Kennisparadox 2

Prof. Piet Borst breekt een lans voor meer elite aan de Nederlandse universiteiten (W&O 11 febr.). Dit betekent differentiatie onder de universiteiten, selectie van onderzoekers, promovendi en studenten alsmede het concentreren van onderzoeksgelden. Twee weken geleden kreeg prof. Jaap Goudsmit in het tv-programma van Felix Rottenberg gelegenheid om zijn stokpaardje te berijden dat Nederland niet beschroomd moet zijn om een elite-universiteit in te stellen. Als het op deze manier gaat gonzen hoeft het niet te verbazen als de politiek binnenkort met voorstellen in die richting komt. Maar is de nadruk op elite-onderzoekers wel een rationeel antwoord op het door Borst en Goudsmit bediscussieerde probleem, namelijk dat Nederland goede universiteiten heeft maar dat dit zo weinig economisch gewin (kennisvalorisatie) oplevert?

Zoals prof. Borst schrijft scoren Nederlandse onderzoekers goed op de internationale turflijstjes maar stokt het wanneer het op technologische innovaties aankomt. De vraag is echter of de innovaties wel direct voortkomen uit het onderzoek gedaan door de wetenschappelijke elite. Werkelijk belangrijke innovaties zijn zogeheten ‘disruptive technologies’: zij staan dwars op de gangbare technologieën. Zo is het ook met een fundamentele wetenschappelijke doorbraak: meestal staat die dwars op het gangbare wetenschappelijke paradigma.

Daadwerkelijke doorbraken op wetenschappelijk en technologisch gebied zijn disruptive: ze staan dwars op het geaccepteerde en mogelijk ook dwars op het fenomeen elite. Maar hoe dan ‘dwars onderzoek’ te bevorderen? Mij lijkt de panacee niet te liggen bij het bevorderen van een elite maar in openheid, samenwerking en bevlogenheid. Daarvan zijn goede voorbeelden te geven.