Mittals ambitie brengt ook risico mee

Arcelor is niet het laatste hoofdstuk voor Mittal Steel. Als het bod van ’s werelds grootste staalproducent op zijn naaste concurrent slaagt, zal de combinatie driemaal zo groot zijn als de eerstvolgende rivaal. Maar dat is niet genoeg voor Mittal, aldus het uitgelekte memorandum over de fusieplannen. Mittal wil de komende tien jaar verdubbelen in omvang. De aandeelhouders van Arcelor staan voor de beslissing of zij de risico’s van Mittals dure ambities willen delen.

De visie van Mittal snijdt wel hout. Zelfs als het concern een productieniveau bereikt van 200 miljoen ton per jaar, zou zijn mondiale marktaandeel nog steeds minder dan 20 procent bedragen. Dat is niet bijzonder hoog voor een concern uit een basisindustriesector met wereldwijde schaalvoordelen. Grotere bedrijven kunnen gewoonlijk betere voorwaarden bedingen bij leveranciers en klanten. Zij kunnen ook makkelijker de productie verplaatsen naar lagelonenlanden.

Het Mittal-memorandum is niet rechtstreeks te vergelijken met Arcelors driejarenplan dat deze week werd vrijgegeven. Mittal probeert sceptische regeringen duidelijk te maken dat een fusiecombinatie op de langere termijn verstandig is, terwijl Arcelor zijn aandeelhouders ervan moet zien te overtuigen hun belangen beter te zullen behartigen dan Mittal. Toch is het contrast in schaal verbluffend. Terwijl Mittal de volumes met 50 tot 100 procent wil laten groeien, beperkt Arcelor zich tot het beloven van een relatief bescheiden winststijging van 15 procent bij vergelijkbare activiteiten.

Uiteraard denkt Mittal ook aan de winst en heeft Arcelor ook langetermijnambities. Bovendien is groter niet altijd beter. Het halsbrekende groeitempo van Mittal is riskant, zeker omdat het bedrijf vastbesloten is de controle door de familie overeind te houden. Nu beleggers nadenken over het bod van Mittal, doen ze er goed aan de potentiële voordelen en risico’s van Mittals ambities tegen elkaar af te wegen.

Edward Hadas