Nederland is onvoldoende voorbereid op een pandemie. Scheid gevaar in landbouw van gevaar voor mens

Geen land is goed voorbereid op een pandemische uitbraak van influenza. Overheden en industrie treffen onvoldoende voorbereidingen om snel een effectief vaccin te kunnen samenstellen.

Tekening Milo Milo

Dat er op dit moment bij de Nederlandse bevolking veel onduidelijkheid bestaat over wat in de volksmond inmiddels 'vogelgriep' is gaan heten en dat er daardoor op dit moment veel onnodige angst bestaat over de reële risico's, blijkt uit de vele vragen die dagelijks de voorlichters bereiken en uit de media-aandacht. Het belangrijkste probleem lijkt te zijn dat er in de voorlichting en in de pers onvoldoende onderscheid wordt gemaakt tussen enerzijds dreigende uitbraken van vogelpest veroorzaakt door het H5N1-virus onder pluimvee en anderzijds de dreiging dat dit virus aan de basis zal staan van de volgende pandemie onder mensen. Het eerste probleem - de dreigende vogelpestuitbraken onder pluimvee - vormt voornamelijk een dreiging voor de agrarische sector. Hoewel bij uitbraken onder pluimvee in West-Europa incidenteel mensen geïnfecteerd zouden kunnen raken door de massale blootstelling tijdens vooral ruimingacties, zal het hierbij vooral gaan om pluimveehouders en ruimers.

Sinds de vogelpestuitbraak in Nederland in 2003, veroorzaakt door een ander vogelpestvirus (H7N7), hebben we echter met vallen en opstaan geleerd hoe we effectief deze beroepsmatig blootgestelde mensen kunnen beschermen. Hiervoor liggen inmiddels de nodige draaiboeken klaar. Het risico dat andere mensen door contacten met vogels, katten, andere dieren of hun uitwerpselen enerzijds of door consumptie van pluimveeproducten anderzijds, besmet zouden kunnen raken, is bij het nemen van de juiste maatregelen uitermate klein. Deze maatregelen worden door overheid en beleid, in nauw overleg met wetenschappers die de 'stand van de wetenschap' nauwlettend volgen, voortdurend bijgesteld. Kortom, het risico van 'vogelgriep' - primair een agrarisch probleem - voor mensen in Nederland is klein en mag zeker niet verward worden met de tweede dreiging, die van een wereldwijde ofwel pandemische uitbraak van influenza, zoals we die in 20ste eeuw drie keer gezien hebben: de Spaanse griep van 1918 - 1920 (meer dan 40 miljoen slachtoffers), de Aziatische griep van 1957 (1 - 4 miljoen slachtoffers) en de Hongkong griep van 1968 (1 - 4 miljoen slachtoffers). De huidige verspreiding van het H5N1-virus onder wilde vogels in West-Europa zal het risico van het ontstaan van een pandemie echter niet aanmerkelijk vergroten. Immers, de kans dat het virus verandert waardoor het efficiënt van mens op mens overdraagbaar wordt, is primair gerelateerd aan het aantal mensen (of andere zoogdieren) dat besmet raakt.

Zoals gesteld, zal dit aantal bij de juiste maatregelen in West-Europa waarschijnlijk zeer beperkt of zelfs afwezig blijven. Anders ligt dit in Azië en mogelijk nu ook in Afrika. De situatie is hier niet onder controle en meer en meer mensen raken in Azië besmet, ondanks de geringe besmettelijkheid van het virus van dier naar mens. Zo'n kleine 200 mensen zijn na intensief contact met pluimvee of hun uitwerpselen daar inmiddels ziek geworden door infectie met het H5N1-virus en ongeveer de helft van hen is hieraan overleden. Vrijwel elke dag worden nieuwe gevallen uit deze regio gemeld. Of het H5N1virus inderdaad de mogelijkheid heeft om te veranderen in een pandemisch virus, weten we niet. We moeten er echter serieus rekening mee houden en de nationale 'pandemic preparedness plans' wereldwijd op orde brengen. Op dit moment is nog geen enkel land in de wereld voldoende op een eventuele pandemie voorbereid. Het grootste probleem is dat nog steeds onvoldoende voorbereidingen worden getroffen door overheden en industrie om bij het ontstaan van een pandemie snel een effectief pandemisch vaccin te kunnen samenstellen. Hiertoe zijn op korte termijn meer internationale samenwerkingsverbanden nodig tussen alle stakeholders, zoals organisaties die zich bezighouden met volksgezondheid, diergezondheid, voedselveiligheid, wetenschap met alle relevante disciplines, farmaceutische industrie, communicatiedeskundigen en NGO's. Waarom deze samenwerkingsverbanden thans maar moeilijk op gang lijken te komen, is een verhaal apart. Op dit moment wordt veel overlegd tussen de verschillende stakeholders - zelfs zoveel dat we kunnen spreken van een 'pandemie van influenzavergaderingen' - maar komen de dwarsverbanden onvoldoende tot stand.

Ondertussen is de dreiging van een echte influenzapandemie al langere tijd aanwezig. Deze is zeker door de huidige verspreiding van het H5N1-virus toegenomen. Laten we hopen dat de huidige situatie niet meer is dan een wáárschuwing voor een pandemie. In elk geval moeten we ons beter op de uitbraak van een pandemie voorbereiden. Maar de directe koppeling van de huidige agrarische dreiging in West-Europa met de dreiging van een pandemie, is niet terecht.

Als dit virus zich inderdaad ontwikkelt tot een pandemisch virus, zal dit waarschijnlijk niet in West-Europa gebeuren, maar veel eerder in gebieden met een veel minder ontwikkelde infrastructuur in de agrarische sector en op het gebied van de humane en animale gezondheidszorg. Als zo'n pandemie onder mensen ontstaat, zal natuurlijk per definitie geen enkel land ter wereld gespaard blijven. Het zou echter wenselijk zijn dat professionele voorlichters en de media deze twee problemen - de acute agrarische dreiging in West Europa en de pandemische dreiging - in hun voorlichting en berichtgeving duidelijk scheiden en ze zeker niet in een adem noemen en behandelen. Dit zou veel onduidelijkheid en angst op dit moment bij de bevolking kunnen voorkomen.

Hoofd afdeling virologie aan het Erasmus MC in Rotterdam, directeur van het Nationaal Influenza Centrum.