'Mensen worden niet eenzamer door internet'

Dit jaar is het vijfentwintig jaar geleden dat de eerste pc van IBM op de markt kwam, een belangrijk moment in de geschiedenis van de mensheid. Maar zijn we er ook gelukkiger door geworden? Psycholoog Robert Kraut dacht eerst van niet, maar later onderzoek wees uit dat het wel meeviel. 'Met internet kunnen mensen afstanden overbruggen'.

Robert Kraut kreeg pas echt belangstelling voor computers toen hij eens in een vliegtuig zat. Het was in het begin van de jaren negentig. Tot dan toe kende hij de computer als een werkpaard, als gereedschap voor de analyse van zijn onderzoeksgegevens. 'Ik raakte in gesprek met de man die naast me zat en die vertelde me dat hij de uitnodigingen voor de bruiloft van zijn dochter per e-mail had verstuurd. Daar keek ik erg van op, dat hij het gebruik van de computer had geïntegreerd in zijn dagelijks leven. Dat zoiets exotisch als e-mail, dat eerder alleen in wetenschappelijke kringen werd gebruikt, blijkbaar zo gewoon aan het worden was.'

We zitten in zijn werkkamer op de campus van Carnegie Mellon universiteit in Pittsburgh, waar Kraut (59) hoogleraar Human Computer Interaction is, de tak van wetenschap waarin bestudeerd wordt hoe mensen met computers omgaan, en hoe dat op ze inwerkt.

Boeken, beeldschermen en stapels papier vullen het kleine vertrek. Een tafeltje bezwijkt bijna onder de drukproeven van een boek dat deze maand verschijnt bij Oxford University Press. Pc's, Phones and the Internet gaat over de nieuwe manieren waarop we met elkaar communiceren. Steeds vaker doen we dat elektronisch - met de telefoon, door te chatten of door e-mail te versturen.

'Vroeger ging ik nog wel eens lunchen met mijn collega's', zegt Kraut. 'Maar de collega's met wie ik echt contact wil houden, wonen veraf of in het buitenland. Nu mail ik dagelijks.' En met zijn spreekuur voor studenten is hij al zes jaar geleden gestopt. 'Ze mailen me om een afspraak te maken.' Alles bij elkaar vragen dagelijks zo'n 125 e-mails om zijn aandacht, en daar is hij tweeëneenhalf uur mee bezig. 'Al mijn werk heeft op de een of andere manier met pc's en internet te maken.' Zoekt hij ook ontspanning op het net? 'Ik speel geen on line games, maar ik speel gitaar, en op internet zoek ik naar muziek, en naar akkoordenschema's.'

Aanleiding voor het gesprek is het zilveren jubileum van de personal computer. Dit jaar is het vijfentwintig jaar geleden dat ibm zijn pc op de markt bracht. Kleine computers waren er al meer, maar ze werden ook door kleine bedrijfjes gemaakt en werden vooral door hobbyisten gebruikt. Toen de multinational ibm in de zomer van 1981 ook een pc lanceerde was dat groot nieuws, want dat kon maar één ding betekenen: er was blijkbaar een grote markt voor die kleine kastjes met een toetsenbord en zo'n beeldscherm met groene lettertjes. 'Ik herinner me het nog goed', zegt Kraut. 'Want ik kreeg al snel een van de eerste pc's voor mijn werk.'

Maar dat de pc ook voor gewone mensen iets kon betekenen, dat bedacht hij pas in dat vliegtuig. Als mensen gingen e-mailen, aan gespreksgroepen op internet gingen meedoen en gingen chatten, dan was de pc bezig te veranderen van een kantoormachine in een communicatiemiddel. De pc zou het leven van de mensen wel eens diepgaander kunnen beïnvloeden dan de telefoon aan het begin van de 20 ste eeuw, of de televisie in de jaren 50 en 60. Maar ten goede of ten kwade?

Gelukkiger

Kraut zette met zijn medewerkers een grootscheeps onderzoek op. Ze gaven aan 93 gezinnen in Pittsburgh een computer met internetaansluiting en e-mail. Allemaal gezinnen die nog geen ervaring hadden met pc's of internet. De proefpersonen kregen allemaal een cursus en hun ervaringen in cyberspace werden twee jaar lang door de onderzoekers gevolgd. Ze moesten vragenlijsten invullen en ze werden thuis geïnterviewd.

Krauts hypothese was dat internet de mensen gelukkiger maakt. 'Al het onderzoeksmateriaal dat we in de psychologie hebben wijst in dezelfde richting: sociale contacten maken mensen gelukkiger en gezonder.

Je leeft langer en gelukkiger als je een vriendenkring hebt die je op de hoogte houdt van allerlei dingen, die je met praktische dingen helpt, die je emotioneel ondersteunt en je gezelschap biedt als je het nodig hebt. En wij dachten dat de elektronische communicatie dat netwerk zou uitbreiden. Mensen die je anders kwijt zou raken omdat ze verhuisden, zouden nu nog steeds benaderbaar zijn. Met internet konden mensen afstanden overbruggen en daardoor zouden ze zich beter gaan voelen.'

Tot zijn verbijstering vond Kraut precies het tegenovergestelde. Naarmate de Pittsburghers de computer meer gebruikten, voelden ze zich eenzamer en depressiever. Niet veel, maar het was duidelijk meetbaar. Ze spraken minder met andere gezinsleden en hun sociale kring werd kleiner. 'We waren ongelooflijk verbaasd', zegt hij nu. 'En het was niet zo dat mensen die toch al geneigd zijn tot depressie of eenzaamheid zich eerder op het net begaven. We konden echt vaststellen dat het door het gebruik van internet kwam dat ze zich iets slechter voelden.' Krauts bevindingen werden in 1998 onder de titel Internet Paradox gepubliceerd in het vooraanstaande tijdschrift American Psychologist en baarden heel wat opzien. 'Internet maakt depressief', meldden de kranten overal ter wereld. Een gevoelige tegenslag voor iedereen die had gedacht dat actief computeren heel wat beter voor de mens is dan passief voor de tv zitten.

Maar het onverwachte resultaat bleef Kraut dwarszitten en een paar jaar later herhaalde hij het onderzoek.

En zie. De negatieve effecten van het internetgebruik waren zo goed als verdwenen. De mensen werden niet eenzamer of depressiever door het gebruik van internet. Mensen die toch al op de buitenwereld gericht waren en veel contacten hadden bleken zelfs duidelijk van internet te profiteren. Ze voelden zich beter, hadden een hogere dunk van zichzelf en waren actiever in hun buurt of in het verenigingsleven. Introverte mensen bleken iets minder aan internet te hebben, maar gemiddeld genomen waren de gevolgen positief. Onder de titel Internet Paradox Revisited maakte Kraut in 2002 in het Journal of Social Issues melding van deze nieuwste inzichten.

Maar hoe verklaart hij die omslag? Dat komt vooral doordat internet inmiddels zo gegroeid is.

'In 1995 en 1996, toen we het eerste onderzoek deden, was er nog maar een kleine groep die aan e-mail deed, het was zeker niet zo alomtegenwoordig als het nu is. Nu heeft in de Verenigde Staten 75% van de huishoudens toegang tot internet. En iedereen die toegang tot internet heeft, heeft een e-mailadres. Dus als je je pc wilt gebruiken voor communicatie, dan is iedereen die je wilt bereiken in je sociale klasse bereikbaar. Dat was tien jaar geleden nog niet zo.

'Bovendien waren er toen minder dingen on line te doen, en de meeste mensen deden ze allemaal, ook de dingen waar ze niet veel aan hadden. Tijdens het tweede onderzoek waren er veel meer keuzemogelijkheden: dingen kopen, het nieuws volgen, informatie zoeken, chatten, gelijkgezinden of lotgenoten ontmoeten.'

Wat mensen op internet doen, blijkt wel van invloed op het welzijn. 'Gemiddeld hebben activiteiten als het ontmoeten van nieuwe mensen op het net, on line dating, rondhangen in chatrooms waar je met onbekenden praat, negatieve gevolgen voor je psychisch welbevinden. Hoe meer mensen het net daarvoor gebruiken, des te eenzamer en depressiever ze worden. Al gaat dat niet voor iedereen op. Mensen die heel weinig contacten hebben, kunnen in sommige gevallen op internet daarvoor een compensatie vinden.'

En hoe zit het met de zelfhulpgroepen op internet, dus die websites waar mensen die aan een bepaalde ziekte lijden of een traumatische ervaring hebben gehad elkaar steunen? 'Ik doe nu onderzoek naar zelfhulpgroepen voor mensen die aan kanker lijden. Het blijkt dat therapieën beter werken als ze gecombineerd worden met deelname aan zo'n groep, al weten we niet precies welke rol die ondersteuning speelt. En ik denk ook wel dat je door het mailen of chatten met mensen met soortgelijke ervaringen vaak heel nuttige informatie krijgt. Maar je zou je ook kunnen voorstellen dat intensieve deelname aan zo'n groep weer ten koste gaat van hulp die je kunt krijgen van familie of andere mensen die in de buurt wonen, en die je op een andere manier kunnen steunen. Een lotgenoot op internet gaat niet met je naar de dokter, maar je dochter of je buurvrouw wel.

'Ons huidige onderzoek gaat over de vraag hoe je die zelfhulpgroepen nog effectiever zou kunnen maken. We merken steeds weer dat het eerste bezoek aan zo'n groep heel belangrijk is, dus als je voor de eerste keer inlogt en iets vertelt of een vraag stelt. Als je meteen antwoord krijgt, vergroot dat de kans dat je nog eens terugkomt. Maar vaak gebeurt dat niet, en dat ligt meestal aan de vraag. Als mensen een expliciete vraag stellen hebben ze meer kans op een antwoord, en ook als ze persoonlijke informatie over zichzelf geven. Wat niet werkt is als mensen te lange boodschappen opsturen, te ingewikkelde woorden gebruiken, te lange zinnen. We kunnen nu al met 85% zekerheid voorspellen of iemand een antwoord krijgt of niet. Die kennis kun je in een computerprogramma stoppen, en je zou je kunnen voorstellen dat de boodschappen van die mensen eerst door dat programma heengaan, en dat ze automatisch aanwijzingen krijgen hoe ze hun tekst kunnen verbeteren.'

Gezonder

E-mailen en telefoneren is natuurlijk efficiënt. Maar je hoort al mensen klagen dat ze elkaar nooit meer spreken. Is een echt gesprek niet altijd veel gezonder dan de telefoon of een e-mail? 'Ik weet niet of de telefoon nou zo veel slechter is. Een telefoongesprek heeft bijna alle rijkheid van de face to face communicatie: de intonatie, de mogelijkheid om direct te reageren, zodat je zeker weet dat je elkaar goed begrijpt.' Maar e-mail? Veel mensen zijn er niet aan gewend om zich uit te drukken door op een toetsenbord te tikken en een hoop misverstanden zijn daar het gevolg van. 'Ja, en daarom zie je eigenlijk steeds dat allerlei vormen van instant messaging en chats het beste werken. Dat zijn vormen waarbij je onmiddellijk kunt reageren op wat de ander tikt. Het heeft bijna dezelfde interactiviteit als de telefoon en het echte gesprek.' En al die tieners dan, die eigenlijk hun huiswerk moeten doen maar in plaats daarvan alleen maar aan het chatten zijn? 'Dat deden ze daarvoor ook, maar dan per telefoon. Ik denk dat veel van hun gesprekken misschien wel triviaal zijn, maar dat het erom gaat van een groep deel uit te maken. Je hebt een paar goeie vrienden, maar je wilt ook een heleboel vrienden hebben in je chatlist, of in de nummerlijst van je mobieltje. Niet omdat je veel met ze praat maar wel om bijvoorbeeld wat met ze af te spreken, en om je te laten voelen dat je een deel van de groep bent, en daar gaat het om als je een tiener bent.

'Mijn kinderen hebben veel meer contact met hun vrienden van de middelbare school dan ik had toen ik hun leeftijd had, en dat is heel erg het resultaat van internet. Het zijn kleine veranderingen, kleine dingen die de communicatie gemakkelijker maken. Je schrijft geen brief aan een oude schoolvriend, maar je stuurt hem misschien wel een mailtje. Alles bij elkaar opgeteld veranderen die kleine dingen toch ons leven.

'Toen onze kinderen klein waren lazen we ze voor uit dat klassieke kinderboek Little House on the Prairie, van Laura Ingalls Wilder. Het ging over een gezin dat steeds verder naar het westen trok. Je beseft dan opeens dat als je in die tijd verhuisde, dan verloor je eigenlijk je familie.

Er kwam een of twee keer per jaar post en dat was het. Hier op Carnegie Mellon komt zo'n vijftien procent van de studenten uit het buitenland en die kunnen allemaal in contact blijven met hun familie - met e-mail, door te chatten of met de telefoon.'

Een heel specifieke internettoepassing is on line dating. Werkt dat? 'Ja, je kunt mensen ontmoeten op internet. Via internetdating, dus door de expliciete pogingen om een partner te vinden. Maar het gebeurt ook op andere manieren, in internet zelfhulpgroepen bijvoorbeeld. Je praat met iemand, die komt aardig over en dat gaat soms over in een echte ontmoeting.' Maar is het niet de omgekeerde wereld, moet je niet eerst iemand zien om hem of haar aardig te vinden? 'Nou, ik denk dat dating vaak op een zelfde manier gaat. In de werkelijkheid moet je ook eerst vertrouwd met iemand worden voordat je hem of haar als een partner ziet. Je ontmoet iemand op school, op je werk, in een club. Je leert die persoon geleidelijk beter kennen, en pas dan kan er iets groeien. Mensen on line ontmoeten lijkt daar wel een beetje op.

Je komt veel van elkaar te weten, dat leidt tot een zekere vertrouwdheid en dat kan er weer toe leiden dat je elkaar aardig gaat vinden.'

Maar ten koste van wat gaat al dat internetten? Van lezen? 'Nee, dat valt eigenlijk wel mee. Internetters gaan niet minder lezen. Voor een klein deel gaat het ten koste van sociale contacten. Uit onderzoek blijkt dat echte gesprekken wel tot telefoongesprekken en e-mail leiden, maar dat dat omgekeerd veel minder het geval is: e-mail leidt veel minder tot echte ontmoetingen. En we hebben gegevens waaruit blijkt dat mensen die elkaar mailen elkaar ook minder bezoeken, dus dat er een soort vervanging optreedt.

'Maar dat is allemaal betrekkelijk marginaal. Uit het onderzoek blijkt dat internetten toch vooral ten koste van televisiekijken gaat. En ja, dat is gemiddeld genomen dus niet zo slecht. Televisiekijken is toch veel passiever dan internetten. Met een pc kun je zó veel meer doen.'

Warna Oosterbaan is redacteur van NRC Handelsblad

[streamers]

'Sociale contacten maken mensen gelukkiger en gezonder.'

Bill Gates was zo slim om vast te leggen dat hij zijn programma's ook aan anderen dan IBM mocht leveren.

En al die tieners dan, die eigenlijk hun huiswerk moeten maken, maar alleen maar zitten te chatten?

De oer-pc van IBM (1981)

Commodore PET (1977)

TRS-80 van Radio Shack (1977)

Kaypro II (1982)

ZX81 van Sinclair (1981)

Commodore 64 (1988)

Apple Macintosh (1984)

Illustraties uit Gordon Laing: Digital Retro.

Alameda: Sybex, 2004