Jong en idealistisch

Er is de laatste tijd veel geschreven over idealisme onder jongeren. Was dat idealisme wel oprecht, of was het uitsluitend bedoeld voor hun cv?

Zijn hun inzamelacties niet gewoon verkapte feestavonden? Is hun belangstelling voor het leed van de wereld niet gewoon onderdeel van een hippe way of life? Die discussie verzandde al snel in voorspelbare verwijten over generatiekloven, afkeer van babyboomers en 'vroeger was alles beter'.

Vorig jaar meldde het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen bekend dat de jongerenorganisaties van de politieke partijen in 2004 20 procent meer leden hadden gekregen. De grootste toeloop kenden, voorspelbaar, de politieke tegenpolen Rood (SP) en PerspectieF (ChristenUnie). Rood zag zijn ledenbestand met 49 procent stijgen, PerspectieF groeide met 41,2 procent. In aantallen is dat bij beide partijen overigens niet veel meer dan vijfhonderd nieuwe leden. In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen ging M kijken bij de SP en de ChristenUnie. Daar, was de gedachte, zouden jongeren zich waarschijnlijk eerder uit idealisme aanmelden, en niet uitsluitend omdat ze een carrière in de politiek ambieerden.

Wat blijkt? De jongens en meisjes van Rood en PerspectieF gebruiken dezelfde woorden als wij dertig jaar geleden in de mond namen. Ze tobben over solidariteit, saamhorigheid, gelijkheid en rechtvaardigheid. Geen kleine onderwerpen, al blijven ze net zo abstract als destijds voor ons. En hun actie- en vergaderweken zijn al net zo eenvormig als die van ons, al hadden wij nog de opwinding van de politieke massademonstraties, waar je wel of niet aan mee moest doen.

Elke jonge generatie kent zijn eigen hemelbestormers. In elke generatie vind je mensen die de wereld willen verbeteren en mensen die 'voor zichzelf gaan'. Met alle fouten die ze maken, zijn de eersten me sympathieker. Een mens wordt niet als cynicus geboren. Maar eigenlijk zijn beide soorten met hetzelfde bezig: de ontdekking van de wereld.