', zegt Hoogslag. Ze willen bij elkaar blijven. Ze staan te springen om mee te helpen op de open dag. Het is hun school. Ik voorzie straks dat ze allemaal overgaan. Volgens mij is wat wij nu hier doen het ei van Columbus.'

    • Alette van Doggenaar