Muizen hebben twee zwezeriken die ook nog allebei werken

Muizen hebben vaak een tweede thymus (zwezerik) in hun hals. Daarmee zijn ze waarschijnlijk een uitzondering in zoogdierenland. Duitse immunologen ontdekten de tweede, veel kleinere thymus die echter dezelfde structuur heeft als zijn grote broer en ook dezelfde functie. Daarmee wankelt de waarde van veel immunologisch onderzoek waarbij de grote en tot nu toe enig bekende thymus om experimentele redenen werd verwijderd (Science online, 2 maart).

De thymus of zwezerik is een van de belangrijkste organen van het immuunsysteem. Totnogtoe werd aangenomen dat muizen één thymus hebben, in de borstholte. De klier is de belangrijkste bron van een type afweercellen, de T-lymfocyten (T van thymus), die in de thymus worden gevormd uit stamcellen en daar verschillende functies krijgen.

De thymus ontstaat tijdens de embryonale ontwikkeling uit de farynx of voordarm, ter hoogte van wat later de keelholte zal worden. De cellen die uiteindelijk de thymus vormen, migreren van daar naar beneden. Het is dus niet vreemd als er bij embryo's thymusachtige structuren in de hals worden gevonden. Ook volwassen dieren hebben in de hals plaatsen waar zich veel T-cellen ophouden. Deze werden echter steeds aangezien voor lymfeknopen die gewoonlijk als tijdelijk onderkomen voor eenmaal vrijgekomen T-cellen dienen. Dat was ook wat de onderzoekers verwachtten te vinden toen ze bij volwassen muizen alle structuren van het lymfestelsel in de hals onderzochten in het kader van een onderzoek naar afwijkingen van de normale vorming van de zwezerik. Ze vonden er echter een structuur die slechts in enkele subtiele anatomische en biochemische eigenschappen afwijkt van de thymus uit de borstholte. Dat deze halsthymus een echte thymus is, bleek toen ze deze inbrachten bij dieren van een thymusloze muizenstam. Het transplantaat bleek goed functionerende T-cellen te produceren.

De vondst van de Duitse onderzoekers werpt een nieuw licht op eerdere onderzoeken naar het functioneren van T-cellen, waarbij de thymus uit de borstholte werd verwijderd. Daarbij werden tegen de verwachting in wel eens actieve T-cellen gevonden. Men hield het er dan op dat de thymus niet helemaal verwijderd was of dat het om T-cellen ging die het orgaan al vóór de operatie hadden verlaten. Waarschijnlijker is nu dat de genegeerde tweede thymus de cellen produceerde. Huup Dassen